Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

deNieuwstepabo volgens model van Van den Akker

No description
by

Marcel Gijsen

on 26 February 2014

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of deNieuwstepabo volgens model van Van den Akker

deNieuwstepabo
Leeromgeving
Studenten leren vanuit een prikkelende, uitdagende leeromgeving. De leeromgeving betreft de fysieke en digitale context van de opleiding, de werkplek en daarbuiten. Het leerproces wordt verbonden aan authentieke taken. Het is de student duidelijk waarom deze taken in het perspectief van het beroep worden uitgevoerd. In de eigen leervragen en het beroepsperspectief ligt de motivatie voor het leerproces. Op deze wijze wordt het leren als zinvol en uitdagend ervaren. De student zoomt, met hulp van vakexperts en andere begeleiders, in op zijn ervaringen (verdiepen) en neemt afstand (uitzoomen) om de relatie met het geheel te kunnen zien. De student ervaart zo een steeds grotere grip op zijn eigen leerproces en op het vak. Succeservaringen doet hij vooral op in de mate waarin hij er in slaagt het kind te helpen bij zijn ontwikkeling (inhoudelijk, didactisch en pedagogisch). De snelheid waarmee dit proces vordert, verschilt van student tot student.


"Location"
Toets stuurt het leren
Toetsen stimuleren en beoordelen de professionele ontwikkeling van de student. Toetsen hebben een signalerende en selecterende functie, geven feedback en feedforward, het is daarom meer dan afrekenen. De toetsen sturen het leren. Dit betekent dat het toetssysteem, de organisatie en de toetscriteria borgen dat het gewenste studie- en leergedrag wordt opgeroepen. Dit is ook herkenbaar voor de student. De opleiding heeft hoge verwachtingen van de student, vanaf het begin van de opleiding, zodat de student zich hiernaar gaat verhouden. De organisatie van de toetsing is zo dat er een spreiding is van beoordelings- en feedbackmomenten om piekbelasting (van docenten en studenten), uitstelgedrag en studievertraging te voorkomen. Wanneer toetsen bovendien niet als sluitstuk worden ingezet, kan de student nog gericht iets met de feedback doen en daarvan leren.

"Assessment"
o Het  programma  is  geschreven  vanuit  een  ontwikkelingsgerichte  visie  op  opleiden  waarbij  rekening  wordt  gehouden met  de  individuele  student  (SLB­‐competenties  en  Dublindescriptoren) wordt  de  
student  aangesproken  op  zijn  niveau.  
o Het  programma  geeft  de  student  de  gelegenheid  om  zijn  eigen  leren  te  sturen,  zich  te  profileren  en  de  eigen  praktijk te  onderzoeken  (onderzoekende  houding).  De  toetsing  heeft  hierbij  een  sturende  en  selecterende  functie.  
o Er  is  aandacht  voor  de  excellente  student  die meer wil  door  verdiepingsmogelijkheden  aan  te  bieden.  
o Het  programma  kent  een  opbouw  in  de  fasering  (zie  verder  de  curriculumlijnen):  
o In  de  ontwikkeling  van  het  beroep  wordt  vanaf  het  begin  van  de  opleiding  rekening  gehouden  met diversiteit  bij  studenten  en  leerlingen  en  met  een  toenemende  verantwoordelijkheid  in  de  uitoefening  van het  beroep.  
o Het  curriculum  wordt  daarnaast  gekenmerkt  door:  een  integratie  van  wetenschap  &  techniek  in  andere vakken,  integratie  van  een  onderzoekslijn,  nieuwe  media  en  internationalisering  in  alle  fasen  van  de opleiding.  
"Aims & Objectives"
Er  zijn  4  fasen  in  de  opleiding:    
1. opleidingbekwaam   (propedeutische fase,
jaar 1)  
2. profileringbekwaam (jaar 2)  
3. LIO-­‐bekwaam      (jaar 3)  
4. startbekwaam     (jaar 4)
"Content"
In het werkplekleren in een opleiding tot leerkracht basisonderwijs zijn vele actoren actief
"Teacher role(s)"
Open digitale Leeromgeving:
www.denieuwstepabo.nl
"Materials & Resources"
"Grouping"
Time
 
Voor de  kennisbases  worden extra  bijeenkomsten  ingepland.    
Voor  de  domeinen  Oriëntatie  op  Jezelf  en  de  Wereld,  Kunstzinnige  Vorming,  Rekenen  en  Nederlands   wordt  in  jaar  1  in  elke  periode  drie  onderwijswerkplaatsen  ingeroosterd.  De  inhoud  van  de  
onderwijswerkplaats  betreft:  werken  aan  eigen  vaardigheid,  vragen  van  studenten  n.a.v.  de   beroepspraktijk  en  het  thema  en  door  de  docent  geplande  activiteiten.  Aanwezigheid  van  studenten   is  facultatief,  maar  niet  vrijblijvend  (inschrijven  betekent  aanwezigheid).  
 
Zelfstudie  vindt  plaats  op  het  instituut,  op  de  werkplek  en  thuis.  Ter  ondersteuning  zijn  digitale  en   fysieke  leeromgevingen  ingericht.
"Learning-activities"
Implemented:
- operational

Urenverdeling per periode
WERKPLEKLEREN
Het werkplekleren is vanaf het begin een essentieel onderdeel van de opleiding en beslaat 40% van de opleidingstijd. Het aantal opleidingsscholen is beperkt om zo de kwaliteit te kunnen borgen en de stagiaires te concentreren. Concreet betekent dit dat in het gebied van Weert-Kerkrade en Maastricht-Heuvelland zo’n 80 opleidingscholen (van de circa 400 basisscholen).

Meerdere niveaus
Toetsing gebeurt op meerdere niveaus (zoals kennis, vaardigheden, transfer en toepassing) en in verschillende vormen, afhankelijk van de doelen. Het onderwijs sluit hierop aan. De voorkeur gaat uit naar een holistische wijze van toetsing en niet naar een versnipperd toetssysteem. De opleiding stelt de norm (op HBO-niveau; afgeleid uit Dublin-descriptoren en SLB competenties) vast, stelt de eisen en houdt hieraan vast. De student heeft hierbinnen ruimte voor eigen initiatief. De manier waarop de eigen inbreng van studenten vorm krijgt, verschilt per doel en fase in de opleiding. Voorbeelden zijn: leveren van eigen producten, afnemen van peerassessments, keuzemogelijkheden, eigen inbreng in wat hij wil laten zien op de werkplek, verzoek tot toetsafname, e.d.


Beoordelen van gedrag
Het beoordelen van gedrag gebeurt niet op basis van een momentopname, maar gebeurt op basis van meerdere momenten en met gebruik van verschillende instrumenten, in samenspraak met alle betrokkenen. Beoordelen en begeleiden worden daarbij zoveel mogelijk gescheiden. Het instituut draagt daarbij formeel de eindverantwoordelijkheid voor de beoordeling.

Kwaliteit
De kwaliteit van de toetsen wordt bewaakt aan de hand van vastgestelde criteria uit het toetsplan van de opleiding. Om de uitgangspunten van de visie, de criteria en de kwaliteit van toetsen te borgen, is er aandacht voor professionalisering van toetsontwerpers en beoordelaars (incl. assessoren). Ten behoeve van verdere ontwikkeling worden de uitvoering van het toetsbeleid en de uitgangspunten regelmatig geëvalueerd.


De opleidingsdidactiek is herkenbaar op verschillende niveaus:
In de structuur van de opleiding
In elk thema staan een of meerdere authentieke beroepstaken centraal. Deze zijn geordend naar de mate van toenemende complexiteit. Vakken worden geïntegreerd in elk thema, maar blijven herkenbaar met eigen specifieke inhoud. Periode 1 t/m 10 kent een A-B-C ritmiek. Deze structuur maakt transfer en een goede integratie van theorie en praktijk mogelijk. Alle opleiders, ieder vanuit de eigen rol (vakexpert, tutor, SLB’er, mentor, schoolopleider), zijn gericht op de integratie van kennisontwikkeling, professionele en persoonlijke ontwikkeling van de student.
In het werkplekleren
Het werkplekleren is vanaf het begin van de opleiding een essentieel onderdeel van het totaal en omvat 40% van de opleidingstijd. De werkplek wordt in alle facetten optimaal benut voor de integratie van kennis en de professionele en persoonlijke ontwikkeling. Werkplekleren is contextgebonden, daarom is er expliciete aandacht voor transfer en de-contextualiseren.
In het primair proces
De opleider in contact met de student is vanuit de eigen rol gericht op het stimuleren van een onderzoekende houding, verbinding van theorie en praktijk, aanzetten tot verdieping en betekenisvol leren, integratie van diverse onderdelen en het zoeken naar samenhang tussen persoonlijke, professionele en kennisontwikkeling.

Domein Vakken Percentage per domein:

1 Menswetenschappen Onderwijskunde
Pedagogiek (Ontwikkelings-) psychologie
Filosofie Ethiek Levensbeschouwing 23%

2 Taal- & schrijfonderwijs Nederlands Engels
Schrijven 25%

3 Rekenen & wiskunde Rekenen & wiskunde 19%

4 Oriëntatie op Mens en Wereld
Aardrijkskunde Geschiedenis Natuur & gezondheid
13%

5 Kunstzinnige vorming Tekenen Handvaardigheid
Muziek Drama 17%

6 Bewegingsonderwijs Bewegingsonderwijs 2%


ROLLEN EN TAKEN IN DE LERENDE DRIEHOEK
MENTOR
is verantwoordelijk voor de eerstelijns begeleiding en ondersteuning van de individuele student op de werkplek. (voert overleg over leerwerkplan, biedt structuur, biedt ruimte, is model, geeft feedforward en feedback naar aanleiding van (les-)activiteiten, producten en de persoonlijke ontwikkeling van de student);

De Nieuwste Pabo leidt leerkrachten op vanuit een duidelijke eigen visie op het beroep, op leren en op het opleiden voor dat beroep

Daarom is er gekozen voor het leren in de lerende driehoek, waarin docent (pabo), leerkracht (basisonderwijs) en student samen professionaliseren. Het opleiden vindt plaats op het instituut en op de leerwerkplek, waar 40% van het curriculum wordt uitgevoerd. Het onderwijs wordt vormgegeven in thema’s met bijbehorende beroepstaken, die zowel op het instituut als op de werkplek hun plek krijgen.
Structuur onderwijsprogramma
Wetenschap & techniek, nieuwe media en onderzoek komen geïntegreerd en regelmatig naast de genoemde domeinen en vakken voor.

Verdeling:
Instituutsleren-werkplekleren per periode van 10 weken
 
Het  werkplekleren  van  de  student  (leren  en  werken  vanuit  doelen,  afkomstig  van  thema,  persoon  en  
schoolontwikkeling)  vindt  plaats  op  opleidingscholen.  Op  de  werkplek  werkt  de  student  aan  zijn  eigen  leerwerkplan,  legt  hij    de  verbinding  tussen  theorie   en  praktijk,  herkent  hij  de  authentieke  beroepsituaties,  doet  hij  relevante  kennis  en  ervaring  op  ten   aanzien  van  de  beroepstaken,  zowel  in  lesgebonden  activiteiten  als  buiten  de  groep  en  levert  hij  een   bijdrage  aan  de  schoolontwikkeling.  Hierdoor  ontwikkelt  de  student  zich  als  persoon  en  als  professional.
ABC-WEKEN EN WERKPLEKLEREN
Het werkplekleren is vanaf het begin een essentieel onderdeel van de opleiding en beslaat 40% van de opleidingstijd. Het streven is om door de gekozen structuur een optimale integratie te bewerkstelligen van kennis en de professionele en persoonlijke ontwikkeling. De student wordt begeleid om zelf de transfer te maken tussen theorie en praktijk en studieonderdelen met elkaar te verbinden.

DOCENT ONDERWIJSGROEP (TUTOR)
- begeleidt de themagerelateerde onderwijsgroepen op het instituut aan de hand van de beroepstaken
- begeleidt op metaniveau het leren en werken van de student;
- monitort de werkwijze tijdens het onderzoek;
- ziet erop toe dat iedereen goed bijdraagt aan het samenwerkings- en leerproces;
- let erop dat de inhoud tot zijn recht komt (bij het onderwerp blijven, stimuleren van diepgang en onderzoekende houding, samenhang bewaken, terugkoppeling naar de probleemstelling, e.d.);
- ondersteunt in de onderwijsgroep de verbinding van de beroepstaken (incl. samenhang met de vakgerichte bijeenkomsten) naar het werkplekleren en andersom.


VAKDOCENT Op het instituut :
- structureert in de A-weken vanuit het domein en
het thema de B-weken voor (dit geldt m.n. voor
periode 1 t/m 11);
- organiseert en stimuleert het uitwisselen van
leerervaringen van de werkplek bij terugkomst op de
opleiding in de C-weken, decontextualiseert,
generaliseert, zet aan tot verdieping en helpt bij de
transfer (pendel theorie - praktijk);
- geeft feedback en feedforward op beroepsproducten
van studenten;
- verzorgt onderwijswerkplaatsen.

SCHOOLOPLEIDER
- informeert en coacht de mentoren in het
stimuleren van reflectie, zelfsturing en
transfer door de student;
- houdt op afstand zicht op het doorgaande
ontwikkelproces van de studentengroep en
de wijze waarop zij leerdoelen vertalen in
effectieve planning van activiteiten;
- coördineert de leervragen en
ontwikkelbehoeften van studenten op de
werkplek;
- stimuleert in groepsbijeenkomsten de pendel
tussen theorie en praktijk;
- is bekend met opleidingsvisie en curriculum;


STUDIELOOPBAANBEGELEIDER

- is een ontwikkelingsgerichte coach voor
studentengroep en individuele student,
gericht op de persoonlijke ontwikkeling van
de student (persoonlijke kwaliteiten,
waarden, normen, visie, identiteit, beelden
en opvattingen, studievoortgang etc.), zodat
de student betekenis kan verlenen aan zijn
studie en beroep en zich kan ontwikkelen
tot een zelfsturende professional;
- ondersteunt de professionele ontwikkeling
van de student door diens ontwikkeling te
volgen, waar nodig bij te sturen en af te
zetten tegen de verwachtingen en eisen
van de opleiding per fase en
curriculumonderdeel;


"Rationale"
volgens model van Van Den Akker (2003)
MATRIX fasering SBL-competenties:  Deze  matrix  moet  gelezen  worden  als  een   proces:  in  alle  fasen  vinden  alle  verantwoordelijkheden  plaats  met  een  andere  (complexere)  opbouw   van  die  verantwoordelijkheid.
SBL-competenties :
http://scan.onderwijscooperatie.nl/bekwaamheid/matrix.swf
Piramide van Miller (1990)
Dublin-Decriptoren:
http://www.nvao.net/page/downloads/Dublin_Descriptoren.pdf
Kennisbasis HBO-raad (2012)
Speerpunten dNP :
Blogomgeving :
Leerplein
Kennisbasis HBO-raad (2012):
http://www.10voordeleraar.nl
SBL-competenties :
http://scan.onderwijscooperatie.nl/bekwaamheid/matrix.swf
Dublin-Decriptoren:
http://www.nvao.net/page/downloads/Dublin_Descriptoren.pdf
Organisatie rondom de
jaargroepen
Alle studenten worden voor een heel studiejaar gekoppeld
aan een opleidingsschool. Om een zogenaamd ‘leraarsnest’
te creëren wordt er gestreefd naar het plaatsen van
meerdere studenten van leerjaar een tot en met
vier op één opleidingsschool.
"Leraarsnesten in de
opleidingsscholen"
Full transcript