Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Aanwijzend voornaamwoord en Bezittelijk voornaamwoord.

No description
by

Friso Regnerus

on 14 April 2013

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Aanwijzend voornaamwoord en Bezittelijk voornaamwoord.

Bezittelijk voornaamwoord Aanwijzend voornaamwoord Wat is een Bezittelijk voornaamwoord? Een werkblad een werkblad Jullie krijgen tien minuten tijd
om aan dit werkblad te werken. -het staat vrijwel altijd voor een zelfstandig
naamwoord
-het geeft een bezit aan.

-voorbeeldzinnen: Dat is mijn geld.
Oftewel: Dat geld is van mij. - bijna letterlijk aanwijzen
- Die, dat, deze, zulke zijn aanwijzende voornaamwoorden
- Voorbeeldzinnen:

Die schoenen zijn mooi.

Deze schoenen zien er mooi uit. Weer tien minuten aan de slag!

Wij hopen dat jullie er iets van geleerd hebben en nu weten wat een aanwijzend en een bezittelijk voornaamwoord is.

Even checken:

-Wilt u uw mond even open doen?
-Die boeken moeten nodig opgeruimd worden.


Einde Wat is een Aanwijzend voornaamwoord? Je kunt nu beide werkbladen inleveren. Antwoorden bezittelijk voornaamwoord klassikaal bespreken

1. Ik ben mijn jas thuis vergeten.
2. Weten jouw vrienden hier eigenlijk wel van?
3. Mijn cavia heb ik weggegeven aan Kristel.
4. Zullen we met zijn allen jullie rommel bij het grofvuil zetten?
5. Ik vind ons huis niet erg gezellig.
6. Hij heeft zijn zinnen gezet op dat stukje land.
7. Maar natuurlijk is dat hun goed recht.
8. Ze werden er nog van verdacht hun auto bekrast te hebben.
9. Waarom kijk je niet eerst naar onze computer?
10. Ze stond met haar handen in de zij.
11. Je weet heel goed dat dit mijn DS is.
12. En toen stond onze hele verzameling op marktplaats.
13. Heeft hij echt een foto van ons huis gemaakt?
14. Als je nou eindelijk eens jouw mond dichthoudt!
15. Ik heb je vriend nooit gemogen. 1: Ik vind deze opdracht niet moeilijk.
2: Niet iedereen heeft naar Blokken gekeken op die avond.
3: Natuurlijk is dat programma nog te bekijken op internet.
4: Dat lieve meisje is erg blij.
5: Ik heb het boek gelezen, dat boek is geschreven door Marc De Bel.
6: Dit boek is erg mooi.
7: Die schrijfster heeft meer boeken geschreven.
8: Deze week ga ik een ander boek lezen.
9: Ik ga dat boek Marc De Bel is de schrijver van dat boek.
10: Iemand had mij dat boek aangeraden, die leerling had het zelf ook gelezen.
Opdracht 1 aanwijzend voornaamwoord HIER
_____ meisje_____ computer
_____ jongen_____ balpen
_____ kinderen_____ boterhammen
_____ glas_____ boekentas
_____ gsm_____ jassen
------------------------------------------
DAAR
_____ meisje_____ computer
_____ jongen_____ balpen
_____ kinderen_____ boterhammen
_____ glas_____ boekentas
_____ gsm_____ jassen
HIER EN DAAR

Vul het juiste aanwijzend voornaamwoord in!
1.Niemand kent het antwoord op ________ vraag hier.
2.Ken jij ________ meisjes? Ze staan daar tegen de muur.
3.Ik werk op _______ computer hier. Jij werkt op ________ computer daar.
4.________ chocolade hier is zeer lekker, maar ________ daar niet.
5.________ boeken hier zijn van mij, maar _________ boeken daar zijn van jou.
6.Het vliegtuig staat daar. _________ vliegtuig is zeer mooi.
7._________ balpen is kapot, maar ___________ hier schrijft nog.
8._______ meisjes daar weten het antwoord, maar ________ meisjes hier niet.
9.Ik ben niet bang van ________ spin hier, maar wel van ________ vogels daar.
10.Mijn mama rijdt met ________ auto hier, niet met ________ auto daar.
Opdracht 3 aanwijzend voornaamwoord Opdracht 2 aanwijzend voornaamwoord
Full transcript