Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Copy of Laag-Nederland

het zeekleilandschap en het laagveenlandschap
by

Rodney Nanninga

on 28 September 2015

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Copy of Laag-Nederland

Laag - Nederland
het zeekleilandschap en het laagveenlandschap
Door sloten te graven kon het veengebied worden ontwaterd. Hiermee werd het tijdelijk geschikt voor akkerbouw. Maar....het veen daalde door inklinking en oxydatie. Daardoor werd het algauw niet meer geschikt voor akkerbouw. Bovendien kwamen de veenriviertjes veel hoger te liggen dan het land: een gevaarlijke situatie. Om overstromingen te voorkomen werden veenstroompjes als de Amstel en de Rotte in de middeleeuwen afgedamd.
De keileem bij Texel, de uitlopers van het Drents plateau (tot aan de Waddeneilanden) en het pleistocene zand bij Zeeuws-Vlaanderen waren de hoge en vaste ankerpunten van de Nederlandse kust
Het eerste deel van het Holoceen steeg de zeespiegel snel. Grote delen van het huidige Nederland veranderden in zee (zeeklei) of moeras (veen). Alleen de ankerpunten staken in het westen en noorden nog boven het water uit
Toen de zeespiegel wat langzamer ging stijgen, werd de aanvoer van zand aan de kust groter dan de afbraak. Er ontstonden min of meer gesloten duinenrijen met daarachter uitgestrekte veenmoerassen.
In de Romeinse tijd bestond de Zuiderzee nog niet. Het Marsdiep tussen Texel en Den Helder was nog dicht. De kustlijn lag op veel plaatsen een stuk zeewaarts ten opzichte van tegenwoordig.
In het jaar 8oo n.C. was de zee tussen Vlieland en Terschelling naar binnen gedrongen. De zuiderzee ontstond. In steeds grotere delen van Noord- en Zuidwest-Nederland werd het veen weggeslagen en werd zeeklei afgezet.
In Groningen en Friesland, maar ook in de IJsseldelta en het rivierengebied wierpen de bewoners terpen of wierden op om zich te beschermen tegen het water dat steeds vaker het land binnendrong
De terpen werden gemaakt op de al wat hoger gelegen delen: de kwelderwallen. Daarom liggen ze op een rij.
Direct aan de kust staat bij springvloed het water even stil. Er wordt dan zeeklei afgezet. Deze kwelders liggen nu vaak buitendijks. Bij springvloed of storm loopt het water via kreken de kwelder in, en er later ook weer uit.
Sinds het einde van de laatste ijstijd (het Weichselien) is de zeespiegel aan het stijgen. De Nederlandse kust dankt zijn vorm aan de pleistocene ondergrond.
Na het jaar 800 won de zee steeds meer terrein op het land. Zo'n periode noemen we een transgressie. Tijdens grote overstromingen, zoals de Sint Elizabethsvloed van 1421 sloeg de zee grote gaten in de duinenrij. Grote gebieden kwamen onder water te staan. De kop van Noord-Holland verdween onder water. Met uitzondering van de keileembult op het eiland Wieringen.
Terpen moesten regelmatig opgehoogde worden. Iedere overstroming werd er immers een laagje zeeklei afgezet. Het land slibte dus langzaam op.
veen en klei komen lager te liggen als het opdroogt. Dit heet 'inklinking'. Zand doet dat niet. kreken zijn eigenlijk laagten in het landschap. Door inklinking kan het zand dat in de kreek is afgezet als een rug in het landschap achterblijven. Het reliëf is omgekeerd (reliëfinversie)
3 plekken in het zeekleilandschap
Het zeekleilandschap is heel vlak. Vlakbij de kust is de zeeklei zeer geschikt als akkerbouwgrond, verder van de kust (waar de klei erg ingeklonken is) alleen als grasland
Via geulen en kreken stroomt het water bij vloed de Waddenzee in en bij eb er weer uit. Hier wordt zand afgezet. Dichter bij de kust, op de kwelders klei
Noorderhaaks of Razende Bol is een getijdedelta die ontstaat daar waar de vloedstroom botst op de ebstroom die uit de Waddenzee stroomt. Omdat deze zandplaat bij springvloed niet meer onder water komt is het nu officieel een eiland.
Hoogveen bestaat met name uit veenmos. Een plantje dat tot 10 keer zijn eigen gewicht aan regenwater kan opzuigen. Hoogveengebieden zijn enorme sponzen, die het regenwater langdurig kunnen vasthouden
Met de Dam werd het veenstroompje de Amster afgedamd. Via het Damrak konden de schepen tot aan de Dam komen en daarachter ging het Rokin verder. Tegenwoordig zijn deze beide wateren wegen.
In het laagveenlandschap is het veen voor een groot deel afgegraven en opgebaggerd. Dit geen heel planmatig. Kolonisten kochten stukken veenmoeras op, groeven sloten en haalden het veen weg. Wat overbleef is het veenweidelandschap.
EINDE
Strandwallen zijn zandbanken die niet meer overstromen. Op strandwallen kunnen duinen worden gevormd. De eerste strandwallen die in Nederland zo'n 5.000 jaar geleden zijn gevormd liggen een stuk landinwaarts. Vanaf daar heeft de kust zich daarna zeewaarts uitgebreid.
Het Groningse Wad
akkerbouw en kwelder
Full transcript