Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Op woordenjacht...

No description
by

Heidi Rubingh

on 11 November 2015

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Op woordenjacht...

Op woordenjacht...
Creatief en effectief
werken aan woordenschatuitbreiding

Praktijk

Woordenschatroutines
Grafische modellen
Cooperatieve werkvormen
Strategieen leren
Theorie

Visie en uitgangspunten
Hoe leren wij woorden ? (woorden leren gebruiken; strategieen leren; woordbewustzijn en eigenaarschap bevorderen)
Implementatie en borging op schoolniveau
'De grenzen van mijn taal zijn de grenzen van mijn wereld'
(Wittgenstein)

Wat weten we uit onderzoek?
> Kinderen uit taalrijke milieus horen vijf
keer zoveel woorden als kinderen uit
taalarme milieus

> Taalzwakke ouders praten minder met
hun kinderen en geven hen meer
opdrachten
De invloed van het milieu waarin kinderen opgroeien, blijft tijdens de schoolperiode bestaan

Wat betekent dit voor het onderwijs?
Een paar getallen:

> Een gemiddeld taalvaardige leerling begint aan het
basisonderwijs met een receptieve woordkennis van rond de
3200 woorden.

> Tot en met het 8ste levensjaar leren kinderen ongeveer 600
woorden per jaar.

> Tussen het negende en twaalfde jaar groeit de woordenschat
met 1700 tot 3000 woorden per jaar.

> Gemiddeld kennen leerlingen aan het einde van de
basisschool 17.000 woorden.

> De meeste volwassenen kennen tussen de 17.000 en 50.000
woorden.
Pijlers van het woordenschatonderwijs:
1. Woorden leren en gebruiken
> kennis van de wereld
> kennis van taal

2. Woordleerstrategieen leren

3. Woordbewustzijn en - eigenaarschap ontwikkelen
Effectief woordenschatonderwijs
1. Doelgericht werken
2.Tijd en extra tijd
3. Instructie
4. Differentiatie
5. Aanbod
6. Monitoring
Ad. 1 Doelgericht werken
Woordenschat is geen eigenstandig taaldomein

Leerlingen breiden hun woordenschat uit door intentioneel woordenschatonderwijs

Leerlingen leren strategieen om zelfstandig woordbetekenissen te kunnen achterhalen

Leerlingen ontwikkelen woordbewustzijn en worden eigenaar van hun eigen woordenschatontwikkeling
Ad. 2 Tijd
/ AL /
Ad. 3 Instructie

Afhankelijk van het doel!
Maar altijd via GRRIM
Gradually Released Responsibility Instruction Model
Ad. 4 Differentiatie
* verschillende woorden (concreet/abstract)

* hoeveelheid woorden

* GRRIM
Ad. 5 Aanbod
De leerkracht !!! moet bewust woorden selecteren

Registratiesysteem is belangrijk
Ad. 6 Monitoren
Formatieve en summatieve evaluatie op korte, middellange en lange termijn
Hoe leren wij woorden?
Woorden leren is concepten leren
Een concept is het geheel van betekenissen, associaties, ideeen en beelden dat aan een woord is verbonden.
Hoe leren wij woorden?
Fonemen en morfemen
Besteed bij het aanleren van een nieuw woord aandacht aan de woorddelen (morfemen) waaruit het woord is opgebouwd
Woorden onthouden
> Gebruik verschillende werkvormen

> Koppel het woord aan persoonlijke beleving

> Herhaal regelmatig

> Laat kinderen de woorden actief gebruiken

> Besteed bij het aanleren van nieuwe woorden
aandacht aan de uitspraak, de klank van het woord
Bij het opslaan van nieuwe woorden in het lange termijngeheugen kunnen
er drie dingen gebeuren:
Toevoegen

Bijstellen

Herzien
Relaties tussen woorden
Verbind nieuwe woorden explicite met andere woorden.

Hoe mee verbindingen er worden gemaakt, hoe effectiever het woord wordt opgeslagen in het brein
Grafische modellen
1. De woordenstarter
2. De verzamelplaats
3. De woordenparaplu
4. De woordentrap
5. De overlapper

Een beeld zegt meer dan duizend woorden....
1.De woordenstarter
Verzamelnaam:
> Woordenwolk
> Beeldwoordenveld
> Woordenweb
> Kenmerkenspin
Doel: Activeren van voorkennis (voorbewerken)
Kinderen kunnen hun kennis over een onderwerp gemakkelijker uitbreiden:
Ze kunnen nieuwe woorden koppelen aan bestaande kennis
De woordenwolk
Beeldwoordenveld
Kenmerkenspin
Woordweb/doorwebben
2. De verzamelplaats
Doel:
Leerlingen kunnen een netwerk van kennis opbouwen rondom een bepaald thema

(Samenhang tussen het thema-onderwerp, de subthema's en de afzonderlijke woorden wordt zichtbaar)
Consolideren - controleren
Diepe woordkennis
Regie leerkracht
Orienteren
Oppervlakkige woordkennis
Regie bij leerling
3. De woordenparaplu
Doel:
Het leren van betekeniskenmerken van woorden
Semantiseren - consolideren- controleren
Diepe woordkennis
Regie leerkracht en leerling
Diepe woordkennis ontwikkelen
Verbreden en verdiepen
Opbouw:
> Je hebt nog nooit van het woord gehoord
> Je hebt het woord wel een gehoord maar kent de betekenis niet
> Je herkent het woord in een context
> Je kent de verschillende betekenissen van het woord en je gebruikt
het woord in verschillende contexten
Foneem = klank
Morfeen = kleinste betekenisvolle deel van een woord
Dus niet alleen definities leren !!!!!
4. De woordentrap
Doel:

Kleine betekenisverschillen duidelijk maken
(grinniken, lachen, schaterlachen)

Ordenen van begrippen op traptreden tussen twee uitersten
(vervoermiddelen van langzaam naar snel)
semantiseren-consolideren- controleren
diepe woordkennis
regie leerkracht
5. De overlapper
Doel:

Zoeken naar overeenkomsten en verschillen tussen woorden
semantiseren-consolideren
diepe woordkennis
regie leerkracht en leerling
6. Woordkast

Doel:
Tegengestelde betekenissen duidelijk maken
consolideren-controleren
diepe woordkennis
regie leerkracht-leerling
Woordenschatroutines
Ons brein zoekt naar patronen
Een routine is een effectieve manier om de ontwikkeling van leerlingen te stimuleren
Het geheim van leren zit in de herhaling

1. Woord van de dag
2. Thematafel
3. Praatplaat
4. Woordposter
5. Woordenboeken
6. Woordenschatmonster
7. Draai maar raak
8. Woordenschatdoosje
3 strategieen om de betekenis van een woord te achterhalen:

woordstructuur analyseren
context gebruiken
hulpbronnen gebruiken
Strategieen leren
Woordstructuur analyseren
samenstellingen:
fiets - bel; voor - poten; planken - drager;
warmte - front


voor- en achtervoegsel:
adequaat - inadequaat; gezond - ongezond;
adem - ademloos; ondanks - desondanks


vervoegingen en verbuigingen":
werkwoordsvormen; meervoudsvormen; woordfamilies
Context gebruiken
Essentieel om taalzwakke kinderen hiervoor instructie te geven

Modelling !

Hulpbronnen gebruiken
Woordenboek
Internet
Hulp vragen aan een ander
Reflectie op de strategie:
Herken het woord dat je niet kent
Bedenk of je iets van de betekenis van dit woord nodig hebt om de tekst te begrijpen
Weet je al iets van het woord?
Bekijk het woord en de context en kies de meest passende strategie
Pas de strategie toe
Reflecteer op de uitkomst en effectiviteit van de strategie
Weet je de betekenis: ga verder
Weet je de betekenis niet: ga na of je de strategie goed hebt toegepast of pas een andere strategie toe
Woordbewust
Iemand is woordbewust als hij alert is op woorden die hij niet kent en de betekenis van deze woorden graag wil leren
Woordeigenaarschap
Iemand is eigenaar van zijn woordenschatontwikkeling als hij zich bewust is van de ontwikkeling van zijn eigen woordenschat en gemotiveerd is om deze te vergroten.
De viertakt:
1. Voorbewerken -introduceren

2. Semantiseren - verhelderen van de betekenis door:
uitbreiden
uitleggen
uitbeelden
uitproberen

3. Consolideren - inslijpen

4. Controleren
De reticule is een zakvormig damestasje voor het meedragen van persoonlijke artikelen.
De oorspronkelijke reticules hadden een koordsluiting aan de bovenzijde later volgden beugelsluitingen.

De reticule is de directe voorloper van de hedendaagse handtas en dateert uit de 18e eeuw. Geld werd in eerste instantie vervoerd in een buidel. In de 18e eeuw werden deze buidels vervangen door doosjes aan een metalen ketting.
Door de ruimvallende mode van toen werden deze aan het oog onttrokken. Toen de kledij weer stakker werd, verdrongen de reticules de doosjes.

De reticule werd om de pols of in de hand gedragen. Vaak waren ze van zacht soepel materiaal zoals leer of van kralenwerk gemaakt.
Hoe verder?
Full transcript