Loading presentation...

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in our knowledge base article

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

MAW - 5H - Periode 2

No description
by

on 5 November 2018

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of MAW - 5H - Periode 2

MAW - 5 havo - Periode 2
Politieke besluitvorming is gericht op het oplossen van
politieke problemen
Hoofdstuk 1: Wat is politiek?
Hoofdstuk 1
Er is sprake van een politiek probleem als:

een grote groep mensen een situatie ongewenst vindt;
overheidsbeleid nodig is om het probleem op te lossen;

Een probleem komt dan op de
publieke
agenda
De overheid zorgt voor zaken
(collectieve/publieke goederen)
:

die van algemeen belang zijn
die moeilijk via de markt kunnen worden aangeboden
die principe voor iedereen beschikbaar moeten zijn.

Hoofdstuk 1: Wat is politiek?
Hoofdstuk 1: Wat is politiek?
Macht
is het vermogen het gedrag van anderen, desnoods tegen hun wil, te beïnvloeden;
bijvoorbeeld politie.
Gezag
is het accepteren van 'macht' van anderen als legitiem (gerechtvaardigd);

bijvoorbeeld ouders.
Macht is vaak gebaseerd op
machtsbronnen
, zoals wetten, rechten, deskundigheid, geld.
Hoofdstuk 1: Wat is politiek?
In de politiek is er veel sprake van
verdelingsvraagstukken
:

Wie krijgt welke macht?
Waar wordt het geld aan besteed?
Daarnaast is er sprake van vraagstukken over
openbare orde (veiligheid)
.
Macht is dus nooit gelijk verdeeld!
Nederland is een constitutionele monarchie met een parlementair stelsel
Hoofdstuk 2: Democratie en rechtsstaat
Constitutionele monarchie:
een land met een koning(in) als staatshoofd. Het koningschap is erfelijk, en hij/zij dient zich te houden aan de grondwet (constitutie).

Nederland is een
democratische rechtsstaat;

Hoofdstuk 2: Democratie en rechtsstaat
Hoofdstuk 2: Democratie en rechtsstaat
Hoofdstuk 2
Feitelijk worden politieke besluiten genomen door het
kabinet
(ministers & staatssecretarissen) en het
parlement
(Eerste en Tweede Kamer)
Parlementair stelsel:
een vorm van indirecte democratie, de volksvertegenwoordiging (het parlement) heeft medewetgevende macht.

Democratisch
: de macht wordt door of namens het volk (parlement) uitgeoefend.
Rechtsstaat
: de macht van de overheid is aan regels gebonden om machtsmisbruik te voorkomen.
burgers beschermen is het doel!
Kenmerken van een rechtsstaat:
Er is een
grondwet
, waarin de

klassieke en sociale grondrechten zijn vastgelegd.

Er is
machtenscheiding (Trias Politica)
: wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht zijn gescheiden.

De overheid is gebonden aan de wet
(legaliteitsbeginsel)
.

* Wetgevende macht (kabinet en parlement): maakt wetten.

* Uitvoerende macht (ministers, politie, OM): voert de wetten
uit en controleert of wetten worden nageleefd.

* Rechterlijke macht (rechters + OM): spreekt recht.

Een kiesstelsel is
een methode
waarbij bij verkiezingen voor een volksvertegenwoordiging en/of president wordt bepaald:
Hoofdstuk 3: Verkiezingen en kiesstelsels
Nederland heeft een stelsel van
evenredige vertegenwoordiging
:

Hoofdstuk 3: Verkiezingen en kiesstelsels
Hoofdstuk 3
Om versplintering te voorkomen geldt in sommige landen een
kiesdrempel
: een minimum aantal stemmen om zetels te krijgen.
Welke keuzemogelijkheid de kiesgerechtigden krijgen.
Hoe uit de uitgebrachte stemmen kan worden opgemaakt welke kandidaten zetels krijgen.
Een kiesstelsel heeft grote gevolgen voor de politieke invloed van burgers!
Totaal aantal geldige stemmen wordt gedeeld door het aantal zetels
= kiesdeler
Stelsel van e.v. leidt vrijwel altijd tot
coalitievorming
: een samenwerking van partijen.
Een alternatief is het meerderheidsstelsel/districtenstelsel:

Hoofdstuk 3: Verkiezingen en kiesstelsels
Een partij in een gebied (district) moet een meerderheid behalen om zetels te krijgen. Coalitievorming is
niet
nodig.
Het land wordt verdeeld in een aantal
kiesdistricten
.
Leidt vaak tot een
tweepartijenstelsel
(zoals in de VS)
Representatie en representativiteit

Hoofdstuk 3: Verkiezingen en kiesstelsels
Representatie
: burgers worden vertegenwoordigd door volks-vertegenwoordigers, die namens hen besturen en beleid ontwikkelen (indirecte democratie)
Representativiteit
: de mate waarin standpunten en het beleid van gekozen volksvertegenwoordigers overeenkomen met wat de kiezers willen.
In de ideale situatie leidt representatie tot een hoge representativiteit, maar dat is niet altijd zo in de praktijk!
Welkom:
Deze les;


Indeling van politieke partijen gebeurt aan de hand van de volgende categorieen:
Hoofdstuk 8: Politieke partijen en ideologie
Hoofdstuk 8
Conservatief <-> Progressief
Links <-> Rechts
Confessioneel <-> Niet-confessioneel
Ideologisch <-> Pragmatisch
Conservatief:
gericht op behoud van/terugkeer naar traditionele waarden en normen. Men heeft minder persoonlijke vrijheid (veel overheidsbemoeienis).
Hoofdstuk 8: Politieke partijen en ideologie
Progressief:
gericht op maatschappelijke verandering. Men heeft meer persoonlijke vrijheid (weinig overheidsbemoeienis).
Indeling vooral relevant bij
culturele
onderwerpen:
abortus, winkels open op zondag, homoseksualiteit, etc.
2016
Links:
partijen die streven naar meer

gelijkheid
(van inkomen, kennis en macht) en hiervoor een
actieve overheid
nodig achten.
Hoofdstuk 8: Politieke partijen en ideologie
Rechts:
partijen die ongelijkheid (van inkomen, kennis en macht) onvermijdelijk vinden. Ze streven naar (economische)
vrijheid
en de overheid neemt een
passieve

rol aan.
Indeling wordt vooral gebruikt bij
economische
onderwerpen.
Confessioneel:
partijen die christelijke normen en waarden (geloof) nastreven. Niet-confessionele partijen doen dat niet.
Hoofdstuk 8: Politieke partijen en ideologie
Ideologisch:
partijen die vasthouden aan ideologische uitgangspunten.

Een ideologie is een
samenhangend geheel van ideeën
, opvattingen en wensen over de inrichting van de samenleving.
Hoofdstuk 8: Politieke partijen en ideologie
Pragmatisch:
partijen die zoeken naar
haalbare oplossingen
voor politieke vraagstukken, zonder uit te gaan van ideologische beginselen.
In Nederland zijn de drie belangrijkste ideologieën:
Hoofdstuk 8: Politieke partijen en ideologie
Confessionalisme:
religieuze waarden staan centraal, evenals harmonie en samenwerking. Overheid heeft een aanvullende/ondersteunende rol.
In Nederland tot nu toe vooral partijen vanuit het christendom: ChristenUnie, CDA, SGP
Liberalisme:
individuele vrijheid en de vrijemarkteconomie staan centraal. Overheid heeft een passieve rol en richt zich op de kerntaken (o.a. veiligheid).
Denk aan de 'rechtse' politieke partijen: VVD, D66 (in mindere mate)
Socialisme:
economische gelijkheid staat centraal. Overheid heeft een actieve rol, gericht op verbetering van de positie van zwakkere groepen in de samenleving.
Denk aan de 'linkse' politieke partijen: PvdA, SP
Naast de drie hoofdstromingen, onderscheiden we de volgende ideologieën:
Hoofdstuk 8: Politieke partijen en ideologie
Ecologisme:
ecologische waarden staan centraal (milieu, duurzaamheid)
Denk in Nederland aan een partij als GroenLinks en de Partij voor de Dieren (PvdD)
Feminisme:
seksegelijkheid staat centraal. Kritiek op de ondergeschikte positie van de vrouw.
In Nederland geen onderscheidende partij
Facisme/rechtsextremisme:
sterk leiderschap (beperkte democratie) en nationalisme staan centraal.
In Nederland geen onderscheidende partij
Het
populisme
is geen volledige ideologie, omdat er binnen het populisme veel verschillen zijn.
Hoofdstuk 8: Politieke partijen en ideologie
Populisme zie je zowel links (SP) als rechts (PVV) terug in Nederland
Belangrijke overeenkomende kenmerken van populistische partijen:
Afkeer van de politieke elite, die de gewone burger onderdrukt
De wil/stem van de 'gewone' burger staat centraal
Vaak een duidelijke/sterke leider
Vaderlandsliefde, nationalisme
In Nederland hebben we te maken met vier bestuurslagen:
Hoofdstuk 4: Besturen in Nederland
Nederland wordt bestuurd door
het kabinet
(ministers + staatssecretarissen)/
de regering
(ministers + koning)

Hoofdstuk 4: besturen in Nederland
Hoofdstuk 4
Europese Unie (internationaal niveau)
Rijksoverheid (nationaal niveau)
Provincie (provinciaal niveau)
Gemeente (gemeentelijk niveau)
De Nederlandse staat heeft bepaalde bevoegdheden aan
de EU overgedragen
Belangrijkste taken:
(Mede)wetgeving (nieuwe wetten)
Beleidsvoorbereiding (o.a. in Troonrede)
Uitvoering van beleid
Bestuur & controle in Nederland (nationaal niveau)
Wetgevende taak:

Hoofdstuk 4: besturen in Nederland
Stemrecht (wetsvoorstellen aannemen/verwerpen)
Recht van amendement (wetsvoorstellen wijzigen)
Recht van initiatief (wetsvoorstellen indienen)
Budgetrecht (stemmen over begrotingsvoorstellen)
Hoe kan het parlement de (mede)wetgevende en controlerende taak uitvoeren?
Controlerende taak:
Budgetrecht (belangrijke manier van controle op kabinet!)
Vragenrecht (schriftelijk/mondeling)
Recht van interpellatie (spoeddebat)
Recht van enquête (onderzoek naar regeringsbeleid)
Recht van motie (afkeuring/wantrouwen)
Naast deze formele 'middelen' kun je ook denken aan informele middelen:
lobbyen, actiegroepen steunen, massamedia gebruiken
Hoofdstuk 4: besturen in Nederland
Eerste Kamer:

75 zetels
Getrapte (indirecte) verkiezingen via Provinciale Staten (elke 4 jaar)
Senatoren werken parttime
Toetst wetten in principe niet inhoudelijk, kijkt vooral naar
verhouding nieuwe wet tot huidige wetgeving.

Hoofdstuk 4: besturen in Nederland
O.a. om te zorgen dat het kabinet niet te veel macht krijgt, worden zij gecontroleerd door onze volksvertegenwoordigers in
het parlement
(Eerste + Tweede Kamer)
Belangrijkste taken:
(Mede)wetgeving
Controleren van het bestuur (kabinet)
Bestuur & controle in Nederland (nationaal niveau)
Iedere
minister
heeft een eigen 'portefeuille'. Dit houdt in dat iedere minister verantwoordelijk is voor een bepaald beleidsterrein.

Een
staatssecretaris
is een "assistent" van de minister. Hij of zij is verantwoordelijk voor een gedeelte van de portefeuille van de minister.
Ministerie van Algemene Zaken (M-P)
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koningsrelaties
Ministerie van Buitenlandse Zaken
Ministerie van Defensie
Ministerie van Economische Zaken
Ministerie van Financiën
Ministerie van Infrastructuur en Milieu
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Ministerie van Veiligheid en Justitie
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Tweede Kamer:

150 zetels
Directe verkiezingen (elke 4 jaar)
Kamerleden werken fulltime
Let op: de Eerste Kamer is er niet om de Tweede Kamer te controleren!!!
Hoofdstuk 4: besturen in Nederland
Bestuur in de provincies:
Gedeputeerde Staten en de Commissaris van de Koning

Volksvertegenwoordiging in de provincies:
Provinciale Staten
Bestuur & controle (provinciaal niveau)
Bestuur & controle (gemeentelijk niveau)
Bestuur in de gemeentes:
College van Burgemeester & Wethouders (B&W)

Volksvertegenwoordiging in de gemeentes
Gemeenteraad
Op de lagere niveaus zie je eenzelfde structuur van bestuur en controle:
Provincie
Dagelijks bestuur
Volksvertegenwoordiging
Gedeputeerde
Staten &
Commissaris
van de Koning
Provinciale
Staten
Controleert
Kabinet
Ministers +
staatssecretarissen
Parlement
Tweede Kamer
College van
B&W
Gemeenteraad
Gemeente
Rijk
Eerste Kamer
Belangrijk: Ministers kunnen niet tegelijkertijd Kamerlid zijn, Gedeputeerden geen lid van de Provinciale Staten, etc.!
Ambtenaren worden ook wel de
vierde macht
genoemd. Zij zijn betrokken bij:
Hoofdstuk 5: Politieke actoren
Hoofdstuk 5
Bij het voorbereiden van besluiten (deskundigheid)
Bij de uitvoering van besluiten (continuïteit)
Ambtenaren werken binnen een
overheidsbureaucratie
: een hiërarchisch geordend apparaat, waarbinnen via vaste regels en procedures wordt gewerkt in opdracht van een verantwoordelijke.
Minister/Wethouder, etc.
Daarnaast zijn er enkele belangrijke adviesorganen, die de overheid adviseren:
Hoofdstuk 5: Politieke actoren
Raad van State:
adviseert over wetsvoorstellen.
Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR):
lange termijn advies op basis van wetenschappelijk onderzoek.
Sociaal-Economische Raad (SER):
adviseert over sociaal-economische onderwerpen.
Centraal Planbureau (CPB):
bestudeert sociaal-economische ontwikkelingen (cijfermatig) en probeert voorspellingen te doen.
Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP):
bestudeert sociaal-culturele ontwikkelingen.
Ook belangen-/pressiegroepen spelen een belangrijke rol:
Hoofdstuk 5: Politieke actoren
Een
pressiegroep
is een groep die het overheidsbeleid probeert te beïnvloeden, zonder kandidaten te stellen voor verkiezingen.
Een
belangengroep
bestaat uit individuen die een gemeenschappelijk belang behartigen (meestal op lange termijn).
Denk aan vakbonden als FNV, consumentenorganisaties als de Consumentenbond of verkeersbonden als de ANWB
Bijvoorbeeld actieorganisaties als Greenpeace, of actiegroepen die streven naar een korte termijn doel.
Hoofdstuk 5: Politieke actoren
Pressiegroepen oefenen macht uit d.m.v. :

Je spreekt van burgerlijke ongehoorzaamheid als mensen:

Bewust
de wet overtreden
Openlijk
de wet overtreden
Hierbij
geen geweld
gebruiken
En
geen eigen voordeel
uit de actie halen
Verschillende groepen/organisaties spelen een rol bij politieke besluitvorming:
Hoofdstuk 5: Politieke actoren
Ambtenaren
Adviesorganisaties
Pressiegroepen
Burgers
Politieke partijen
Massamedia
Acties (demonstraties, petities)
Lobbyen
Indienen van bezwaarschriften
Burgerlijke ongehoorzaamheid
Hoofdstuk 5: Politieke actoren
Politieke partijen willen bestuurlijke macht (anders dan pressiegroepen!), en vervullen specifieke functies:

Selectiefunctie:
dragen kandidaten voor voor politieke functies
Articulatiefunctie:
plaatsen wensen en eisen op de politieke agenda
Participatiefunctie:
laten burgers deelnemen aan de politiek (bijv. lidmaatschap)
Aggregatiefunctie:
wegen belangen/wensen/eisen af en brengen deze samen in één visie/programma
Communicatiefunctie:
zijn schakel tussen overheid en burgers
Laatste twee functies worden steeds minder belangrijk. Media spelen hier tegenwoordig haast een grotere rol in dan politieke partijen!
Hoofdstuk 5: Politieke actoren
Ten slotte zijn media betrokken bij het proces van politieke besluitvorming:

Agendafunctie
: beïnvloeden de publieke/politieke agenda.
Opiniërende functie
: meningen van burgers vormen/beïnvloeden.
Spreekbuisfunctie:
informatie geven namens groepen/partijen/etc.

Onderzoeksfunctie
: journalisten doen onderzoek naar politieke kwesties.

Controle/waakhondfunctie
: het functioneren van de politiek/politici controleren.
Hoofdstuk 6: Politieke besluitvorming
Hoofdstuk 6
Invoer
Conversie
Uitvoer
Terugkoppeling
Invoer
Eisen, wensen of behoeften vanuit:

burgers
pressiegroepen
massamedia
politieke partijen
De wens komt op de
publieke agenda
Bijvoorbeeld:

Veel ongelukken op A.C. de Graafweg






Poortwachters
Actiegroepen
Massamedia
Politieke partijen
Omzetting
Wensen worden omgezet in besluiten
ambtenaren
adviesorganen
wetgevende macht (regering, parlement of lagere overheden)
Commissie kijkt naar oplossingen en adviseert het bestuur: beleidsbepaling
Aandacht in de media
http://www.rtvnh.nl/nieuws/72647/Ook+transportbedrijven+maken+zich+zorgen+om+AC+de+Graafweg
Honderden burgers sturen e-mails naar provincie
http://www.rtvnh.nl/nieuws/74579/Dodenweg+AC+de+Graafweg+wordt+aangepakt
Uitvoer
Ministers, wethouders, etc. (uitvoerende macht)
Ambtenaren
Het uitvoeren van de genomen maatregelen
Provincie begint met werkzaamheden:

- Verbreden van de weg
- Nieuwe asfaltering
- Verkeerslichten
- Betere belijning
Terugkoppeling

Gewenste oplossing?
Of ongewenste gevolgen?
Houden sommige wensen tegen en laten andere wensen toe
De provincie Noord-Holland wil de A.C. de Graafweg (de N241 tussen Verlaat en de A7) aanpassen. De weg, de bermen en het fietspad worden breder. Ook worden er verschillende kruispunten aangepakt.

De komende maanden wordt onderzocht wat de consequenties van deze aanpassingen zijn.
In 2016 neemt de provincie een besluit over de definitieve maatregelen. De eerste werkzaamheden vinden in 2017 plaats.
(On)gewenste gevolgen?
De AC de Graafweg staat bekend als 'dodenweg'
Omgevingsfactoren
Systeemmodel
Poortwachters
Het systeemmodel
In het systeemmodel van het politieke proces worden de volgende fasen onderscheiden:
Fase 1: invoer/ input
: de eisen/ wensen die vanuit de samenleving naar voren worden gebracht. Poortwachters bepalen welke eisen op de agenda komen.
Fase 2: omzetting/conversie:
de omzetting van eisen/ steun in politieke besluiten. Politieke agendavorming + beleidsvoorbereiding + beleidsbepaling.
Fase 3: uitvoer/ output:
de politieke besluiten worden uitgevoerd.
Fase 4: terugkoppeling/feedback:
reacties van de samenleving op politieke besluiten. Het beleid wordt geëvalueerd en er kan aanleiding zijn voor nieuwe 'invoer'.
Belangrijk: in het systeemmodel ziet men politieke besluitvorming als is een
doorgaand proces
, waarin een besluit geen definitief eindpunt vormt.
Hoofdstuk 6: Politieke besluitvorming
Het barrièremodel
Binnen het proces van politieke besluitvorming heeft men telkens te maken met tegengestelde belangen en opvattingen.

De (belangen-)strijd speelt zich af in verschillende barrières/ drempels:
Barrière 1: (H)erkennen van problemen:
problemen, wensen of behoeften moeten als politieke problemen worden gezien.
Barrière 2: Afweging:
de afweging van wensen of behoeften/toekennen van een hoge prioriteit aan een politiek probleem.
Barriere 4: Uitvoering:
besluiten uitvoeren.
Kun je vergelijken met de invoerfase van systeemmodel.
Kun je vergelijken met de omzettingsfase van systeemmodel.
Barrière 3: Besluitvorming:
beslissen over oplossingen van problemen.
Kun je vergelijken met de omzettingsfase van systeemmodel.
Kun je vergelijken met de uitvoerfase van systeemmodel.
Wens
burgers
Politieke
wens
Plek op politieke
agenda
Besluit
nemen
Terugkoppeling

Gewenste oplossing?
Of ongewenste gevolgen?
Wetten
&
maatregelen
Barrière 1:
Herkennen van
probleem
Barrière 2:
Afweging
Barrière 3:
Besluitvorming
Barrière 4:
Uitvoering
Is er sprake
van
een politiek probleem?
Ja?
Krijgt het politieke probleem
prioriteit?

Komt het op de
politieke agenda
?
Ja?
Nee?
Nee?
Politieke actoren hebben meestal verschillende
oplossingen
voor een politiek probleem.

Kunnen zij het eens worden over een oplossing?

Nee?
Ja?
Kan het beleid goed worden uitgevoerd?

Is de nieuwe wet
duidelijk
?

Is er
draagvlak
voor de wet (bevolking)?
Nee?
Ja?
Omgevingsfactoren
Barrieremodel
Hoofdstuk 6: Politieke besluitvorming
We onderscheiden twee modellen die het proces van politieke besluitvorming schematisch weergeven:

Welke stappen doorloopt een 'wens' voordat het een nieuwe 'wet' wordt?
Systeemmodel
Barrièremodel

"Vakraden" - Raad Milieu, Raad Economische & Financiële zaken, etc.

Keurt wetsvoorstellen van EC goed/af (samen met EP)


Volksvertegenwoordiging
in Europa (directe verkiezingen)

Keurt wetsvoorstellen van EC goed/af (samen met RvEU)
Controleert het bestuur (de EC)


Europarlementariërs zitten niet per land bij elkaar, maar per fractie
NL heeft momenteel 26 zetels in EP (3,5%)
De Raad heeft dus
geen
wetgevende macht!

Onafhankelijke rechterlijke macht binnen EU

Toezien dat alle EU wetgeving binnen lidstaten op dezelfde manier wordt toegepast
Oordelen over juridische geschillen (vooral economisch)

In 1992 kwam de Europese Unie tot stand: een samenwerking van 12 Europese landen op het gebied.
Hoofdstuk 7: Internationale betrekkingen
Hoofdstuk 7
Doelen
van de Europese samenwerking waren:

Welvaart
Vrede
Stabiliteit in Europa
Momenteel kent de EU
28 lidstaten
.
Hoofdstuk 7: Internationale betrekkingen
Een land moet aan bepaalde voorwaarden voldoen voordat zij lid mag worden van de Europese Unie.
Het gezamenlijke
monetaire beleid
binnen de EU is een van de belangrijkste onderdelen van de samenwerking: de euro, vrij verkeer van goederen/diensten, etc.
Bestuursstructuur van de EU
Hoofdstuk 7: Internationale betrekkingen
Binnen de Europese Unie bestaat
een politiek systeem
dat je kunt vergelijken met dan van een land (bestuur & controle, Trias Politica!).

Wie zitten er in de Europese Commissie?

28 commissarissen
(één per lidstaat)
Verantwoordelijk voor bepaald beleidsterrein
Voorzitter is Jean Claude Juncker
Frans Timmermans
eurocommissaris NL
De Europese Commissie
De EC is het
dagelijks bestuur
van de Europese Unie, zij heeft als enige instelling het recht wetsvoorstellen in te dienen, voert wetgeving uit en bestuurt de EU.
Trias Politica: EC heeft wetgevende
én uitvoerende macht!
Let op: de EC is
onafhankelijk van nationale regeringen
en komt op voor de belangen van de EU als geheel.
Europees Parlement
Trias Politica: EP heeft wetgevende macht!
Europees Hof van Justitie
Trias Politica: rechterlijke macht!
Raad van de Europese Unie (voorheen Raad van Ministers)
Nationale parlementen hebben direct
invloed
op de RvEU
Trias Politica: wetgevende macht!
Wie zitten er in het Europees Parlement?

750 volksvertegenwoordigers die gekozen zijn bij directe verkiezingen (5 jaar)
Plus één voorzitter
Wie zitten er in de Raad van de EU?

28 ministers (afhankelijk van onderwerp)
Voorzitterschap wisselt ieder half jaar

Wie zitten er in het HvJ?

Eén rechter per EU land
Besluitvorming in de EU
Hoofdstuk 7: Internationale betrekkingen
Supranationale besluitvorming:
Afspraken worden gemaakt door internationale organisaties (bijv. EU) en leden moeten zich hier aan houden. Besluitvorming is meestal op basis van
meerderheid van stemmen
.
Intergouvernementele besluitvorming:
Afspraken worden uitsluitend door nationale regeringen samen genomen en dus niet door een instelling die boven de lidstaten staat (zoals EU). Besluitvorming is meestal op basis van
unanimiteit
.
Hoofdstuk 9: Knelpunten en oplossingen
Hoofdstuk 9
Waarom is politieke participatie belangrijk?

Hoofdstuk 9: Knelpunten en oplossingen
Vormen van politieke participatie (deelname):

Electorale participatie
(directe invloed op regering):
Stemmen
Deelnemen aan verkiezingscampagne
Partijlidmaatschap, etc.

Niet-electorale participatie
(indirecte invloed op regering):
Contact met politici, belangenorganisaties, massamedia, etc.
Protestacties, zoals demonstraties, petities, etc.
Hoofdstuk 9: knelpunten en oplossingen
Niet elke burger participeert in de politiek, vanwege verschillende achtergrondvariabelen:
Denk aan:

Geslacht
Leeftijd
Opleidingsniveau, etc.
Tevredenheid met huidige omstandigheden



Hoeveelheid politieke kennis
Hoeveelheid politieke interesse
Vertrouwen in de politiek, etc.
Houding van je omgeving t.o.v. politiek

Door te stemmen kunnen burgers opkomen voor hun
belangen
;

Mensen die wel stemmen krijgen een
onevenredig grote invloed
ten opzichte van de mensen die niet stemmen (partijen vertegenwoordigen hen niet/minder);

Bij lage participatie bepalen enkel politici de
politieke agenda
;

Door te stemmen bevorder je de
representatie en representativiteit;

Door politieke participatie zijn burgers meer
betrokken bij beleid
, daardoor wordt de afstand tussen politiek en burgers verkleind.

Voorbeelden van knelpunten (m.b.t. burgerparticipatie) in ons politieke stelsel?
Hoofdstuk 9: Knelpunten en oplossingen
Burgers hebben geen invloed op de samenstelling van het
kabinet
;

Kiezers ervaren een
grote afstand
tot politici;

Nederland is
bevoegdheden 'kwijtgeraakt'
aan internationale instellingen zoals de EU;


Meer referenda (volksraadpleging; bindend of raadgevend);

Afschaffing van de Eerste Kamer;

Gekozen burgemeester/minister-president.

Invoeren van een kiesdrempel

Voorbeelden van oplossingen om
burgerparticipatie
te verhogen:
Wanneer spreek je van een
staat
(bijv. Nederlandse staat)? Een staat is een:

Soevereine macht (=
overheid
)...
...die regeert over een groep mensen
... op een bepaald grondgebied
... en die het geweldsmonopolie bezit

Hoofdstuk 1: Wat is politiek?

Ministerie van Algemene Zaken (AZ)
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)
Ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ)
Ministerie van Defensie (Def)
Ministerie van Economische Zaken
en Klimaat
(EZK)
Ministerie van Financiën (Fin)
Ministerie van Infrastructuur
en Waterstaat
(I&W)
Ministerie van
Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
(LNV)
Ministerie van
Justitie en Veiligheid
(J&V)
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW)
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW)
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)

Rutte II (t/m 2017)
Rutte III (vanaf 2017)
Een aantal kenmerken van een
parlementaire democratie
:
Hoofdstuk 2: Democratie en rechtsstaat
Burgers worden vertegenwoordigd door een volksvertegenwoordiging;
Ministers moeten verantwoording afleggen aan deze volksvertegenwoordiging (o.a. het parlement);

Burgers mogen stemmen bij verkiezingen (algemeen kiesrecht);
En deze verkiezingen zijn vrij (keuzevrijheid) en geheim (anoniem)

De grondrechten van burgers worden gerespecteerd;
En er wordt rekening gehouden met de belangen van minderheden.
Nederland is een:
Hoofdstuk 2: Democratie en rechtsstaat
Constitutionele monarchie
Parlementaire democratie
Democratische rechtsstaat
Hoofdstuk 3: Verkiezingen en kiesstelsels
3. De Kamer benoemt een
informateur
die nagaat of partijen een coalitie kunnen vormen en stelt met de betrokken partijen een regeerakkoord op.
1. Na de verkiezingen is er een
nieuwe indeling
van de Tweede Kamer
2. Een
verkenner
gaat met de partijen praten en komt met een voorstel.
4. De informateur biedt een
eindverslag
aan aan de voorzitter van de Tweede Kamer. De leiders van de coalitiepartijen presenteren het
regeerakkoord
.
5. De
formateur
gaat aan de slag en verdeelt (in overleg) de ministersposten en staatssecretariaten. Het
kabinet wordt gevormd
.
6. De Koning ontslaat het oude kabinet en benoemt en beëdigt het nieuwe.
Veiligheid
Full transcript