Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Filosofie

WTF is Filosofie?
by

Sofie Cuypers

on 17 August 2010

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Filosofie

Filosofie
Een kritisch denkende activiteit
over de gehele werkelijkheid
die shockerend of ontnuchterend kan zijn.
Dynamisch en kritisch blijven zoeken.
Het systematisch denken
gaande tot het fundament
gedreven door verwondering.
volle inzet, tijdsinnemend
De vanzelfsprekendheid of evidentie doorbreken
Niet 1 deelaspect zoals vb. Fysica.
Wel in zijn totaal en in zijn samenhang bekeken.
filosofie is geen eindpunt
wel een houding.
Kenmerken
Stap voor stap, gericht denken.
Radicaal, tot radix = tot wortel.
Tot de kern, zoals het kind kan doorvragen.
het door - denken.
Zoals kind. Kan ook negatief: vertwijfeling. (vb. als iemand sterft.)
Aristoteles: Verwondering = fundament voor filosofisch denken.
Niet-Cognitieve verwondering= is de realiteit werkelijkheid? niet enkel emotionele of subjectieve verwondering maar wel het standpunt tegenover de werkelijkheid hoe we die zien.
1. Denkende activiteit
2. De gehele werkelijkheid.
3. Ontnuchterend / shockerend
4. Dynamisch.
5. Kritisch.
Verder zoeken en denken.
Alles in vraag stellen.
de vanzelfsprekendheid of evidentie van de dingen doorbreken.
6. Systematisch.
7. Radicaal / Fundamanteel.
8. Verwondering.
Is de Realiteit werkelijkheid?
Filosofie is het zoeken naar de werkelijkheid dmv verwondering.
Filosofie is het verder kijken dan je neus lang is. Niet al het voorgekauwde voor waar aannemen zonder eigen gedacht.
Filosoferen is het verder door-denken en zoeken, kritisch zijn, alles in vraag stellen, een diepere betekenis zoeken.
Wat is Filosofie?
Waarom leven wij?
Waarom sterven wij?
algemeen:
Wijsgerige Antropologie
Epistemologie
of Wijsgerige Kenleer
Metafysica
Filosoferen is...
De vraag naar de mens in relatie tot de andere mens, tot de wereld en het absolute:
wie is de mens?
Wat is zijn plaats in de wereld?
De vraag naar de grondslagen van de menselijke kennis:
Hoe is kennis mogelijk?
Wat is waarheid?
De vraag naar alles wat voorbij het waarneembare ligt:
Hoe komt het dat de wereld bestaat?
Dat er iets is dan eerder niets?
Is er een "Zijnde" dat het zijn aan alle zijnden geeft? (scheppingsprobleem)
Meta = voorbij
fysica = natuur
Epistème = kennis, logos, denken, wetenschap
Onderzoek naar de fundamenten van de werkelijkheid
Alle "Zijden" = noodzakelijke fundamentele veronderstelling om de werkelijkheid te kunnen begrijpen.
Een veronderstelling van een continuïteit in een verandering, 2 verschillende gedaanten.
Vb: Graan is - Meel is. Meel is uit graan geworden dus heeft iets gemeenschappelijk en is toch een andere gedaante.
Deelgebieden:
Logica = Studie van de denkwetten. Wetten over redeneren.
Taalfilosofie = studie van de relatie tussen taal en denken.
Wetenschapsfilosofie = studie van de grondslagen van de wetenschappelijke kennis.
Deelgebieden:
Moraalfilosofie (ethiek) = studie van de fundamentele waarden en normen van het menselijk handelen.
Rechtsfilosofie = studie naar de grondslagen over hoe mensen over elkaar recht spreken.
Sociale wijsbegeerte = studie naar de fundamenten van het menselijk samenleven.
Poltieke filosofie = studie van de basis van politieke systemen
Cultuur filosofie = studie naar het waarom van de mens als cultuurschepper.
Kunst filosofie = studie naar het wat en waarom van kunst.
Geschiedenis filosofie = studie van het belangrijkste menselijk fenomeen in de geschiedenis.
Domeinen Filosofie
Je mensbeeld bepaalt je handelen, ons hele "zijn".
Zowel jezelf als tot anderen. Een kritisch mensbeeld is dus van belang wanneer je werkt werkt met mensen.
Je kan ook pas ethische reflecties geven over "goed handelen" als het gefundeerd is op je mensbeeld. Je bepaling van "Goed of Slecht", het "menselijke", het "mens-zijn".
Vb: abortus of niet? Vanaf wanneer is er sprake van menselijk leven? wat is menswaardig leven? Wat is goed om te doen en wat niet?
vb: Abortus of niet? vanaf wanneer is er sprake van menselijk leven?
Wat is menswaardig leven? Wat is goed om te doen en wat niet?
Eerst fundamenten van het "mens-zijn" vinden:
Is de mens vrij om te kiezen?
Draagt de mens volledige verantwoordelijkheid voor zijn handelen?
Zijn wij individuen op zich of allemaal verbonden ddor een netwerk van relaties?
Bepalen van je mensbeeld. De fundamenten vinden van het mens-zijn om zodoende reflecties te kunnen geven over ethische vragen, het bepalen van "goed en slecht".
Ons hele "zijn" te verantwoorden volgens een kritisch gefundeerd mensbeeld.
Vraag naar de mens verbonden met vraag naar goede handelen.
Belang en doel cursus.
Vraag naar de mens verbonden met vraag naar de wereld.
Het doel en de zin van het bestaan.
Afstand nemen van zichzelf en zichzelf in vraag stellen.
Wie ben ik? Wat is mijn doel?
De vraag naar de wereld en hoe men daar in past.
Wat is de plaats van de mens in het geheel van de werkelijkheid?
Er is enkel sprake van de wereld vanuit onze eigen individu, hoe wij zelf de wereld kunnen ervaren. Hoe we die beleven en hoe de werkelijkheid aan ons verschijnt.
Deel 1.1
Wat is filosofie?

Deel 1.2
Verschillende domeinen

Historisch overzicht van de vraag naar de mens.
1. Presocratici.
Natuurfilosofen:
begin, archè, ontstaan (big bang)
Kosmos = Orde, harmonisch geheel.
Mens = onderdeel harmonie.
2. Socrates, Sofisten.
Ethiek = ethisch handelen
handelen, redeneren, logos, juist handelen
handelen volgens universele wetten van redelijkheid, aanwezig in alle mensen en in heel de werkelijkheid
Kosmos = referentiepunt voor universeel handelen
Mens = mikrokosmos in makrokosmos van redelijkheid.
3. Stoa
1 logos, 1 grote natuurwet.
1universele wet van de Kosmos: alles is onafwendbaar
vastgesteld, deterministisch
ataraxia = rusttoestand vrij van passies en verlangens (boedisme)
Mens = elke mens fundamenteel gelijk, dezelfde rede.
4. Joods-Christelijke Traditie
Theocentrisme = God centraal
Mens = uniciteit
Mens = naar Gods beeld geschapen.
5. Renaissance
Antropocentrisme = mens centraal
rationeel
autonoom (>< heteronoom), eigen wetten stellen, eigen denken en handelen bepalen.
Bron van ware kennis. (dmv eigen handelen en denken)
Positieve wetenschappen = door ontwikkeling vat en controle op werkelijkheid.
Descartes: "maitre et possesseur de la nature" heer en meester van de werkelijkheid.
6. Heliocentrisme
terugval van "de mens centraal"
Zon centraal ( Copernicus, Galilei )
idee van mens centraal doorbroken.
6*. Mechanisch Wereldbeeld
wereld = machine (Descartes - Voltaire)
enkel volgens de natuurwetten
Alles is een gevolg van het vorige en een oorzaak van het volgende.
deterministisch en voorspelbaar
Mens = radar in grote machine, enkel onderdeel. Gevolg: Menselijke vrijheid beperkt. Verzoenbaar met idee?
Door ontwikkeling van de positieve wetenschap krijgt mens centrale plaats
Maar diezelfde wetenschap brengt ook bevoorrechte positie aan het wankelen:
7. Evolutietheorie van Darwin.
Mens is gegroeid door evolutie niet door schepping
Mens = ontwikkelde diersoort dmv "survival of the fittest"
8. Meesters van het wantrouwen
Marx, Nietze, Freud. (voorvaders van structuralisme)
Heteronomie (>< autonomie) = menselijk denken en doen bepaald door externe factoren buiten hemzelf.
Marx: soc.eco. factoren
Freud: onbewuste factoren.
Mens = Niet vrij
9. Structuralisme
Mens is bepaald door zijn relatie tot al het andere
Mens = Rollenspeler / Pion in het systeem
Systeem = verzameling van elementen die elkaar bepalen. (vb. Taal = Systeem. Elk woord wordt bepaald door andere woorden, elke letter wordt bepaald door andere letters: a= Niet b, niet c,...)
Mens = herleid tot een functioneel element
Tijdslijn
Kosmoscentrisme
= Kosmos centraal
Theocentrisme
= God centraal
Antropocentrisme
= Mens centraal
de vraag naar de mens
Deel 2.1
Belang van kritische reflectie
vraag naar de mens en de wereld.

Deel 2.2
Historisch overzicht van de vraag naar de mens

Deel 2.3
De mens als ontwerper van zijn eigen natuur.

Natuur
Cultuur
= alles wat we rondom ons aantreffen waarbij de mens niet is tussengekomen.
Alles wat we rondom ons aantreffen waarbij de mens is tussengekomen.
Mens vormt natuur om in Cultuur.
Zelfs door iets bewust niet te doen komt Cultuur tot stand.
Waarom? Maakt de mens Cultuur?
omgeving aanpassen aan onszelf:
Mens maakt van de natuur cultuur en zo komt een 2de natuur tot stand.
Mens.
Dier.
Fysiek niet aangepast aan de natuur.
Beperkt instinkt: enkel overlevingsinstinkt en voortplantingsinstinkt.
Fysiek aangepast aan de natuur.
instinkt geeft overlevingskansen, in elke situatie de oplossing.
Sartre: "l'homme invente l'homme" = De natuur van de mens bestaat erin geen natuur te hebben.
(geen instinkt, niet voorgeprogrammeerd, alles moet hij zelf uitzoeken)
"L'existence précède l'essence" = het bestaan van d emens gaat aan zijn wezen vooraf. (wenselijke natuur)
= tegen Katholieke moraal: naturalistisch, het goede handelen zoals alles in de natuur al bepaald is.
= filosoof van de vrijheid: de mens zoekt wat voor hem natuur is.
2. De mens wil zich onderscheiden mens><dier, "Iemand zijn"
1. De mens wil overleven
Hoe? Is dit mogenlijk?
Hoe kan de mens Cultuur maken?
1. Ontwikkelde geest = intelligentie
Afstand nemen van de dingen en ze op een andere manier bekijken = verbeeldingskracht (dieren kunnen dit niet)
Afstand nemen van de natuurlijke betekenis van de dingen ook wel afstand nemen van instinkt.
Hij gaat op zoek om zichzelf en zijn handelen te kunnen begrijpen. Om uitspraken te doen over "goed en kwaad" heeft hij een beeld nodig van wat "mens-zijn" eigenlijk is.
Waarom ZO?
Waarom maakt de mens op verschillende manieren cultuur?
1. Om iemand te willen zijn.
Onderscheiden van elkaar.
overleven (beperkt instinkt)
schoonheid
plezier
creativiteit
2. Om het Exterioriseren van het innerlijke
leten zien wie je bent, dat je iemand bent.
Dmv:
Het zijn: (kleren, haar, auto)
Het doen: (partnerkeuze, kinderen)
3. Om jezelf te zoeken, je identiteit.
4. Om vrij te zijn
Telkens opnieuw afstand nemen van zichzelf en opnieuw herontdekken.
In alle veruitwendigingen als zelfstandig individu, en zo telkens opnieuw vrijheid en creativiteit te realiseren.
Mens maakt cultuur van natuur.
Overleven
Waarom?
beperkt instinkt
Zoeken naar eigen natuur
Heeft de mens een eigen natuur?
Sartre: "l'homme invente l'homme" = De natuur van de mens bestaat erin geen natuur te hebben.
(geen instinkt, niet voorgeprogrammeerd, alles moet hij zelf uitzoeken)
"L'existence précède l'essence" = het bestaan van d emens gaat aan zijn wezen vooraf. (wenselijke natuur)
Onderscheiden mens en dier. "Iemand zijn".
op zoek naar de betekenis van zichzelf en zijn handelen
Hoe?
Intelligentie
verbeeldingskracht = afstand nemen van de natuurlijke betekenis van de dingen en ze op een andere manier gaan bekijken. = afstand nemen van instinkt.
Waarom zo?
Om iemand te willen zijn
Om het innerlijke te exterioriseren
Om zichzelf te zoeken, je identiteit.
Om vrij te zijn.
Telkens opnieuw afstand nemen van zichzelf en opnieuw herontdekken.
In alle veruitwendigingen als zelfstandig individu, en zo telkens opnieuw vrijheid en creativiteit te realiseren.
3. Zoeken naar eigen natuur.
Heeft de mens een eigen natuur?
De mens is fundamenteel onaf. Daarom maakt hij een 2de "natuur aan.
Lang schema:
Kort schema:
Filosofie
Cultuur maken = Uiting van vrijheid zelfstandigheid en creativiteit.
Deel 2.4
Materie en bewustzijn
De mens als paradoxale eenheid van tegengestelden.

Mens
Lichaam
Geest
Materie

buitenkant, uiterlijk
(vlees, bloed, ... Stoffelijk)

waarneembaar bij iedereen
(voelen, ruiken, zien, horen, ... )

Tastbaar
Bewustzijn

Binnenkant, innerlijk
(gedachten, gevoelens, belevingen, ...)

Niet waarneembaar, enkel bij jezelf
(= fundamenteel eenzaam.)

Ontastbaar.
Mens = dualiteit
Ervaring mens = eenheid
2 realiteiten
2 tegengestelden
Het ene is wat het andere niet is.
Dualisme
Monisme
De mens is fundamanteel onaf en maakt daarom een "2de naruur" aan.
4 Verschillende visies op "Het Mens-zijn":
Visie op het mens-zijn als 2 aparte wezens in 1 geheel.
Lichaam en Geest worden als gescheiden gezien.
Descartes: "Als ik het begrip Geest analyseer, vind ik niets terug over het begrip Lichaam en als ik het begrip Lichaam analyseer, vind ik niets terug over het begrip Geest."
= Deze 2 hebben niets met elkaar gemeen dus moeten ze gescheiden worden.
Visie op het mens-zijn herleid tot 1 principe.
Materialisme
Idealisme
Visie op het mens-zijn herleid tot 1 principe:
De Materie.
De mens is niets anders dan materie, bewustzijn wordt herleid tot fysische processen van de hersenen met een toevallige eigenschap die bewustzijn genoemd wordt.
Visie op het mens-zijn herleid tot 1 principe:
De Geest.
De mens is niets anders dan de Geest, alle materie rondom ons is enkel een voorstelling van onze geest.
Oorsprong
Kritiek
1. Morele/ethische overwegingen
2. Epistemologische/kentheoretische overwegingen
Plato - Descartes
Dilemma's = onmogelijk.
2 tegengestelde dingen willen is niet rationeel, niet logisch.
(vb. de deur is open of ze is dicht)
Dus... 2 verschillende dingen willen vereist 2 verschillende realiteiten
= NON CONTRADICTIE PRINCIPE
ene realiteit = verantwoordelijk voor het ene = het GOEDE (Geest)
andere realiteit = verantwoordelijk voor het andere = het SLECHTE (lichaam)
Afschuiven van morele verantwoordelijkheid: als ik iets verkeerd doe is dat door de andere ik.
noch kwade noch goede worden ernstig genomen. nooit echte keuze, telkens maar deel
(vb. De wil is sterk, het vlees is zwak.)
2 Soorten kennis:
Empirische kennis = door zintuiglijke ervaringen.
= onbetrouwbaar volgens dualisten (vb. fata morgana,...)

Rationele kennis = op basis van denken.
= door ratio, rede, logica, verstand. (vb. kortste afstand tussen 2 punten...)
Gevolg...
Gevolg...
Noch zintuiglijke als rationele kennis wordt ernstig genomen.
Het ene kan niet zonder het andere. Tot kennis komen is niet enkel zintuiglijk of niet enkel rationeel.
Empirisme = kennis enkel door ervaring.
Rationalisme = kennis enkel door rede.
Ervaring van de mens is niet als 2 verschillende realiteiten maar als 1 geheel: geest en lichaam verbonden.
Waar is de communicatie tussen Geest en lichaam die ervoor zorgt dat je de dingen die je wil ook doet? = Wilsact.
Geen verklaring volgens dualisme voor de innerlijke verbondenheid.
Uitleg Descartes (= "Deus ex Machina"=lapmiddel om te bekomen of te verantwoorden wat niet mogelijk is.):

Het is fysische realiteit.
De hypofyse zorgt voor de omzetting van mentale processen naar fysieke processen.
Oorsprong
Kritiek
Kritiek
Oorsprong
Mens = Eenheid van materie
Mens = verwant met omringende natuur (materialiteit)
Evolutie van de Kosmos van materialiteit
Blindelings geloof in de positieve wetenschappen = ware kennis over werkelijkheid = Erkennen.
Geestelijke dimensie van de mens = herleid tot materie = enkel neveneffect van fysische processen = Miskennen.
Geen Dualiteit van de mens = Ontkennen.
Visie
Visie
Visie
Materialisten geloven in:
Dualisten geloven in:
2 realiteiten in 1 geheel.
2 tegengestelden die niet verenigbaar zijn met elkaar. Het ene is wat het andere niet is.
vb: hemel-aarde. Engeltje-duiveltje.)
Idealisten geloven in...
1. Presocratici : Kosmoscentrisme.
Zoeken naar begin, ontstaan = Arché.
Uitkomst = Materialistisch monisme. Heel de werkelijkheid ontstaan uit 1 materieel beginsel.
2. Democritus : Atomisme.
Werkelijkheid bestaat uit atomen = kleinste ondeelbare deeltjes in beweging, in samenhang.
Volgens wetmatigheden
mens = ook uit atomen = Zelfde wetten
Kwantificatie = alles herleiden tot meetbare gegevens = materie. (kwalitatief gelijk)
gevolg = door abstractie gaan belangrijke gegevens en verschillen verloren. (vb. 4 appels + 3 peren = 7 fruit)
3. Scientisme : Wetenschappelijke kennis.
Enkel belang voor wetenschappelijke waarden
Alles wordt bewezen door meetbare en wetenschappelijke feiten.
Comte : Theologisch fictieve fase (verklaring door goden en geesten)
Metafysisch filosofische fase (verklaring door "voorbij natuur")
= voorbijgestreefd
Nu = Allesomvattende Wetenschap.
Iets extern maakt leven: iets nieuws van buitenaf.
Het levende toevoegen aan het levenloze, het bewuste aan het onbewuste.
Gevolg...
Zijns-visie:
Het leven zit niet in 1 apart deeltje. Gaan niet uit van continuïteit.
= Miskennen evolutie als evolutie
Zijns-visie:
Geloof in Evolutie = Ontstaan door een continuïteit (eenheid,materie) van binnenuit, vanuit de biomassa.
Gevolg...
= geleidelijk aan overgaan van het ene stadium in het andere.
Maar... sprong van dood naar levend? tussenin? Materialistische uitleg: sprong vanbinnenuit voorbereid.
Maar... sprong van bewustzijn? Hoe kan het "zijn" ontstaan uit het "niet zijn"
Evolutie kan enkel als al het geestelijke miskend word: Mentale processen bestaan niet op zichzelf.
Het bewustzijn is enkel een eigenaardige eigenschap van fysische processen in de hersenen.
Materie = de enige ontologische, fundamentele "zijnskarakteristiek" van de mens.
Geestelijke niet van belang, geen invloed = dat wat we doen of willen doen = product hersenprocessen.
Vanbinnenuit bepaald.
Dus... Keuzevrijheid en wil = Illusie?
4. Fysicalisme : Alle mentale toestanden zijn fysieke toestanden in de hersenen.
5. Determinisme : Alles bepaald, gedetermineerd.
Materie =
zintuiglijk waarneembaar.
plaatsinnemend in ruimte en tijd.
heeft gewicht en massa
in beweging (atomair vlak)
aan wetmatigheden verbonden.
Zonder wetmatigheden: geen wetenschap, geen techniek, geen controle, chaos.
Mens = Machine = alles wetmatig bepaald. Ook geestelijke.
Gevolg...
Alles buiten onze wil om = Geen Vrijheid, geen inbreng
Mens = gesofisticeerde robot
Fysisch determinisme = Werkelijkheid door wetmatigheden bepaald
Theologisch determinisme = wetmatigheden door God bepaald.
6. Atheïsme = Geen God
7. Pantheïsme = Alles God
Soms is materialiteit zelf een godsbegrip.
Elke vorm van het geestelijke ontkennen = bestaan God ontkennen.
Alles wat de mens is = slechts op basis van materie:
geen mens zonder lichaam
geen liefde zonder hersenprocessen
geen geweten zonder bio-infrastructuur.
geen wetenschap zonder materie wetmatigheden...
Vrij wezen
Gedetermineerde bewustzijnsmachine
2. Materialisme = Rationeel moeilijk te weerleggen.
= Moeilijk te bewijzen.
Gaat voorbij aan de wezenlijke ervaringen van het Mens-zijn:
Bewustzijn en Vrijheid.
Maar...
Spreken over materie = bestaan van iets anders dan materie bevestigen.
BWZ. = een 'open zijn voor' en 'aanwezig zijn bij' de wereld waardoor die kan verschijnen.
Omdat we Bwz van de wereld kan die aan ons verschijnen...
== als we niet bwz van de dingen dan zouden deze ook niet bestaan.
Werkelijkheid is dan 1 ononderscheiden massa want zonder bwz kunnen we deze niet benoemen.
BeWustZijn.
Maar...
volgens materialist: Alles is dingen == iemand is ook ding
== wie kan dit zeggen? volgens materialist: niemand.
== hoe kan dit? Materialist spreekt zichzelf tegen. heeft ongelijk:
BWZ is niet weg te denken uit leven == "Je pense donc je suis." (Cartesiaanse cogito) of Descartes: "Ik kan aan alles wel twijfelen behalve aan het feit dat ik twijfel."
Vrijheid.
Deterministisch gezien = gebonden aan wetmatigheden.
Vrijheid? Zelf beslissen? Zelf handelen? Verantwoordelijkheid? = Pure illusie.
Menselijk gedrag = blad dat van boom valt.
== Dit alles is rationeel onweerlegbaar.
Maar hoe evolutie zonder "deus ex machina"? (missing link probleem)
(Vrij is diegene die zich er niet van bewust is dat hij niet vrij zijn.)
3. Mens wordt gehalveerd.
1.
Materialist kan zich niet funderen om een ontologische ontkenning van het geestelijke te bekomen dus hij erkent het bestaan van het geestelijke maar miskent het doordat hij het geestelijke louter als een neveneffect van fysische processen beschrijft.
Wetenschap = specifieke invalshoek mens = object = objectiveren
Maar ... ons lichaam verschilt net door subjectiviteit, het bezit van subjectiviteit.
Dus... ons lichaam = lichaam-subject = waarnemend en belevend lichaam.
Lichaam-subect = Préreflexief (= lichaam ervaart en bwz komt erna. = het lichaam zonder bwz.)
= voorpersoonlijk (= geen onderscheid lichaam en werkelijkheid. zoals baby wereld ervaart)
Reflexief = zelf bewust (ik ben me ervan bewust dat ik er ben.)
Lichaam = Dubbel statuut:
Lichaam-object
= organische werkelijkheid
= materiële schakel in universum
= wetmatig
Lichaam-subject
= kent en wilt op eigen manier
= waarneming en beleving
= rare eigen willen dat vooraf gaat aan het persoonlijke willen. (vb autorijden en opeens wakker worden)
Mens = Eenheid van Geestelijke = Subjectiviteit. = louter bewustzijnsinhouden.
Mens = verschil met omringende natuur (materialiteit): mens is vrij wezen bewust van dingen en zichzelf.
Alles is subjectiviteit: werkelijkheid is 1grote droom (fenomenisme) = erkennen.
Materiële dimensie van de mens = herleid tot geestelijke = veruitwendiging van de geest.
Dualiteit bestaat niet = ontkennen.
De werkelijkheid = een product van de Geest: Zonder subject (bwz) bestaat de werkelijkheid niet.

Als alles product is van het geestelijke dan verliest het zijn weerstand voor het subject:
== de menselijke mogelijkheden zijn dan onbeperkt: het kennen en kunnen.
== gaat tegen onze ervaring van de eindigheid van ons bestaan in.
1. Plaatsen van ervaringen als mens-zijn:
2. Overschatting menselijk kenvermogen.
Menselijk kenvermogen faalt nooit.
= totale en absolute ware kennis. subject wordt het criterium van waarheid.
Het werkelijke is redelijk en het redelijke is werkelijk. (idem aan extreem rationalisme)
3. Overschatting menselijk kunnen.
Alle materialiteit = veruitwendiging geest
== alle vrijheid = absoluut.
== dus deterministische keten = ingebeeld.
== probleemloze situaties? (eigen schuld dikke bult)

Om vrijheid te kunnen hebben is iets nodig om weerstand te bieden.
== hoe vrij is een subject als het niets heeft om voor zijn vrijheid te vechten?
== alles wat je wil, onmiddelijk in vervullling, is dat vrij?
Dus...
is materialiteit geen voorwaarde om vrij te kunnen zijn? = er moet een confrontatie zijn met de grenzen van vrijheid om te weten wat vrijheid is.
Absolute vrijheid = onmogelijkheid = contradictio in terminis. = een verzinsel van de mens die niet met zijn beperkingen kan leven.
Solopsisme = De geest is het enige wat er bestaat.
Al de rest is een voorstelling van je geest.
Er is geen uitweg uit de kooi van je eigen geest.
Existentiaal
dialectisch
Verbindingen tussen lichaam en geest niet meer te begrijpen door dualisten.
BWZ is neveneffeffect van materie, gevolg: materialist kan vrijheid (lichaam-subject) niet meer plaatsen.
Idealisten begrijpen mens-zijn vanuit geestelijke maar miskennen menselijke beperktheid van handelen en kennen.
Visie op het mens zijn als een verweven geheel van 2 verschillende realiteiten (gestaltpsychologie= het geheel is meer dan de som van de delen).
Het totaalbeeld "Mens"
Visie
geloven in:
Mens = totaalbeeld van 2 verschillende verweven realiteiten
Mens = onlosmakelijke momenten van een en dezelfde totaliteit.
== vrijheid en beperktheid integreren in 1 samenhangende visie.
bewustzijn en materie doortrekken elkaar. = Dialectiek = doortrekken van 2 tegengestelden zodat het ene op een bepaald moment kenmerken en eigenschappen heeft van het andere en omgekeerd. = Momenten van dezelfde realiteit.
== gevolg: bewustzijn en vrijheid beperkt.

Het zijn van de mens is doortrokken van het niet zijn van de mens. Het is eindig beperkt zijn.
= de Mens is dus niet totaal gedetermineerd of onvrij (materialisten). Maar ook niet absoluut vrij (idealisten).
Samenspel van idealisme en materialisme
De mens bestaat uit momenten van eenzelfde realiteit als een totaliteit.
De ene moment heeft de ene realiteit kenmerken van de andere en omgekeerd.
Zelfvreemdheid = Het niet samenvallen met zichzelf.
1. Het niet bewust zijn van iets met gevolg dat men zich ook niet kan manifesteren in vrijheid.
In de mate dat je je niet bewust bent , ben je gedetermineerd.
(als je je niet bewust bent van die steen voor je voeten, dan val je erover)
2. Dus voor zover de mens gedetermineerd is = onvrij is :
kan hij zichzelf ook niet zijn.
(sommige dagen goed in je vel, andere dagen niet en mislukt het je in wat je wil zijn of realiseren)
Identiteit = samenvallen met zichzelf.
= doortrokken van zelfvreemdheid dus beperkt.
1. Het bewust zijn = minder deterministisch. = afstand nemen van de dingen en zelf kiezen. = Vrij.
2. Vrij = beslissen wie hij wil zijn, zichzelf realiseren, zichzelf zijn, samenvallen met zichzelf.
Geestelijk =
bewust
Vrij
identiteit
Dialectiek van geestelijkheid en materialiteit
Om van jezelf bewust te worden moet je afstand nemen van jezelf en val je daardoor niet meer samen met jezelf.
Je identiteit kan je steeds in vraag stellen door een stapje terug te zetten en vanop afstand naar jezelf te kijken op een andere manier. == precies door het bewustzijn val je nooit helemaal samen met jezelf.
Nooit definitieve identiteit. (doortrokken zelfvreemdheid)
Niet alleen het lichaam is materieel ook de geest.
En niet alleen de geest is geestelijk, ook het lichaam.
Dynamiek van het mens-zijn.
Existentiaal = letterlijk buiten staan. De mens staat letterlijk buiten de werkelijkheid en als bewust wezen ook buiten zichzelf. hij is betrokken op:
de andere mens. = socialiteit
de wereld = mundialiteit
het absolute = religiositeit
Mens is geen statisch wezen = evoluerende veranderlijke entiteit.
Materialiteit bedreigt en beperkt: onbewustzijn, determinisme, uiteenliggendheid.
Geestelijke overstijgt materialiteit: van zelfvreemdheid tot identiteit, van gedetermineerdheid naar vrij, van niet bewust naar bewust.
= noodzaak met gevaar om terug in idealisme te vallen door overschrijding.
== in praktijk: mensen willen vrij zijn streven naar zichzelf te zijn. = spanning overbruggen tussen tegenovergestelde momenten in henzelf. Proberen er te geraken met al hun beperkingen en mogelijkheden, vrijheden en onvrijheden.
mens is nooit af, nooit definitief evenwicht == op zoek gaan naar zichzelf OPGAVE = menszijn is een hebben-te-zijn. = opgave tot identificeren = een zelf zijn.
Dialectiek van autonomie en relatie

Relatie
Autonomie
Samenhang en samenspel.
vb. Sexualiteit: te veel autonomie = egoïstisch en egocentrisch
te veel wegcijferen = verlies van jezelf.
== goede relatie = autonomie en relatie verbonden.

negatief: nastreven en afzetten van de rest = onherleidbaarheid
positief: oorspronkelijkheid
Kan op zowel goede als slechte manier beleefd worden:
negatief: geworpenheid. (vb niet gekozen wie je ouders zijn, of je kinderen)
positief: ontwerp (proberen het beste er van te maken)
Samenhang Autonomie en relatie:
In de mate dat ik oorspronkelijk ben, positief werk aan mijn autonomie
== ervaar ik mijn betrokkenheid op de ander, het andere en de Ander als ontwerp
In de mate dat ik me onherleidbaar opstel, aan mijn autonomie werk door mij af te zetten
== ervaar ik mijn betrokkenheid als geworpenheid.
Samenhang Zelfvreemdheid en identiteit:
Naarmate ik erin slaag samen te vallen met mijzelf (identiteit), ben ik meer oorspronkelijk en ervaar ik mijn betrokkenheid als ontwerp.
andersom :
naarmate ik verbrokkeld ben, vreemd ben van mezelf,ben ik onherleidbaar en ervaar ik mijn betrokkenheid als geworpenheid,.
Deel 2.5 Dualisme
Deel 2.6 Materialisme
Deel 2.7 Idealisme
Deel 2.8 Existentiaal
Dialectische visie
Full transcript