Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Frans: Het delend lidwoord

No description
by

Beerend Segeren

on 14 January 2013

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Frans: Het delend lidwoord

L'article partitif Het Delend Lidwoord - onbepaalde hoeveelheid


- NL: géén lidwoord Omschrijving Vormen 5+7= (cc) image by anemoneprojectors on Flickr Zelfstandig naamwoord Lidwoord Delend Lidwoord mannelijk enkelvoud du vrouwelijk enkelvoud meervoud begint met klinker of stomme h de la des de l' le la l' les Voorbeelden le vin de wijn du vin wijn l' argent het geld de l' argent geld la viande het vlees de la viande vlees les pommes de appels des pommes appels Uitzonderingen de i.p.v. delend lidwoord - na een ontkenning IL n'y a pas de vin - na woorden van hoeveelheid Un kilo de pommes - Als in meervoud een bijv. nw. vóór het zelfs. nw. staat J'ai de bons amis - bij être blijft delend lidwoord na ontkenning staan Ce n'est pas du vin - na plusieurs en quelques geen des of de plusieurs jours
quelques livres - wel des bij BIEN DES en LA PLUPART DES bien des amis
la plupart des maisons - geen delend lidwoord na voorzetsels DE, SANS en EN Elle parle d'amis
sans argent
un montre en or Uitdrukkingen zonder delend lidwoord avec plaisir
avoir faim
avoir soif
avoir sommeil
avoir envie de
avoir peur
avoir raison
avoir tort
avoir mal met genoegen
honger hebben
dorst hebben
slaap hebben
zin hebben om te
bang zijn
gelijk hebben
ongelijk hebben
pijn hebben Blz. 10 van grammaire essentielle
Full transcript