Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Economie; Jong en oud

Samenvatting
by

Susan Melchers

on 9 October 2012

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Economie; Jong en oud

Jong en oud We onderscheiden 3 fasen: kinderfase, ouder-fase en grootouderfase 3 generaties een situatie bekend uit de speltheorie waarbij twee partijen voor de keus staan samen te werken of niet, waarbij samenwerken meer oplevert dan niet samenwerken. Gevangenendilemma
of prisoner's dilemma gedrag van de ene generatie kan gevolgen hebben voor de keuze mogelijkheden van andere generaties gedrag van de huidige generaties kan invloed hebben op de keuzemogelijkheden van toekomstige generaties. Toekomstige generaties een afspraak waar je (juridisch niet van af kunt/niet onderuit kunt. Bindende afspraak de strategie die het meest oplevert,
ongeacht de strategie van de anders. Dominantie strategie iemand die profiteert van de inspanningen van een anders. Free rider (=mee lifter) verschillende fasen in het leven van een persoon Levensloop inkomensafhankelijke subsidie op de kinderopvang;
kinderbijslag;
gratis schoolboeken op de bassischool en het voorgezet onderwijs;
studiefinanciering Steun van overheid bij opvoeden van kinderen Ze krijgen zakgeld, kleedgeld of hebben een baantje. Als ze hun inkomen uitgeven aan kleding, uitgaan, bellen etc., is er sprake van consumptie. Jongeren hebben eigen middelen consumeren is het kopen van goederen voor de eigen behoeftebevrediging het deel van je inkomen dat je niet uitgeeft, wordt gespaard.
als je meer wilt uitgeven dan je hebt, moet je geld lenen sparen is het niet consumeren van een deel van je inkomen;
lenen is het geld dat je alvast
gebruikt van je toekomstige inkomen als je geld leent, moet je rente betalen
en als je spaart, ontvang je rente Sparen is het uitstellen van consumptie en
lenen is het vervroegen van consumptie. het belang van de behoeftebevrediging(nut/plezier);
de hoogte van de rente;
(verwachte) prijsstijgingen (=inflatie) lenen of sparen hangt af van
het kopen van goederen en diensten door gezinnen (particuliere consumptie) en overheid (overheidsconsumptie) om in bestaande behoeften te voorzien. Consumeren de hoogte van een subsidie of bijdrage is afhankelijk van de hoogte van het inkomen. inkomensafhankelijk vergoeding voor spaargeld of leengeld rente geld verdienen en uitgeven gebeurt in verschillende periodes ruilen over tijd het niet consumeren van een deel van het inkomen Sparen de inkomens die mensen verdienen in het productieproces primaire inkomens loon, rente, huur, pacht en winst. arbeid
spaargeld
gebouw of grond
ondernemen Loon
rente
huur en pacht
winst die bestaat uit loonbelasting en premie volksverzekeringen.
loonheffing is een voorschot op de inkomens heffing die achteraf per jaar wordt vastgesteld over het totale inkomen dat je in dat jaar verdiend hebt. Over inkomen betaal je loonheffing het loon dat overblijft na aftrek van belastingen en sociale premies noemen we het nettoloon over je brutoloon betaal je sociale premies voor werknemers verzekeringen en een premie voor het pensioenfonds. aftrekposten zijn: bijzondere ziektekosten en de rente over een hypothecaire lening op je
eerste woning bruto jaarinkomen
aftrekposten -

belastbaar jaarinkomen De loonheffing wordt berekend volgens het schijventarief.
Er zijn in Nederland 4 schijven met een steeds hoger heffingspercentage.
het is daarom een progressief belastingstelsel. Schijventarief Naarmate het inkomen stijgt, moet er over de toename van het inkomen een hoger percentage betaald worden. De overheid gaat hierbij uit van het draagkracht beginsel. hogere inkomens betalen in verhouding meer belasting dan lage inkomens. De inkomensverschillen worden relatief kleiner,
er is dan sprake van nivellering van inkomens. (deel van) schijf 1 x 33%
(deel van) schijf 2 x 41,95% berekende heffing
(deel van) schijf 3 x 42 %
deel in schijf 4 x 52 %
heffingskortingen -

loonheffing Het percentage van je bruto inkomen dat je aan belasting en premies moet afdragen. Gemiddelde heffingsdruk of
het gemiddelde tarief inkomensheffing

brutoloon x100 % =

het gemiddelde heffingstarief als iedereen over het inkomen hetzelfde percentage aan belasting betaalt. Proportioneel belastingstelsel als iedereen geen percentage van zijn inkomen maar een vast bedrag aan belasting betaalt. Degressief belastingstelsel worden inkomensverschillen relatief groter, er is dan sprake van denivellering van inkomens. het percentage dat iemand over zijn laatst verdiende euro (top van zijn inkomen) betaalt. Marginale tarief bedrag dat bij de bereking van het belastbaar inkomen in mindering mag worden gebracht op het brutoloon en waarover dus geen loonheffing betaald hoeft te worden. Aftrekpost een bedrag dat in mindering wordt gebracht op de te betalen loonheffing. Algemene heffingskorting korting over de te betalen loonheffing voor iedereen die werkt. Arbeidskorting bruto inkomen min aftrekposten Belastbaar inkomen het belastbaar inkomen wordt in Nederland verdeeld in maximaal vier opvolgende bedragen (=schijven), waarover volgens een oplopend percentage de inkomensheffing berekend. Belastingschijven (=nettoloon) Loon na aftrek van belastingen en soicale premies. Besteedbaar loon het loon voor aftrek van belastingen en premies. Brutoloon (= gemiddeld tarief) Loonheffing als percentage van het brutoloon Gemiddelde heffingsdruk lening met onroerend goed als onderpand Hypothecaire lening het bedrag dat je aan belasting en premie volksverzekeringen over je inkomen betaalt. Inkomensheffing een organisatie/instelling die premies int van werknemers en deze belegt, om zo later aanvullende uitkeringen te kunnen doen bij pensionering, bij arbeidsongeschiktheid en bij overlijden aan de partner. Pensioenfonds het bedrag dat je (verplicht) betaalt aan de volksverzekeringen (AOW, AWBZ, AKW en Anw) Premie volksverzekeringen Hoe verder de Lorenzcurve van de diagonaal afligt, hoe groter de inkomensverschillen. Een Lorenzcurve begint altijd bij het punt (0;0) en eindigt bij (100;100). Inkomensverschillen kun je grafisch weergeven met een Lorenscurve. Lorenzcurve
een grafiek die de (on)gelijkmatigheid van een verdeling weergeeft, bijvoorbeeld van de verdeling van het totale inkomen over personen of huishoudens. Lorenzcurve Optellen van percentages van laag naar hoog Cumuleren het inkomen dat verdiend wordt in het productieproces(loon,rente,huur,pacht, winst) Primair inkomen het principe dat de gebruiker betaalt voor de geleverde (overheids)dienst. Profijtbeginsel het inkomen na herverdeling door de overheid.

Secundair inkomen= primair inkomen – ingehouden belastingen en sociale premies + uitkeringen en subsidies Secundair inkomen saamhorigheid of gemeenschapszin. Je bent solidair als je het belang van de groep boven het (financieel) eigenbelang stelt. Solidariteit Kapitaalgoederen zijn goederen die worden aangeschaft om mee te produceren en een inkomen te verdienen, zoals gebouwen, machines en grondstoffen
het kopen van kapitaalgoederen heet investeren. Kapitaalgoederen Balans is een overzicht van links de bezittingen (of activa) en rechts de wijze waarop deze bezittingen zijn gefinancierd, het vermogen (of passiva), gemeten op een bepaald moment. Balans eigen vermogen= vermogen dat de eigenaren permanent in het bedrijf hebben ingebracht;
langlopend vreemd vermogen(langlopende schuld)= vermogen dat moet worden afgelost, maar waarover het bedrijf langer dan een jaar kan beschikken, zoals ene hypothecaire lening of obligatielening;
kortlopend vreemd vermogen (kortlopende schuld)= vermogen dat binnen een jaar moet worden afgelost, zoals crediteuren(=schulden aan leveranciers en banken) Passiva worden verdeeld in vaste activa = kapitaalgoederen die langere tijd meegaan of meerdere malen gebruikt kunnen worden, gebouwen, machines, transportmiddelen, gereedschappen, inventaris;
vlottende activa= kapitaalgoederen die maar een keer gebruikt kunnen worden of binnen een jaar worden omgezet in geld, zoals voorraden, beleggingen, debiteuren (=vorderingen op klanten);
liquide activa: geldmiddelen, zoals kasgeld en banksaldo Activa worden verdeeld in Eigen vermogen= bezittingen –schulden De posten op een balans zijn voorraadgrootheden. Ze worden geregistreerd op een bepaald moment of tijdstip. De posten op een resultatenrekening zijn stroomgrootheden. ze worden geregistreerd over een periode, maand of een jaar. Een resultatenrekening is een overzicht van de opbrengst, de kosten en het resultaat( =winst of verlies) over een periode, meestal een jaar. Het aantal producten (stuks, liters,kg) dat een bedrijf verkoopt noemen we de afzet.

De opbrengst in geld van de verkochte goederen is de omzet.

De omzet is dus gelijk aan de afzet x prijs per product (verkoopprijs). Het boeken van de waardedaling van de vaste activa op de balans wordt afschrijven genoemd.
De afschrijvingskosten worden op de resultatenrekening geboekt omdat ze aan de klanten in de verkoopprijs worden doorberekend. in de economie wordt produceren gezien als het toevoegen van waarde aan ingekochte goederen en diensten. Toegevoegde waarde de bedragen die elk jaar opzij worden gezet om versleten vaste kapitaalgoederen op het einde van de levensduur te kunnen vervangen door nieuwe kapitaalgoederen. de afschrijvingen zijn gelijk aan de vervangingsinvestering. Afschrijven schulden aan leveranciers en banken Crediteuren Debiteuren geld dat de onderneming nog tegoed heeft het kopen van kapitaalgoederen door onderneming Investeren Het risico dat een ondernemer loopt als hij een eigen bedrijf runt. Ondernemersrisico Verzekeren verzeker is het afsluiten van een overeenkomst tussen een verzekerde en een verzekeraar, waarbij de verzekerde premie betaalt en recht heeft op een uitkering bij schade of een persoonlijke gebeurtenis, bijvoorbeeld een ongeluk. Verzekeringen worden onderverdeel in particuliere verzekeringen en sociale verzekeringen. Particuliere verzekeringen kun je afsluiten bij bedrijven. Particuliere verzekeringen zijn in de regel vrijwillig en verzekerden zijn vrij in de keuze van een verzekeringsmaatschappij. Uitzonderingen zijn de WA-verzekering voor automobilisten en de basisziektekosten verzekering. Die zijn verplicht. Particuliere verwerkingen zijn: brandverzekeringen, schade verzekeringen, reisverzekeringen, levensverzekeringen, etc. Sociale verzekeringen zijn gebaseerd op wetgeving en worden uitgevoerd door sociale fondsen.deelname is altijd verplicht. De premie wordt door de overheid vastgesteld en is inkomensafhankelijk. Bij de sociale verzekeringen onderscheiden we werknemers verzekeringen en volksverzekeringen Volksverzekeringen gelden voor alle Nederlands. Iedereen met een inkomen moet premie betalen en iedereen heft recht op een uitkering, bijvoorbeeld AOW, AWBZ,Anw en AKW. De uitkering is een vast bedrag. Bij sommige sociale verzekeringen zoals de AWBZ worden de kosten betaald. Volksverzekeringen Werknemersverzekeringen gelden voor werknemers in loondienst. Werknemers betalen premie, aangevuld met een bijdrage van de werkgever, en hebben recht op een uitkering, bijvoorbeeld WW,ZW en WIA. De uitkering is een percentage van het loon Werknemersverzekeringen
Full transcript