Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Grammar Unit 1 All tenses

Havo Vwo 4
by

Meneer Valstar

on 14 September 2016

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Grammar Unit 1 All tenses

Grammar Unit 1
Present Simple
Present Continuous
Past Simple
Past Continuous
Present Perfect
Present Perfect Continuous
Past Perfect
Past Perfect Continuous
We start out "simple"
Present Simple
Pronoun Verb

I look
you do not look (don't look)
we
they

he looks
she does not look (doesn't look)
it
(ook wel bekend als SHIT)
Vorm
Gebruik
Voor het geval je nog een, erg geduldige, uitleg willen die je ook nog eens kunt terugspoelen
Present Continuous
Pronoun Form of "to be" Verb
I am ('m) looking
am not ('m not)

you are ('re)
we are not (aren't)
they

he is ('s)
she is not (isn't)
it
(SHIT)
Vorm
a. om een activiteit te benadrukken. Deze is van tijdelijke aard en nu bezig (niet afgesloten).

b. bij irritatie

c. om naar de toekomst te verwijzen. Het gaat ook hier om iets wat gepland staat, maar niet volgens een vast tijdschema. Het geplande is in de nabije toekomst.
Gebruik
a. Where is he (now)? He is editing the latest installment of his online video log.

b. He is (always) clicking his pen consistently, I can't concentrate.

c. Tomorrow afternoon, I'm kicking your ass.
Voorbeelden
Present Simple
vs.
Present Continuous

(cc) image by anemoneprojectors on Flickr
Present Simple
Present Continuous
Nadruk op activiteit
Regelmaat
Feit
Gewoonte
Irritatie
Naar de toekomst verwijzen. Gepland, maar niet volgens een vast tijdschema. Het geplande is in de nabije toekomst.
Naar de toekomst verwijzen, iets wat volgens een vaststaand schema of dienstregeling (of iets dergelijks) gebeurt. (trein/vliegtuig)
1. John (play) football at the moment.
2. They often (give) tests at our school.
3. I (dislike) my teacher.
4. Look! Mandy and Susan (watch) The Dark Knight Rises
5. I think they (give) tests way too often at our school.
6. The sun (shine).
7. They sometimes (recite) poems in the lessons.
8. Listen! The band (test) the new guitar.
9. First I (wash), then I dress.
10. Every morning my mother (wake) at 6 o'clock.
Present Simple or Present Continuous?
1. John is playing football at the moment.
2. They often give tests at our school.
3. I dislike my teacher.
4. Look! Mandy and Susan are watching The Dark Knight
Rises.
5. I think they are giving tests way too often at our school.
6. The sun shines.
7. They sometimes recite poems in the lessons.
8. Listen! The band is testing the new guitar.
9. First I wash, then I dress.
10. Every morning my mother wakes at 6 o'clock.
Present Simple or Present Continuous (answers)
Verleden tijd in zijn simpelste vorm
Past Simple
Regelmatige vorm is werkwoord + ed.
Onregelmatige vormen dien je te leren! (Unit 12)

Pronoun Verb

I looked
you
we
they
he
she
it
Voor ontkennende/negatieve zinnen gebruiken we het (hulpwerkwoord) auxiliary verb "did".

Pronoun Auxiliary verb Main verb

I did not (didn't) look
you
we
they
he
she
it
Ontkennende vorm
Ook bij vraagzinnen hebben we "did" nodig. De zinsvolgorde verandert ook.

Auxiliary Pronoun Main verb
Did I look?
you
we
they
he
she
it

Er is een uitzondering: het werkwoord "to be".

Pronoun Verb
I was
he was not (wasn't)
she
it

you were
we were not (weren't)
they
Vragende vorm
a. Als iets duidelijk voorbij is.

en/of

b. Als tijd en/of plaats van belang zijn.
Gebruik
Past Continuous
Pronoun Past form of "to be" Main verb

I was looking
he was not (wasn't)
she
it

you were
we were not (weren't)
they
Vorm
a. nadruk op activiteit van tijdelijke aard

b. bij irritatie

c. om vanuit een punt in het verleden naar de toekomst te verwijzen (die toekomst ligt NU ook in het verleden)
Gebruik
Voorbeelden
a. We were throwing bibles in class last week.

b. She was always hogging the computer, I could never use it.

c. We were meeting Romana this afternoon, but Rinus kidnapped her
Voorbeelden
G-Low changed his name to Angelyrical

She decided to break up with me three years ago.
Past Simple
Past Continuous
Past Simple
Past Continuous
Nadruk op activiteit
Afgesloten
Irritatie
Om vanuit een punt in het verleden naar de toekomst te verwijzen (die toekomst ligt NU ook in het verleden)
Tijd en/of plaats zijn belangrijk
Past Simple or Past Continuous?
1. While I (to text), the school bus (to arrive).
2. Cindy (to break) her leg while she (to snowboard).
3. We (to take) an English test when the fire alarm (to go) off.
4. Mr. Janssen (to drive) at 150 km/h when a policeman (to stop) him.
5. When (to see) her?
6. It (to snow) and cars (to slide) all over the road.
7. They (to talk) so loud I couldn't hear him.
8. Where you (to throw up)?
9. What (to do) when you (to hear) about Jupiter?
10. She said that she (not/to feel) happy, so I (to talk) to her.
Past Simple or Past Continuous Answers
1. While I was texting, the school bus arrived.
2. Cindy broke her leg while she was snowboarding.
3. We were taking an English test when the fire alarm went off.
4. Mr. Janssen was driving at 150 km/h when a policeman stopped him.
5. When did you see her?
6. It was snowing and cars were sliding all over the road.
7. They were talking so loud I couldn't hear him.
8. Where did you throw up?
9. What were you doing when you heard about Jupiter?
10. She said that she was not feeling happy,
so I talked to her.
Present Perfect
Pronoun Form of "to have" Verb

I have ('ve) looked
you have not (haven't)
we
they

he has looked
she has not (hasn't)
it
Vorm
a. Als het minder belangrijk is waar
of wanneer iets precies gebeurd is,
als het vooral gaat om het
resultaat.

b. Als iets in het verleden is
begonnen en duurt tot en met nu.
Gebruik
Voorbeelden
a. Have you seen my MP3 player? (weet
je waar ik die nu kan vinden?)
a. They still haven't left. (resultaat, ze
zijn er nog)

b. I have been ill all day. (nu nogsteeds)
Past simple
Present Perfect
Past Simple or Present Perfect?
1. Als iets altijd, soms of vaak (regelmaat) gebeurt/Als iets (een situatie) blijvend is
2. Als iets een gewoonte is.
3. Feit/Als iets over het algemeen zo is (general rule)

b. Om naar de toekomst te verwijzen bij iets wat volgens een vaststaand schema of dienstregeling (of iets dergelijks) gebeurt. (trein/vliegtuig)

c. Wanneer je iets beschrijft wat precies op dat moment gebeurt, zoals sportverslagen en demonstraties.

d. Om gebeurtenissen of verhalen
weer 'tot leven te brengen'/actief
te maken.
Voorbeelden


1. She always checks out all the boys.
2. I wake up 8:00 every morning.
3. Water boils at 100 degrees Celsius.

b. Your train leaves 22:05 tonight.

c. Wade lobs up the pass and LeBron finishes the
alley-oop.
c. I put the usb plug in the usb port like this.

d. In the latest episode of Dexter, Dexter investigates
a murder depicting the four horsemen of the
Apocalypse.
d. The Twilight saga tells the story of a young
vampire who falls in love with a mortal girl.
Present Perfect
Continuous

Pronoun Form of "to have" and "to be" Verb

I have ('ve) been looking
you have not (haven't) been
we
they

he has been
she has not (hasn't) been
it
(SHIT)
Vorm
Gebruik
Hetzelfde als de Present Perfect (Simple), alleen ligt nu de nadruk op de activiteit.
Waar is iemand mee bezig geweest (resultaat) of is daar nog steeds mee bezig?

a. Als het minder belangrijk is waar of wanneer iets precies gebeurd is, als
het vooral gaat om het resultaat.

b. Als iets in het verleden is begonnen en duurt tot en met nu.

c. Verder is het zoals een continuous vorm betaamd mogelijk om de Present Perfect Continuous te gebruiken om irritatie te verwoorden.

Have you been reading my diary again?
Present Perfect (Simple)
vs.
Present Perfect Continuous

Present Perfect (Simple)
Present Perfect Continuous
Als het minder belangrijk is waar of wanneer iets precies gebeurd is, als het vooral gaat om het resultaat.
Als iets in het verleden is begonnen en duurt tot en met nu.
Nadruk op de activiteit. Waar is iemand mee bezig geweest (resultaat) of is daar nog steeds mee bezig?
Bij verwoording van irritatie
Present Perfect or Present Perfect Continuous
1. Karen (to send) me an e-mail.
2. My parents (to smoke) for years.
3. He (to wait) for his girlfriend since 6 o'clock.
4. They already (to pack) their rucksacks.
5. Max and Paul (to ride) their bikes all day.
Present Perfect or Present Perfect Continuous (answers)
1. Karen has sent me an e-mail.
2. My parents have been smoking for years.
3. He has been waiting for his girlfriend
since 6 o'clock.
4. They have already packed their rucksacks.
5. Max and Paul have been riding their bikes
all day.
Past
Future
Now
Past Perfect
Vorm
I had ('d) looked
you had not (hadn't)
we
they
he
she
it
Gebruik
De past perfect wordt gebruikt om gebeurtenissen en activiteiten die zich voor gebeurtenissen in de simple past of de present perfect afspelen te verwoorden.

The couple had had an argument (eerst) before they arrived at the reception (later).
Past Perfect Continuous
Vorm
Pronoun Past of "to have" and "to be" Verb (+ing)

I had ('d) been looking
you had not (hadn't) been
we
they
he
she
it
Gebruik
Als je wilt verwoorden waar iemand mee bezig was of was geweest vóór een bepaald moment. (nadruk op de activiteit, zoals met alle continuous vormen)

We had only been playing for ten minutes, when it began to rain.
Past Simple or Past Perfect?
1. She (to live) in Sweden before she (to go to) Norway.
2. After we (to eat) the cornflakes, Henry (to come) in.
3. Before Romana (to run) to Rinus' house, he (to phone) him.
4. After they (to pack) their rucksacks, they (to ride) away on
their bikes.
5. Gerry (to help) his grandma in the house because his father
(to tell) him so.
6. The cat (to hide) under the chair because the children (to
be) so loud.
7. Before the students (to start) to write, the teacher (to
collect) their mobile phones.
8. After Max (to finish) his breakfast, he (to leave) the flat.
9. Laura (to repair) her glasses because her brother (to break)
them.
10. By the time the show (to begin), all friends (to arrive).
Exercises
Answer
1. She had lived in Sweden before she went to Norway.
2. After we had eaten the cornflakes, Henry came in.
3. Before Ken ran to Kerry's house, he had phoned him.
4. After they had packed their rucksacks, they rode away on
their bikes.
5. Gerry helped his grandma in the house because his father
had told him so.
6. The cat hid under the chair because the children had been
so loud.
7. Before the students started to write, the teacher had
collected their mobile phones.
8. After Max had finished his breakfast, he left the flat.
9. Laura repaired her glasses because her brother had broken
them.
10. By the time the show began, all friends had arrived.
Past Simple (tijd/plaats)
Present Perfect (resultaat)
Past Perfect
Past Perfect Continuous (activiteit)
Present Simple
Present Continuous (activiteit)
Present Perfect
(verleden t/m nu)
Present Simple (tijdschema)
Present Continuous (gepland)
(Niet volgens tijdschema)
Exercises
1. Peter (to play) football yesterday.
2. They (to clean) the car. It looks new again.
3. Last year we (to go) to Italy.
4. John and Peggy (to read) the book. Now they can
watch the film.
5. I (to visit) my friend two days ago.
6. We (never/to visit) another country before.
7. She (to buy) a new car in 2005.
8. I'm sorry, but I (to forget) my homework.
9. You (to win) the game of chess?
10. The girls (not/to eat) their lunch yet.
Answers
1. Peter played football yesterday.
2. They have cleaned the car. It looks new again.
3. Last year we went to Italy.
4. John and Peggy have just read the book. Now they
can watch the film.
5. I met my friend two days ago.
6. We have never visited another country before.
7. She bought a new car in 2005.
8. I'm sorry, but I have forgotten my homework.
9. Have you won the game of chess?
10. The girls have not eaten their lunch yet.
V
S
Past Simple
Present Perfect
Als het minder belangrijk is waar of wanneer iets precies gebeurd is, als het vooral gaat om het resultaat.
Als iets in het verleden is begonnen en duurt tot en met nu.
Als tijd en/of plaats belangrijk zijn
Als iets afgesloten is
Past Simple en Past Continuous onderscheiden
Bij het onderscheiden van deze tenses letten we er vooral op of iets een activiteit/bezigheid is of irritatie verwoord (past continuous) net zoals we doen om de present simple en present continuous te onderscheiden.

Deze twee tenses worden daarnaast ook vaak gebruikt om
bezigheden/activiteiten (langere duur)
en
gebeurtenissen (kortere duur)
die tegelijkertijd gebeuren te onderscheiden:

She
was driving
when a dog suddenly
crossed
the road.

De hond schiet over de weg terwijl ze rijdt. Beide zaken gebeuren tegelijkertijd. Echter, met het rijden was ze eerder
bezig
en zal ze naderhand, hopelijk, ook nog mee
bezig
zijn. Dit duurt dus langer. Om
het langere rijden
te onderscheiden van
het veel kortere over de weg schieten van de hond
gebruiken we
de past continuous vorm voor het rijden
,
de past simple vorm voor het over de weg schieten.


Om het in eerder geleerde termen te schrijven: ze was op dat moment
aan het rijden (activiteit, toen mee bezig)
toen de hond
over de weg schoot (een gegeven
, het draait er niet om dat de hond er toen mee bezig was)
.
Full transcript