Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

De verlichting (1700 - 1800)

No description
by

Petra Scheltema

on 7 October 2013

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of De verlichting (1700 - 1800)

De verlichting (1700 - 1800)
(Enlightement, Aufklärung, Siècle des Lumières)

Beeldende kunst en muziek
Beeldende kunst:
eerste helft 18e eeuw - rococo
tweede helft 18e eeuw - neo-classicisme
Geloof
Politiek en economie
Politiek:
Denkers als John Locke en Charles de Montesquieu bepleiten de Trias Politica
Conclusie
De Verlichting wordt gezien als een van de pijlers van de westerse beschaving. Ze wijzigde het denken over de politiek, de wetenschap, de economie, de cultuur, de opvoeding en de religie in de westerse wereld.
De Verlichting gaf aanleiding tot modernisering van de samenleving door middel van individualisering, emancipatie, feminisme, secularisering en globalisering. Het gelijkheidsbeginsel, de mensenrechten en de burgerrechten vinden er hun wortels, net zoals het 'vrijdenken', het klassiek-liberalisme, het socialisme, het anarchisme.
De Verlichting was een culture stroming die met name in West-Europa vrijwel de gehele 18e eeuw domineerde.
Men streefde naar meer licht in de (geestelijke) duisternis: naar meer kennis en geluk.
In deze periode werd de wereld langzaam maar zeker duidelijk, helder, 'verlicht'.

Doel: angst en bijgeloof laten verdwijnen en de mens op zichzelf te laten vertrouwen: op zijn verstand (ratio), hart en intuïtie
Belangrijke natuurwetenschappelijke ontwikkelingen
classificatie van de scheikundige elementen
Sir William Herschel bewees dat de Melkweg een schijfvormige massa sterren is
de bioloog Linnaeus legde de systematiek van de planten- en dierenwereld vast en voorzag alle bekende planten en dieren van de nu nog steeds gebruikte Latijnse benaming
fysici (o.a. Benjamin Franklin) onderzochten de elektriciteit
De Verlichting
De Wetenschap
Op religieus gebied hingen veel verlichte denkers het deïsme aan: de opvatting dat er wel een Opperwezen bestaat, maar dat de verering daarvan in de vorm van een godsdienst zinloos is.


De mens is van nature goed, maar moet door onderwijs verlost worden van zijn onwetendheid en bijgeloof.
De mens zal door het gebruiken van zijn verstand altijd het goede doen en verdraagzaam zijn.
Uitgangspunt is het rationalisme: de leer dat het verstand de enige betrouwbare bron van kennis is. Alles moet beredeneerd worden m.b.v. het helder en kritisch verstand.
Het kind is belangrijk, omdat bij hem de opvoeding tot een goed mens begint (kind = 'tabula rasa' - onbeschreven blad).
De literatuur is didactisch (lerend, onderwijzend): zij heeft als doel de mens op te voeden en kennis bij te brengen.
Verlichte ideeën
Ieder mens moet kunnen denken en geloven wat hij wil en overheden - wereldlijke en geestelijke - hebben
daar niets mee
te maken.
Godsdienstige tolerantie
Invloed van de Verlichting
Vrijwel alle ideeën van de Verlichting zijn op een of andere manier verwezenlijkt of worden nog steeds als een ideaal gezien:

scheiding van Kerk en staat
inperking van het vorstelijk gezag d.m.v. wetten
afschaffing van de slavernij en lijfstraffen
scheiding van de drie machten (Trias politica)
Dit zijn kenmerken geworden van de moderne westerse democratieën en de afwezigheid ervan is typerend voor dictaturen.
Het in de praktijk brengen van de ideeën van de Verlichting
De Amerikaanse revolutie (1776)

De Franse revolutie (1789): Franse volk kwam in opstand tegen de machthebbers (adel) onder de leuze 'vrijheid, gelijkheid en broederschap'
De samenleving


In de 17e eeuw waren in Europa de absolute monarchieën ontstaan: koninkrijken waarin alle macht bij de vorst berustte. Ook in de 18e eeuw bepaalde het absolutisme de politiek.
De kloof tussen arm en rijk was nog steeds heel groot. De bevolking en de welvaart (van met name de adel) nam toe. Het grootste deel van de bevolking had weinig tot niets te vertellen en weinig te besteden.

Vooral Engelse en Franse denkers als John Locke, Charles Montesquieu en Voltaire gingen zich verzetten tegen deze oneerlijke maatschappelijke verhoudingen. Zij pleitten voor:
meer persoonlijke vrijheid
tolerantie
eerlijker verdeling van de macht



De verlichtingsideeën waren erg optimistisch.
Rationalisme:
de menselijke ratio (verstand, rede) is in staat alles op te lossen.
Empirisme:
het is niet in de eerste plaats het verstand/de rede waarmee we de wereld leren kennen, maar juist de zintuiglijke waarnemingen.
Het empirisme ligt aan de basis van de natuurwetenschappen.

Basisbegrippen van het empirisch denken:
waarneming en experiment.
De mens is bij geboorte een onbeschreven blad (tabula rasa) en heeft geen kennis. Door zijn ervaring in de wereld ontstaat de kennis ervan.
wetgevende macht
(parlement)
uitvoerende macht
(regering)
rechterlijke macht
Economie:
Het streven naar grotere vrijheid kwam op economisch gebied tot uiting in het ontstaan van het liberalisme.
de overheid moet zich zo min mogelijk bemoeien met de economie, maar moet die overlaten aan het marktmechanisme (spel van vraag en aanbod), dat gereguleerd wordt door de onderlinge concurrentie van de producenten
Adam Smith



Muziek:
eerste helft 18e eeuw - barok (Bach, Händel)
tweede helft 18e eeuw - Weense klassieken (Haydn, Mozart, Beethoven
Literatuur
nieuwe (verlichtings)ideeën neo-classicisme
didactisch didactisch en moraliserend

Grootste didactische werk:
Encyclopédie o.l.v.
Denis Diderot

Proza Toneel en poëzie
De schrijver had een taak als opvoeder.
Nieuwe genres binnen het proza
Spectatoriale tijdschrift: tijdschrift waarin men artikelen kon vinden over wetenschap, beeldende kunst, literatuur, opvoedkunde, etc. Engeland: The Spectator Nederland: De Hollandsche Spectator, opgericht door Justus van Effen http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20101202_justusvaneffen01
Roman: hierin gaat het om de personages: de gebeurtenissen zijn een middel om de personages te beschrijven.
Imaginaire (denkbeeldige) reisverhaal: een tekst waarin men een reis beschrijft die nooit heeft plaatsgevonden, maar waarin de schijn wordt opgehouden dat het om een echte reis gaat. Utopische roman - de verzonnen hoofdpersoon maakte een verzonnen reis die vaak naar een volmaakte wereld ging.
Briefroman: het verhaal wordt verteld in brieven die de personages aan elkaar schrijven. Pamela, Samuel Richardson Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart, Betje Wolff en Aagje Deken http://www.schooltv.nl/beeld bank/clip/20101216_eersteromans01
Naast de verlichtingsproza had men ook de
Frans-classicistische literatuur.
Vertalen en imiteren van het werk van de zeventiende-eeuwse Franse toneelschrijvers.
De regels waaraan een volmaakt literair werk moest voldoen, stond in L'art poétique van Nicolas Boileau.
Door het streng toepassen van de regels ontstond er een starre literatuur.
Regels Frans-classicistische tragedie
Eind Renaissance: klassieke tragedies hadden plaatsgemaakt voor grote spektakelstukken. De achttiende-eeuwse schrijvers gingen weer echte tragedies schrijven, volgens de vaste regels.
vijf bedrijven
drie eenheden (plaats, tijd, handeling)
geen reien en lange monologen
de held laat zich leiden door zijn verstand
niet teveel mensen op het toneel
geen bloederige scènes
Naast de tragedie ontstond er, in navolging van Molière, de zedenkomedie:
een blijspel over de zeden en gewoonten van de burgerlijke elite.
Bijvoorbeeld: Het wederzijdse huwelijksbedrog - Pieter Langendijk.
Sentimentalisme
In de tweede helft van de 18e eeuw kwamen er reacties op het rationalisme en de Verlichting: de literatuur moest gevoeliger worden. Het gevoel kwam in het gedrang door de sterke nadruk op het verstand.
Rousseau was een schrijver die zich verzette tegen de te grote nadruk op het verstand.

In het sentimentalisme was de natuur van groot belang: hier kon men alleen zijn en de gevoelens van liefde, vriendschap en eenzaamheid het beste ervaren. De woeste, ongerepte natuur ademt stemmingen die overeenkomen met de gemoedstoestand van de verhaalfiguren. Liefde, eenzaamheid en droefheid zijn onderwerpen die in deze romans centraal staan.


Nieuwe genres binnen de poëzie
Satire (ook wel hekeldicht):
literair werk waarin de zwakheid van een persoon of een maatschappelijke toestand aan de kaak wordt gesteld.

Kindergedichtjes:
(opvoedkundige) gedichtjes die bijzonder moraliserend zijn en een wijze les bevatten. Deugden als leergierigheid, gehoorzaamheid, naastenliefde en godsdienstigheid staan centraal.
http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20101209_opvoedenverlichting01



Eerste schrijver die zich met kindergedichtjes bezig hield was Hieronymus van Alphen.
De lyrische poëzie, waarin het gevoel centraal staat, verdwijnt.
In de Verlichting ontstonden nieuwe ideeën over opvoeding. Zeer invloedrijk waren de opvattingen van Jean Jacques Rousseau.

De mens is in wezen goed, maar wordt bedorven door de maatschappij. Daarom moeten kinderen zo lang mogelijk in hun kinderwereld blijven.

Waarom verzette Rousseau zich tegen het rationalisme?
Jezelf ontwikkelen ging niet alleen met het verstand, maar vooral ook met gevoel.
De moderne maatschappij had de zuivere, natuurlijke mens beschadigd.
De mens moest 'terug naar de natuur'.
Vertegenwoordigers van het sentimentalisme
Rhijnvis Feith - Julia
Goethe - Die leiden des jungen Werters
Thomas Gray - Elegy written in a Country Churchyard (kerkhofpoëzie)


Goethe en Schiller maakten een Sturm und Drangperiode door: ze dweepten met de natuur, de vrijheid, de hartstocht en voelden zich genieën, die hun eigen wetten opstelden.
Opdracht
1. Wat houdt de Verlichting in?

2. Noem de Verlichtingsideeën (5)

3. Waar werd de politiek door bepaald?

4. Locke, De Montesquieu en Voltaire verzetten zich tegen de oneerlijke verhoudingen. Waar pleitten zij voor (3)?

5. Welke twee opvattingen bepaalden de wetenschap?

6. Wat houden die opvattingen in?
1. De Verlichting is een culturele stroming in de 18e eeuw waarin men streefde naar meer kennis en geluk.

2. a. Mens is van nature goed, maar moet door onderwijs verlost worden van onwetendheid en bijgeloof.
b. Mens zal door het gebruiken van zijn verstand altijd het goede doen en verdraagzaam zijn.
c. Uitgangspunt is het rationalisme.
d. Kind is belangrijk.
e. Literatuur is didactisch.

3. a. Meer persoonlijke vrijheid.
b. Tolerantie
c. Eerlijkere verdeling van machtsposities.

4. Rationalisme en empirisme.

5. Rationalisme: de menselijke ratio is in staat alles op te lossen.

Empirisme: rede/verstand én de zintuiglijke waarneming stellen de mens is staat de wereld te leren kennen.
Basisbegrippen zijn waarneming en experiment.
Opdracht
1. Welke opvatting op het gebied van het geloof hingen veel verlichte denkers aan?

2. Wat houdt die opvatting in?

3. Wat houdt de Trias Politica in?

4. Wie waren de bedenkers van de Trias Politica (2)?

5. Wat was de opvatting in de economie?
1. Deïsme.

2. Er is een opperwezen, maar de verering daarvan in de vorm van een godsdienst is zinloos.

3. Scheiding van de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht.

4. De Montesquieu en Locke

5. Liberalisme
Full transcript