Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

1617 Massamedia2 college 2

No description
by

X. Sak

on 28 November 2016

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of 1617 Massamedia2 college 2

'Beperkt' is verschillend op te vatten:
- beperkt qua aard (reinforcement)
- beperkt qua grootte
- beperkt qua bereik
- beperkt qua situatie
- beperkt qua object (gedrag? kennis?)
- beperkt qua subject
- beperkt qua tijdspanne
Mediabereik
Het aantal mensen dat met het betreffende medium (of mediaboodschap) wordt geconfronteerd, is afgenomen door de toenemende mediadiversificatie en fragmentatie.

Daarbij kan 'confrontatie met een boodschap' ook nog verschillende vormen aannemen.
Publieksvariabelen:
- Selectiviteitsprocessen:
- selectieve blootstelling
- selectieve perceptie
- selectief onthouden
- Attitude t.a.v. het medium
- Gedragskenmerken: gebruik medium
Mediavariabelen:
- Mediumtype (o.a. technische
mogelijkheden)
- Prominentie van boodschap binnen
het medium
- Herhaling van een boodschap
cognitieve dissonantietheorie
De heeft een belangrijke rol gespeeld voor de opkomst van het paradigma van de beperkte effecten.
(1957)
Volgens Festinger streeft een individu naar interne consistentie tussen cognities (kennis, meningen, overtuigingen van een individu over zichzelf, omgeving en gedrag).
Two-stepflowhypothese
Volgens de two-stepflowhypothese is de directe invloed van de media beperkt, maar komt beïnvloeding tot stand via interpersoonlijke communicatie (IPC) tussen opinieleiders en 'volgers'.
De vooronderstelling is dat de invloed via IPC groter is dan de mogelijke invloed die direct via massamedia plaatsvindt, omdat dat laatste onpersoonlijker is.
Opinieleiderschap
Opinieleiders hebben ieder hun eigen expertise, zijn dus niet meningsvormend op alle terreinen. Methoden voor vaststellen opinieleiderschap:

- selfdesignationmethode
- informantenmethode
- sociometrische methode
- observaties
1. Persoonlijkheid: wie men is
2. Competentie/kennis: wat men weet
3. Positie binnen een sociaal netwerk: wie men kent
Multi-stepflowmodel
Het two-stepflowmodel is uitgebreid met horizontale relaties, en ook een terugkoppeling (een stroom van de volgers naar de opinieleiders) is denkbaar.

Daarnaast maakt het
multi-stepflowmodel
onderscheid tussen
informatiestromen
en invloedsstromen.
Onpersoonlijke impacthypothese
Het onpersoonlijke karakter van massamedia beperkt het effect van verzonden boodschappen. Bij de beoordeling van risico's gebruiken mensen namelijk twee verschillende soorten oordelen:
- oordelen op maatschappelijk niveau
- oordelen op persoonlijk niveau
Volgens de hypothese hebben mediaberichten wel invloed op maatschappelijke, maar niet op persoonlijke risico-oordelen.
Verklaringen
- egocentrisme en illusie van onkwetsbaarheid
- directe ervaringen van belang bij
persoonlijke oordeelsvorming, minder van
belang bij oordelen op maatschappelijk niveau
- kennisstructuur geheugen: kennis over
persoon zelf anders opgeslagen dan meer
algemene kennis
Kenniskloofhypothese
Het verwerven van kennis d.m.v. massamedia hangt samen met iemands SES.

Bij hoger opgeleiden verloopt de
opname van informatie uit de massamedia

sneller (zowel in de zin van 'eerder',
als in de zin van 'vlugger'), waardoor
de kenniskloof tussen mensen met
een hoge en lage SES ontstaat.
- communicatieve vaardigheden
- reeds aanwezige kennis
- relevante sociale contacten
- selectieve blootstelling, acceptatie en onthouden
- aard van het massamediasysteem
Nieuwsdiffusie
Overzicht theorieën
'Machtige media': theorieën die de media veel macht toeschrijven of gericht zijn op die situaties waarin de media invloed uitoefenen
'Het actieve publiek': theorieën die de nadruk leggen op de activiteit van het publiek
'Audience cum content': theorieën die de inhoud van de media-boodschap en het publiek in hun onderlinge samenhang bestuderen
- Almacht van de media
- Binnen het paradigma van beperkte effecten
- Zwijgspiraal en de rol van de mening van anderen
- Marshall McLuhan
- Uses and Gratificationsbenadering
- Systeemtheorieën
- Culturele-indicatorenbenadering
- Agendasetting
- Priming en framing
- Culturele studies
OK.. media hebben dus slechts beperkte effecten.
In welke situaties hebben ze dan wel effect, en hoe?
Veel theorieën zijn verbijzonderingen van of aanvullingen op het model van beperkte effecten:
- Mediabereik
- Cognitieve-dissonantietheorie
- Two-stepflowtheorie
- Onpersoonlijke-impacttheorie
- Kennisklooftheorie
- Nieuwsdiffusie
Daarnaast wordt mediabereik ook beïnvloed door variabelen die betrekking hebben op het publiek en medium:
Fysiek bereik
Minimale aandacht
Maximale aandacht
Mediabereik
Dissonantie voelt niet prettig!
Cognitieve dissonantietheorie &
mediagebruik
Het reduceren en vermijden van dissonantie verklaart selectiviteit in het mediagebruik:
Dissonante informatie wordt vermeden, consonante informatie wordt gezocht.
Mensen stellen zich selectief bloot aan mediaboodschappen die aansluiten bij hun eigen opvattingen.
Lazarsfeld e.a. (1944)
Wie zijn die opinieleiders?
Doe
het
zelf!
Aanpassingen
Welke mensen in je omgeving zijn bepalend voor je opinies/gedrag? En welke mensen in de media?
Kritiek!
Wat is nu een opinieleider?
Internet en social media: vervaging onderscheid opinieleider en volger.
Wel: methodologische problemen.
Deze oordelen zijn niet van elkaar afhankelijk!
Onpersoonlijke impacthypothese
Onpersoonlijke impacthypothese
Tyler & Cook (1984)
Onderzoek: wanneer de tekst zeer levendig is of zelfrelevant voor de lezer -> wel invloed op persoonlijke risico-oordelen.
Tichenor, Donohue & Olien (1970)
Verklaringen kenniskloof
Maar.. kenniskloof wordt misschien wel kleiner:
- 'ceiling effect'
- nivellerende rol TV
Katz (1957)
1. I usually count on being successful in everything I do
2. I am rarely unsure about how I should behave
3. I like to assume responsibility
4. I like to take the lead when a group does things together 5. I enjoy convincing others of my opinions
6. I often notice that I serve as a model for others
7. I am good at getting what I want
8. I am often a step ahead of others
9. I own many things others envy me for
10. I often give others advice and suggestion
Ben JIJ
opinieleider?
Hoe effectief zijn voorlichtingscampagnes?
Door na te gaan hoe en hoe snel
een bericht zich onder de bevolking
verspreidt, krijg je meer inzicht in
de werking van massacommunicatie.
Maar: nieuwsdiffusieonderzoek is moeilijk te plannen. Het kan wel achteraf, maar dan nog is het soms lastig en niet altijd even betrouwbaar.
5
http://www.nationaalkompas.nl/preventie/thema-s/preventie-via-de-media/preventie-via-massamediale-campagnes/
College 2
Of groter.. -> nieuwe media
H10 (informatieverwerking) vervalt!
Het verbale model van Lasswell (1948)
Het model van Shannon en Weaver (1949)
Weaver maakt onderscheid tussen informatie en betekenis: boodschappen worden ge-encodeerd en gedecodeerd, waardoor informatie een andere betekenis kan krijgen.
Almacht van de media
1. Massamedia bereiken iedereen.
2. Beïnvloedingsproces is eenrichtingsverkeer van zender naar
ontvanger.
3. Direct verband tussen de inhoud van de boodschap en invloed op
de ontvanger.
4. Ontvanger is in staat en bereid alle boodschappen op te nemen.
5. Ontvanger neemt de boodschap passief en kritiekloos over.
6. De (veelal slechte) invloed van de media wordt niet betwijfeld.
7. Er zit geen 'filter' tussen zender en ontvanger.
8. De 'massamens' is meer ontvankelijk voor de invloed van de media
dan de elite.
Almacht van de media
Verspreiding van communicatieboodschappen met als doel het publiek in de door de zender gewenste richting te beïnvloeden.
Belangrijk onderzoeksonderwerp in de communicatiewetenschap, voordat het de negatieve connotatie kreeg (voor WOII).

Institute for Propaganda Analysis (1937) identificeerde 7 technieken om de bevolking te waarschuwen.
In de jaren 1930 was iedereen overtuigd van de invloed van de media. Er werden talrijke studies uitgevoerd naar de effecten van kranten en film (bv. 1929-1933: Payne Fund-studies. Maar:
Berelson (1949): 'some kinds of communication on some kind of issues, brought to the attention to some kinds of people under some kinds of conditions, have some kinds of effects'.
Zogenaamde invasie van aliens in Noord-Amerika zorgde voor een grote schrikreactie.
Overzicht theorieën
'Machtige media': theorieën die de media veel macht toeschrijven of gericht zijn op die situaties waarin de media invloed uitoefenen
'Het actieve publiek': theorieën die de nadruk leggen op de activiteit van het publiek
'Audience cum content': theorieën die de inhoud van de media-boodschap en het publiek in hun onderlinge samenhang bestuderen
- Almacht van de media
- Binnen het paradigma van beperkte effecten
- Zwijgspiraal en de rol van de mening van anderen
- Marshall McLuhan
- Uses and Gratificationsbenadering
- Systeemtheorieën
- Culturele-indicatorenbenadering
- Agendasetting
- Priming en framing
- Culturele studies
H10 (informatieverwerking) vervalt!
Almacht van de media
Als je zou willen aantonen dat de almacht van de media inderdaad aanwezig is, welke twee mediagebeurtenissen zou je dan als 'bewijs' aandragen?
Verklaar je keuze!
Almacht van de media
Opkomst van de eerste massamedia aan het eind van de 19e eeuw:
- revolutie in de informatiewereld.
- voor het eerst konden grote aantallen mensen tegelijk met één
boodschap worden bereikt.
Dat de massamedia grote invloed uitoefenden, werd niet betwijfeld!
Verschillende theorieën, maar zij voldeden allemaal aan een aantal gemeenschappelijk kenmerken.
De verschillende stromingen uit die begintijd worden nu samengevat onder de naam 'almacht van de media'-theorie.
Almacht van de media
Stimulus-responstheorie als basis: het gedrag van mensen (respons) is het directe gevolg van datgene waarmee deze mensen worden geconfronteerd (stimulus).
Andere naamgevingen:
- stimulus-responsmodellen
- injectienaaldtheorie
- transportband
- lont in het kruitvat
- bullettheory
Almacht van de media
Daarnaast nog twee modellen van belang m.b.t. de almachttheorie:
Model: weergave van de
relaties tussen variabelen.

Theorie: verklaring van
die relaties.
Almacht van de media
Almacht van de media niet alleen een theoretische veronderstelling, maar leek ook door verschillende incidenten steeds weer bevestigd te worden:
Rol van propaganda
War of the worlds
Op 30 oktober 1938 zond CBS het door Orson Welles geregisseerde hoorspel 'War of the worlds' uit, naar het boek van H.G. Wells.
Onderzoek 1975 -> 2% van de bevolking was opgeschrikt..
Toen in de jaren '50 de TV opkwam, zochten onderzoekers wéér naar de (veronderstelde grote) invloed van het nieuwe medium op de kijker. Maar:
Maar ook na 1961 is het idee van machtige media nog steeds niet verdwenen, ondanks het feit dat het niet wordt ondersteund door onderzoek..
Katz (1987): 'In spite of the belief of advertisers, politicians, some academics, and the public that media campaigns are capable of inducing massive change in opinions, attitudes and actions - always somebody else's not one's own - the research evidence continues to show otherwise'.
Schramm, Lyle & Parker (1961): 'for some children, under some conditions, some television is harmful. For some children under the same conditions, or for the same children under other conditions, it may be beneficial. For most children, under most conditions, most television is propably neither particularly harmful nor particularly beneficial'.
Maar.. ondanks dat het idee van machtige media niet uit te roeien lijkt, zijn communicatiewetenschappers er langzamerhand achter gekomen dat alle acht kenmerken van de almachttheorie niet of alleen in bepaalde situaties opgaan.
Onderzoek naar media-effecten werd steeds meer populair door de opkomst van massamedia, bezorgdheid over de slechte invloed ervan, toenemende reclamebestedingen in de media en het succes van politieke propaganda.
Almacht van de media
Kritiekpunten:
- Massamedia bereiken niet iedereen, alleen al fysiek onmogelijk.
- Er is geen sprake van eenrichtingsverkeer, bv. omdat er rekening
wordt gehouden met voorkeuren van ontvangers.
- Er is geen direct verband tussen de inhoud van de boodschap en het
effect daarvan, ontvangers kunnen anders decoderen.
- Ontvanger is zeker niet in staat en ook niet bereid, alle
boodschappen op te nemen.
- Ontvanger is niet altijd passief en kritiekloos.
- Als er invloed is, waarom per sé slecht?
- Massamens? Elitemens?

- Verschillende soorten 'filters' geïdentificeerd tussen zender en ontvanger, die
ervoor zorgen dat het effect van de mediaboodschap wordt beperkt.
Paradigma van beperkte effecten
Filters: in 1960 door Klapper uitgewerkt in het model van beperkte effecten (limited-effectsmodel). Als de media al enige macht hebben, dan verloopt het communicatieproces niet zo simpel als de almachttheorie veronderstelt.

Zes factoren beperken
de macht van de media:
- Selectieve blootstelling
- Selectief waarnemen en onthouden
- Groepen en groepsnormen
- Interpersoonlijke verspreiding van de inhoud
van een boodschap
- Opinieleiderschap
- Het commerciële karakter van massamedia
Passief v.s. actief publiek
Passief
Deterministisch
Gericht op massa
Stimulus-respons
'Effecten' op publiek
Voorspelbaar
Betekenis gegeven
Maatschappelijke behoeften
Top-down
Controle over publiek
Actief
Vrije wil
Geïndividualiseerd
Decoding/interpretatie
Media-invloed varieert
Onvoorspelbaar
Betekenis geconstrueerd
Behoeften van mensen
Bottom-up
Publieksautonomie
Effect? Almacht van de media-theorie -> Ja!
Paradigma van beperkte effecten -> ja, maar..
Effect kan namelijk o.a. afhankelijk zijn van:
Bereik ->
Selectiviteit in mediagebruik->
IPC met opinieleiders ->
Onpersoonlijk karakter van massamedia ->
SES ->
Hoe nieuws zich verspreidt ->
Full transcript