Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Project Athene Berend, Jesaja, Tamar en Lena

No description
by

Lena Lursen

on 20 January 2015

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Project Athene Berend, Jesaja, Tamar en Lena

Project Athene
Vreemdeling
Priester
Atleet
Door: Berend, Jesaja, Tamar en Lena
Dagboek van de Vreemdeling

Vanmorgen werd ik wakker naast onze boot, ze was er erg aan toe. Er zat een groot gat in de romp en de mast was nergens te bekennen, net als de andere bemanningsleden. Ik keek om me heen zocht naar mijn vrienden, maar ik was alleen... Blijkbaar waren ze allemaal verdronken tijdens de storm. Ik probeerde op te staan, maar viel meteen weer neer. Mijn knie deed veel pijn.
Er zat een grote wond op, dit zou niet vanzelf helen. Strompelend moest ik wel opzoek naar iemand die me kon helpen. Maar het strand was leeg, ik moest verder. Na een lange tocht door zand vlaktes en bossen vond ik hoge burchtmuren. De poort stond open, dus ik ging naar binnen.

In de burcht was het heel druk, door de schaduwen liep ik naar de markt. Misschien was daar iemand die me kon helpen. Ik sprak mensen aan maar ze keken me aan alsof ik gek was. Misschien komt het door mijn versleten kleren? Of door mijn onverzorgde huid? Ik was verward. Tot dat ik een jongen tegen kwam, ik schat hem rond de 13, ik vroeg hem waarom mensen me zo raar aankeken. Hij zei iets wat ik niet kon verstaan. Ik keek hem niet begrijpend aan, wat zei hij allemaal? Toen wees hij naar een paar huizen en trok aan mijn arm, dat ik mee moest komen. Hij nam me mee naar een smal huis waar een vrouw in de deuropening
stond.
Ze vroeg iets aan de jongen, weer begreep ik het niet. Hij antwoordde en wees naar binnen, ze knikte en wenkte me. Het was schemerig binnen. Achterin het huisje zat een oude man in een stoel, de vrouw begon tegen hem te spreken. Hij lachte naar me, en begon te praten. Maar dit keer verstond ik het. Hij zei: “Je bent in Athene” Hij gebaarde dat ik op een stoel moest gaan zitten “Mijn dochter zal je knie verbinden terwijl ik met je praat. Ik heb al jaren geen Italiaan meer gesproken. Hoe ben je hier gekomen?” Ik was blij dat ik iemand had gevonden die me kon helpen, die me begreep. Opgelucht ging op de stoel zitten, leunde achterover en liet me verzorgen, terwijl ik eindelijk mijn verhaal kon doen.
Handelaar
5e dag na de nieuwe maan Hekatombaion.
Het is rustig op zee. Vannacht was er storm. Maar gelukkig zijn de vaten wijn rustig in het ruim gebleven. De god Poseidon is genadig geweest. Gelukkig heb ik als ik terug ben genoeg geld voor een tijdje. Als ik eenmaal ben uitgerust, ga ik nog een keer varen. Dan zal ik genoeg geld meenemen voor mij, mijn vrouw en mijn kinderen. Vandaag ben ik ook nog een ander schip tegengekomen. Eerst dacht ik dat het een schip van Sparta was. Maar later, toen we dichterbij waren gevaren, zag ik dat het schip ook uit de polis Athene kwam. We zijn weer terug op onze koers gegaan en hebben onze reis vervolgt.
6e dag na de nieuwe maan Hekatombaion.
Vandaag was het mooi weer en de zee was nog steeds rustig. Ik denk dat Poseidon blij was met de geofferde geit. We hadden voor we weggingen een paar paarden en een stier geofferd. Dat moet genoeg zijn om Poseidon tevreden te houden. Maar eergisteren was er toch storm. En we besloten de enige geit die we nog hadden aan Poseidon te offeren. Dat betekent wel dat we geen geitenmelk meer kunnen drinken. Maar hopenlijk blijft de zee rustig en komen we veilig thuis.
Grootgrondbezitter
ARBEIDSOVEREENKOMST VOOR ONBEPAALDE DUUR

Ondertekende:
1. De grootgrondbezitter: Heer Adonis

2. Leenboeren: Iorgos, Iakovos en Orion.

Zijn overeen gekomen dat:

1. Werkzaamheden
Werknemers zullen de werkzaamheden landbouw, olijfteelt en veehouderij verrichten tot dat Heer Adonis ze ontslaat.

2. Looptijd
De overeenkomst wordt aangegaan van 31 februari 494 v.C. Het dienstverband betreft een volledige week van 98 uur per week.

3. Salaris
De werkgever en werknemers zijn voor ongenoemde periode een salaris van 1% van de grond opbrengst overeengekomen. Uit te betalen in natura.

4. Vakantiedagen
*Niet van toepassing*

5. Verplichtingen werknemer
-99% van de opbrengst aan de grootgrondbezitter geven.
-Iorgos: Niets anders dan vee houden.
-Iakovos: Niets anders dan graan telen.
-Orion: Niets anders dan olijven kweken.
-Werknemers kunnen geen ontslag nemen
-Werknemers doen wat Heer Adonis zegt.

Mocht aan één van deze voorwaarden niet worden voldaan, dan heeft de heer Adonis
het recht de betreffende werknemer, uit zijn huis te verdrijven. Met gezin en al. Toch zal hij blijven werken voor heer Adonis, onderdak voor hem en zijn gezin zal hij nu zelf moeten regelen.


Werkgever: Werknemers:




Heer Adonis Iorgos
Iakovos
Orion
Arme boer
Hallo,
Ik ben Ionias
Ik ben een boer met weinig macht en woon in een huisje aan de rand van de stad. Iedereen kan boer worden, het is wel zwaar werk en de kans is groot dat de oogst mislukt. Je hebt er niet zoveel kennis voor nodig. Je moet alleen weten hoe je zaait en oogst.

Ik heb een koe en een klein stukje land waar ik graan verbouw. Ik heb een vrouw en zes kinderen, vier jongens en twee meisjes.
De oudste is 18 en de jongste 2.
Overdag werk ik op het land, mijn eten koop ik van de opbrengst graan.
Mijn twee zonen en dochter werken mee op het land, de andere zijn nog te jong.

Laatst heb ik omdat de oogst mislukt was, mijn 16-jarige zoon Anthos moeten verkopen als slaaf aan een rijke handelaar.
Mijn akker is heel droog en onvruchtbaar.
Ik verbouw te weinig graan om van te leven en mijn koe geeft ook niet veel melk.
Ik heb dit stukje land geërfd van mijn vader.
Ik zou graag iets anders willen zijn dan boer, een ambacht ofzo iets, maar daar heb ik het geld niet voor. Ik ben bang dat ik binnenkort nog een kind moet verkopen omdat, deze oogst waarschijnlijk ook gaat mislukken.


Ik lig in mijn bed en val maar niet in slaap.
De jongen naast me neuriet een deuntje.
‘heb jij het ook zo warm?’ vraag ik.
‘Ja ik verbrand zowat’ zegt de jongen naast me die Ottis heet.
Ik grinnik
‘Ik droomde net...’ Begon hij zachtjes om de andere niet wakker te maken,‘...dat ik geen slaaf was maar, op school zat en dat ik leerde lezen en schrijven’
‘Tja… daar heb je geld voor nodig.’ zeg ik.
‘Wij hebben niks’ zegt Ottis‘
Hoe ben jij hier eigenlijk gekomen of waren jou ouders al slaaf net zoals bij mij?’ vraagt Ottis.
‘Wil je het hele verhaal horen?’ vraag ik.
‘Ja’ zegt Ottis.
Ik begin te vertellen: ‘Mijn vader was een boer, een hele arme boer. Hij had een klein stukje land, een koe en een huisje. Daar woonde we met z’n achten: ik, mijn ouders, drie broers en twee zusjes. Ik moest al sinds mijn zesde helpen op het land. Dat was erg zwaar. De oogsten mislukte, mijn moeder werd weer zwanger, het geld raakte op. Op het begin hadden we twaalf koeien. Maar door de droogte mislukte de oogsten en moest hij de koeien verkopen. Twee jaar geleden was het geld helemaal op. Dus besloot mijn vader iemand te gaan verkopen. Mijn ouders hebben dagen zitten overleggen. Soms hoorde ik mijn moeder huilen , waarom niet de koe. Dat heb ik ook nooit begrepen. Toen we hoorden dat ik verkocht zou worden, wou ik het niet geloven. Ik was verdrietig en boos tegelijk, waarom moest mijn vader nou perse mij verkopen niet mijn broer Patros of mijn zus Gryta. Ik nam afscheid van mijn vader en moeder. Daarna werd ik meegenomen en weggebracht naar de haven. De mannen die mij meenamen knipte eerst mijn haren kort, dat moesten alle slaven. Toen ik verder liep stond daar een groot schip. Een man trok me mee het schip op en zei, ‘Dat is jou ruim’ Ik ging naar binnen en zag een ruimte waar heel veel jongens en mannen zaten. Iedereen zat op de grond dus zocht ik ook maar een plekje. Ik ging zitten naast een jongen van ongeveer 13 jaar zitten. Hij was heel mager en klein, eigenlijk was iedereen in het ruim mager. Toen hoorde ik geschreeuw en begreep dat alle slaven naar het dek moesten komen. Er werd ons uitgelegd dat we moesten roeien naar een andere plek. Er werd niet gezegd welke plek. Het was middag en iedereen ging op een vaste plek zitten, ik was nieuw dus ik bleef een beetje hopeloos staan zoekend naar een plekje. Een man duwde naar een plekje achteraan. Toen gingen we roeien, en roeien en roeien en roeien… Ik was sterk en dus ging het niet zo moeilijk. ‘s ochtends ‘s middags en ‘s avonds kregen we vies eten waarvan niemand wist wat het was. Er gingen geruchten dat het verrot was. Ik weet niet hoelang ik op die boot heb zitten roeien maar volgens mij best wel lang. Ik werd magerder en magerder. Toen we terug kwamen in Athene werd ik met nog een paar jongens hier heen gebracht.
Tja.. en nu ben ik dus hier’. eindig ik mijn verhaal.
‘Wat is slaaf zijn toch stom’ zegt Ottis
‘Als slaven nou ook mogen stemmen of macht hebben, dan houdt de slavernij misschien ooit op’ zeg ik.
De Filosoof
De vrouw
Beeldend kunstenaar
Uitslagen Vijfkamp

Achilleas Ektor Grigoris Helios Mano
akoon 1e 4e 2e 5e 3e
speerwerpen
diskos 5e 4e 2e 1e 3e
diskuswerpen
halma 3e 2e 5e 1e 4e
verspringen
palè 3e 1e 2e 4e 5e
worstelen
dromos 1e 2e 4e 3e 5e
hardlopen
interviewer: Wie bent u?
vrouw: Ik ben Aspasia.
interviewer: Waar komt u vandaan?
vrouw: Uit Milete.
interviewer: En wat voor werk doet u?
vrouw: Ik ben concubine.
interviewer: En wat is dat precies?
vrouw: Een concubine is een vrouw die gezelschap En conversatie biedt aan belangrijke mannen in een salon. We dansen en maken muziek, maar we praten ook over de politiek en filosofie.
interviewer: En voor wie werkt u dan?
vrouw: Voor Pericles.
interviewer: Wie is Pericles?
vrouw: Weet u niet wie Pericles is?
Pericles is een fantastisch staatsman. De grootste die Athene ooit gehad heeft. Hij is charismatisch, hij is een geweldige veldheer.
interviewer: En is hij ook zo mooi als u?
vrouw: Nou, niet verder vertellen. maar ze noemen hem ook wel de Komkommerkop. Maar ik vind dat niet erg want hij kan heel mooi spreken.
Strateeg
Er is oorlog in Griekenland
Twee legers staan stuurloos tegenover elkaar
Dan maakt de strateeg een aanvalsplan
De strateeg laat versterking komen
Hij laat troepen van achteren aanvallen
De vijand raakt verward
Ze weten niet meer wat ze moeten doen
De vijand wordt uitgeschakeld
De strateeg heeft gewonnen
De slaaf
Filosoof: Kan je gelukkig zijn zonder ooit succes gehad te hebben ?
Persoon: Natuurlijk.
Filosoof: Ook als alles mislukt is ?
Persoon: Nee, want bij dat alles zit ook je leven.
Filosoof: Dus je leven moet een klein beetje succesvol zijn ?
Persoon: Dat vind ik niet. Je leven moet gewoon niet mislukken.
Filosoof: Hoe kan je zorgen dat je leven niet mislukt ?
Persoon: Dat hangt ervan af.
Filosoof: Hoe bedoel je ?
Persoon: De een is al gelukkig als ze iets kleins heeft gedaan en de ander
is pas gelukkig als ze net de computer heeft uitgevonden.
Filosoof: Dus het leven hangt af van de eisen die je aan jezelf stelt ?
Persoon: Gedeeltelijk, want je moet ook aan die eisen kunnen voldoen.
Filosoof: Wie bepaalt dat je aan die eisen voldoet ?
Persoon: Jijzelf, en iedereen met wie je ooit te maken zal hebben.
Filosoof: Wie heeft de grootste invloed van die twee ?
Persoon: Jijzelf.
Filosoof: Dus jij bepaalt meer dan anderen of je gelukkig bent of niet ?
Persoon: Correct.
Filosoof: Hoe bepaal je je eigen geluk ?
Persoon: Door aan je eisen te voldoen en ervoor te zorgen dat anderen je daarbij niet storen.
Filosoof: Maar sommigen stellen hogere eisen aan zichzelf dan anderen. Juist ?
Persoon: Ja.
Filosoof: Dus hoe hoger de eis, hoe moeilijker het is om gelukkig te zijn ?
Persoon: Ja.
Filosoof: Stellen de meesten hogere of lagere eisen aan zichzelf ?
Persoon: Ik weet het niet zeker, maar ik vermoed dat zij die hogere eisen aan zichzelf stellen en aan hun eisen voldaan hebben, een succesvoller leven zullen leiden dan degenen die lagere eisen hebben. Maar ze zullen allebei even gelukkig zijn als ze aan hun eisen voldaan hebben.
Filosoof: Ken je mensen die geen eisen aan zichzelf stellen ?
Persoon: Nee, die ken ik eigenlijk niet.
Filosoof: Hoe komt het dat we eisen aan onszelf stellen ?
Persoon: Omdat we niet minder willen zijn dan anderen. Mensen die minder eisen aan zichzelf stellen, willen niet de beste zijn. Maar ze willen de anderen wel een beetje kunnen bijhouden.
Filosoof.: Kan je een voorbeeld van een eis geven ?
Persoon: Ik eis van mezelf dat ik niet rook voor mijn zeventiende.
Filosoof: Is dat een hoge eis ?
Persoon: Voor mensen die omringd worden door vriendinnen die roken en altijd een sigaret aanbieden wel.
Filosoof: Kan je een voorbeeld geven van iemand met een gelukkig leven ?
Persoon: Ja, iemand die van zichzelf eist dat ze niet gaat roken, dat ze niet te dik wordt, dat ze geen toiletjuffrouw wordt, dat ze minstens twee kinderen gaat krijgen.
Filosoof: Ben jij gelukkig ?
Persoon: Ik ben in vele opzichten gelukkig, maar in sommige niet.
Filosoof: Heb jij weleens succes gehad ?
Persoon: Ja, als ik een mop vertel en de mensen vinden het grappig of ik doe een goocheltruc en de mensen vinden het knap.



De Toneelspeler
Griekse toneelspelers in de klassieke oudheid droegen vrijwel altijd een masker.
Door die maskers was hun theater een heel andere beleving dan dat van ons. In een toneel stuk speelden er maar 3 mannen. Soms moesten er verschillende personages door een iemand worden gespeeld. Dat deden ze met maskers. De maskers die ze droegen konden heel zwaar zijn, daarom werden ze gemaakt van hout linnen en andere organische materialen. De acteurs hadden vrijwel altijd een masker op. Als je voor een grote groep moest spelen zonder microfoons moest je een forse stem hebben. In het oude Griekenland was je als je een mooie, harde stem had goed om een acteur te zijn. Daarom besteden de acteurs evenveel aan hun stem als aan hun acteerkunsten. Sommige zalen waren enorm groot. Daardoor konden de mensen die achterin zaten niet alles goed zien. Daarom maakten de toneelspelers altijd hele grote gebaren om de emoties uit te drukken. Bij zo’n toneelstuk waren er ook stille acteurs of figuranten. De stille acteurs droegen maskers en hadden geen tekst, alleen rouwden ze als er iemand dood ging of ze juichten als er iets moois gebeurde. Als de acteurs volgens het publiek te weinig of slecht had opgevoerd werden ze bekogeld met bijvoorbeeld vijgen, stenen of noten. Als het wel goed ging kregen ze een applaus en gejuich.
Berend
Ik zou graag filosoof willen zijn, omdat je dan veel geld kan verdienen. En je in een mooi huis woont en er zijn veel mensen die voor je werken zoals slaven.

Lena
Ik zou graag handelaar willen zijn, omdat je dan vaak op zee bent en je moet goed kunnen nadenken.
Alleen zou ik wel willen dat er geen stormen meer zijn. Want ik wil niet dood...
Tamar
Het lijkt me leuk om Atleet te zijn, sporten vind ik leuk en als je heel goed bent verdien je er ook nog best wat mee, alleen wil ik niet naakt sporten of worstelen.

Jesaja
Ik zou het heel leuk vinden om een beeldend kunstenaar te zijn, omdat je dan heel belangrijk kan zijn. Bijvoorbeeld als je een tempel voor Zeus moet ontwerpen.


Toneelspeler - Jesaja
Vreemdeling - Lena
Priester - Tamar
Atleet - Berend
Arme boer - Tamar
Slaaf - Tamar
Handelaar - Berend
Beeldend kunstenaar - Jesaja
Strateeg - Lena
Vrouw - Berend
Filosoof - Jesaja
Grootgrondbezitter - Lena


Inhoud/Taakverdeling
Full transcript