Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

MTV: Vraagstellingstypen

No description
by

Marlies van den Berg

on 13 October 2017

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of MTV: Vraagstellingstypen

MTV: Vraagstellingstypen
Les 1
Les 2
Emotionele ruimte bieden & Relationele ruimte laten
Les 3
De Cliënt
Les 4
Les 5
http://www.gezond24.nl/tv-uitzending/NPS_1201935/Uit-de-bak-aan-de-bak-afl.-5-Jesmine-1
Pedagogisch handelen op basis van het vraagstellingstype dat bij de cliënt hoort.
Met andere woorden:
In kleine groepen
Iedere groep beschrijft per vak, welk ontwikkelingsaspect het is.
Beschrijf per ontwikkelingsaspect, welke vraagstellingstypen daarbij horen.


Opdracht:
Vraagstellingstypen+ voorbeeld
1. Emotionele ruimte bieden


2. Relationele ruimte laten


3. Structureren


4. Variëren


5. Profileren

6. Harmoniëren
Wat voor voorbeeld kun je bedenken bij de vraagstellingstypen:
1. Onzeker, verlegen kinderen die zichzelf wegcijferen

2. Kinderen die onveilig gehecht zijn en niet in staat tot het aangaan van een affectieve band met hun opvoeders

3. Chaotische kinderen die moeite hebben met het overzien van situaties en begrijpen van sociale regels

4. In zichzelf gekeerde kinderen met stereotiep gedrag en een gebrek aan inlevingsvermogen

5. Kinderen die moeite hebben een eigen persoonlijkheid te ontwikkelen

6. Egoïstische kinderen die hun eigen belang voor dat van een ander stellen
Relationele ontwikkeling is op gang gekomen; maar cliënt is op relationeel gebied teveel gaan voegen naar de wensen en verwachtingen van anderen/opvoeders
Emotioneel ruimte bieden
Deze cliënten:
Hebben de neiging zichzelf weg te cijferen
Vinden zichzelf meestal niet zo belangrijk
Zijn vaak verlegen, onzeker en zenuwachtig
Ontwikkelingsaspect: Affectief

http://www.klasse.be/tvklasse/20110-Faalangst
Korte terugblik
Affectief ontwikkelingsaspect
Filmfragment
Nabespreking & koppeling theorie
Filmfragment
Nabespreking & koppeling theorie
Afronding

Vraagstellingstypen:
Waar gaat het om bij het affectieve ontwikkelingsaspect?

Relationele/emotionele ontwikkeling


Welke 2 vraagstellingstypen hoorden hierbij?
Emotionele ruimte bieden:
-Onzekere, verlegen cliënten die zichzelf wegcijferen.
Relationele ruimte laten:
-Cliënten die onveilig gehecht zijn.


Emotioneel ruimte bieden

Relationele ruimte laten
Schrijf tijdens het filmfragment aandachtspunten op die jij herkent bij een hechtingsstoornis (de doelgroep.)
Relationele ruimte laten

Wie kan de theorie van deze les koppelen aan een cliënt van stage?

Waar kun je nu gerichter op inspelen?

Koppeling naar stage

http://www.gezond24.nl/tv-uitzending/g24_ie_1755/Ik-neem-gewoon-mijn-speelgoed-mee
http://www.hollanddoc.nl/kijk-luister/documentaire/h/hou-me-vast-laat-me-los.html
http://www.socialefobie.net/informatie/videos/
http://www.uitzendinggemist.nl/afleveringen/1149794#0
Deze cliënten zijn in hun vroege jeugd niet veilig gehecht. Bijvoorbeeld door verwaarlozing en/of mishandeling.
Veel opvoeders denken in eerste instantie dat zij de cliënten extra liefdevolle aandacht en zorg moeten geven maar dit werkt vaak averechts
Herhaling: Ontwikkelingsaspect: Affectief
Waar gaat het om bij het affectieve ontwikkelingsaspect?
Relationele/emotionele ontwikkeling

Welke 2 vraagstellingstypen hoorden hierbij?
Emotionele ruimte bieden:
-Onzekere, verlegen cliënten die zichzelf wegcijferen.
Relationele ruimte laten:
-Cliënten die onveilig gehecht zijn.


Cognitieve ontwikkeling: Verstandelijke ontwikkeling. Ontwikkeling van je geheugen en taal.

Bijbehorende vraagstellingstypen:
1. Structureren
2.Variëren

Cognitieve ontwikkelingsaspect

Chaotische cliënten die moeite hebben met het overzien van situaties en het begrijpen van sociale regels.

Welke stoornissen koppel jij aan deze omschrijving?


Structureren
Haagse stuntchauffeur.
Schrijf tijdens het filmfragment aandachtspunten op die jij herkent van ADHD (de doelgroep.)


Filmfragment
Structureren
In zichzelf gekeerde cliënten met stereotiep gedrag en een gebrek aan inlevingsvermogen.

Welke stoornis koppel jij aan deze omschrijving?


Variëren
Schrijf tijdens het filmfragment aandachtspunten op die jij herkent van Autisme
(de doelgroep.)



Filmfragment
Variëren
Wie kan de theorie van deze les koppelen aan een cliënt van stage?

Waar kun je nu gerichter op inspelen?

Koppeling naar stage

Wat is de cognitieve ontwikkeling?
- Verstandelijke ontwikkeling.

Ontwikkeling van geheugen en taal.

Welke 2 vraagstellingstypen horen hierbij?
1. Structureren
- Chaotische cliënten die moeite hebben met het overzien van situaties en het begrijpen van sociale regels.

2. Variëren
- In zichzelf gekeerde cliënten met stereotiep gedrag en een gebrek aan inlevingsvermogen

Terugblik
Wat is de conatieve ontwikkeling?
- De eigenheid van de cliënt.
Je eigen ‘ik’ vormen (Eigenheidsontwikkeling.)

Bijbehorende vraagstellingstypen:
1. Harmoniëren
2. Profileren

Conatieve ontwikkelingsaspect

Vraagstellingstype: conatief
Cliënten die hun eigen belang voor dat van een ander stellen.

Welke stoornissen koppel jij aan deze omschrijving?

Harmoniëren

10 redenen (Dr. House).htm


Narcisme: als het ware verliefd op jezelf


Filmfragment

Profileren

dring
Wees zakelijk
Wees duidelijk
http://www.rtlxl.nl/#!/syndroom-303996/85e15465-314a-48ee-92cb-94c3134a377b
Alle vraagstellingstypen zijn behandeld

Bekijk de video en probeer hier de ontwikkelingsaspecten, vraagstellingstypen, doelgroep, begeleidingspresentatie en klimaat aan te koppelen.
Opdracht:
Wat zijn vraagstellingstypen?

Wanneer werk je met vraagstellingstypen?

Welke vraagstellingstypen zijn er?

Wat weet je nog?

Wat gebeurt er wanneer iemand op het affectief ontwikkelingsaspect een probleem heeft?

Wat hebben zij nodig?
Onzeker
Verlegen
Vinden zichzelf niet belangrijk.
Zenuwachtig.
Cijferen zichzelf weg.

Doelgroep
Vraagstellingstype: “Emotionele ruimte bieden”

- Hoe moet de begeleider zich opstellen naar deze cliënten?
-Hoe zou het ideale “klimaat” op de groep moeten zijn voor deze cliënten?
-Hoe zorg je ervoor dat dit ideale “klimaat” ontstaat voor deze cliënten?
Klimaat
Belangrijk dat je laat merken dat je om de cliënt geeft.
Erkennen en waarderen van de cliënt.
Geduldig en respectvol om gaan met gevoelens client.
Let op:
Corrigeren van ongewenst gedrag.
Schuldgevoel.
Minderwaardigheidsgevoel
Begeleiderspresentatie
Controleren of het klopt
Klimaat creëren waarin cliënten de ruimte krijgen om zich te uiten.
Afstemming tussen collega’s.
Creëren van begrip voor emotionele reacties van client door groepsgenoten.
Kalm en rustig reageren.
Ieder initiatief positief bekrachtigen.

Wat hebben zij nodig?
Onveilig gehecht.
Kunnen geen affectieve band aangaan met anderen.
Moeite met liefdevolle aandacht.
Behoefte aan prestaties; daadkracht en grote competitiedrang.

Doelgroep
Vraagstellingstype: “Relationele ruimte laten”
Hoe moet de begeleider zich opstellen naar deze cliënten?
Hoe zou het ideale “klimaat” op de groep moeten zijn voor deze cliënten?
Hoe zorg je ervoor dat dit ideale “klimaat” ontstaat voor deze clienten?

Klimaat
Geen emotioneel beroep doen op de client.
Zakelijk en duidelijk op de client reageren.
Uitnodigend reageren, zonder affectief iets terug te verwachten.
Begeleiderspresentatie
Controleren of het klopt
Duidelijk dagritme.
Duidelijke leefregels.
Competitiedrang serieus nemen en verlies relativeren.
Mensen naast elkaar laten werken.
Activiteiten met onvoorspelbaarheid bieden.
Activiteiten gericht op grofmotorische vaardigheden.
Ontwikkelingsaspect
Vraagstellingstype
A. Affectief
(relationele emotionele ontwikkeling)

B. Cognitief
(ontwikkeling van kennis verwerven)

C: Conatief
(eigenheidsontwikkeling)
1. Emotionele ruimte bieden
2. Relationele ruimte laten

1. Structureren
2. Variëren

1. Profileren
2. Harmoniëren
Taak van orthopedagoog of psycholoog:
1. Bekijkt welk ontwikkelingsaspect meest onder druk staat.
2. Geeft advies over specifieke manier * van omgaan met de cliënt.


Verwijst naar de manier van ORTHOPEDAGOGISCH handelen dat aansluit bij waar de cliënt behoefte aan heeft.

Een client dat probleemgedrag laat zien heeft een bijzondere begeleidingsbehoefte. Het heeft extra ondersteuning nodig bij een van de 3 ontwikkelings aspecten. ( affectief, cognitief of conatief).

Belangrijk is om weten op welk gebied de cliënt de meeste ondersteuning nodig heeft.
VRAAGSTELLINGSTYPE
Om zicht te krijgen op wat een cliënt in een vastlopend begeleidingsproces indirect met zijn gedrag aan zijn opvoeders "vraagt"en hoe deze daar adequaat op in kunnen spelen is er een onderverdeling gemaakt naar vraagstellingstypen.
Vraagstellingstype
Hoe kan je ervoor zorgen dat je deze informatie niet vergeet?
Opdracht stencil
Ontwikkelingsaspect
Vraagstellingstype
A. Affectief
(relationele emotionele ontwikkeling)

B. Cognitief
(ontwikkeling van kennis verwerven)

C: Conatief
(eigenheidsontwikkeling)
1. Emotionele ruimte bieden
2. Relationele ruimte laten

1. Structureren
2. Variëren

1. Profileren
2. Harmoniëren
Ontwikkelingsaspect
Vraagstellingstype
A. Affectief
(relationele emotionele ontwikkeling)

B. Cognitief
(ontwikkeling van kennis verwerven)

C: Conatief
(eigenheidsontwikkeling)
1. Emotionele ruimte bieden
2. Relationele ruimte laten

1. Structureren
2. Variëren

1. Profileren
2. Harmoniëren
ADHD/ PDD-NOS

Stencil invullen

Autisme of aanverwante contactstoornissen

Stencil invullen

Bijvoorbeeld:
- Narcistische persoonlijkheidsstoornis
- Anti-sociale persoonlijkheidsstoornis
Cliënten die moeite hebben een eigen persoonlijkheid te ontwikkelen.

Welke stoornis koppel jij aan deze omschrijving?
Afhankelijke persoonlijkheidsstoornis.

Profileren

Vorm 6 groepen.
Pak van de tafel een papier met een vraagstellingstypen

Maak een poster, hier zet je op:
Wat is het vraagstellingstypen
Bij welk ontwikkelingsaspect hoort dit?
Wat zie je in het gedrag van cliënten met dit vraagstellingstypen?
Maak andere hulpverleners duidelijk hoe zij om moeten gaan met een cliënt in dit vraagstellingstypen.

Gebruik:
- maximaal 50 woorden
- plaatjes uit tijdschriften (onbeperkt)
- tekeningetjes/vormen/symbolen
Tip: Gebruik je aantekeningen hierbij.

Opdracht
Hoe reageer je vanuit het vraagstellingstypen dat bij deze cliënt hoor?

Situatie 1 Vraagstellingstype ‘emotionele ruimte bieden’:
Geertje van 7 staat met haar hand in haar mond in een hoekje te kijken hoe andere kinderen met de poppen aan het spelen zijn. Je denkt dat ze eigenlijk wel mee wil doen, maar het niet durft. Als je haar vraagt of ze ook met de poppen wil spelen, draait ze wat heen en weer en schudt met haar hoofd dat ze dat niet wil. Maar ze blijft kijken en doet niets.

Situatie 2 Vraagstellingstype ‘relationele ruimte laten’:
Josien is een bijdehante tante van 14 jaar en jouw cliënte in de jeugdzorg. Zij draagt graag uitdagende kleding en daagt jongens ook graag uit. Ze manipuleert ze om haar zin te krijgen. Op een gegeven moment zie je dat ze Rogier van 15 opdraagt een appel voor haar te halen: ‘Hé, Rogier, haal even een appel voor me, wil je!’ Rogier reageert bits: ‘Doe ’t zelf.’ ‘Hè toe, Rogier, als jij lief bent voor mij, ben ik het straks misschien ook wel voor jou’, reageert Josien.

Hoe reageer je vanuit het vraagstellingstypen dat bij de cliënt hoort?

Situatie 1 Vraagstellingstype ‘structureren’:
Job van 8 komt met een rood hoofd binnen en laat zich met een zucht op de bank vallen: ‘Nou, ik weet het niet meer, hoor’, steunt hij. Er volgt weer een zucht. ‘Wat weet je niet meer?, vraagt Mieke, de groepsleidster. Maar Job antwoordt niet, staat al weer op, pakt een boek, maar legt dat ook weer weg. Dan gaat hij weer zitten. Even later staat hij weer op en loopt naar buiten om direct weer om te draaien en weer naar binnen te komen.

Situatie 2 Vraagstellingstype ‘variëren’:
Evert van 6 zit in een groep op het medisch kinderdagverblijf. Morgen zal er een nieuw kindje in de groep komen. Dat levert veel stress op voor Evert. Nieuwe kinderen maken hem onzeker: wat vinden ze van hem, doen ze niet vervelend, kan hij nog wel met zijn lievelingsauto spelen, enzovoort. Je ziet de paniek toenemen. Hoe bereid je Evert voor op de komst van het nieuwe kindje?
Full transcript