Prezi

Present Remotely

Send the link below via email or IM

Copy

Present to your audience

Start remote presentation

  • Invited audience members will follow you as you navigate and present
  • People invited to a presentation do not need a Prezi account
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can follow your presentation
  • Learn more about this feature in the manual

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

No, thanks

Hechtingstoornis

Door Jolanda Stegeman & Mijke Elema
by mijke hoofs on 5 December 2012

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Transcript of Hechtingstoornis

Hechtingsstoornis Vragen? Bedankt voor jullie aandacht! Deze presentatie krijg je via de mail! Hechtingsstoornis is een psychische aandoening die in het DSM is ingedeeld bij de ontwikkelingsstoornissen.
De aandoening ontwikkelt zich in de eerste vijf levensjaren.
Het DSM onderscheidt het geremde (waakzaam, terughoudend) en het ongeremde type (gebrek aan onderscheid). 1. Veilige gehechtheid
2. Vermijdende gehechtheid
3. Ambivalente gehechtheid
4. Gedesorganiseerde gehechtheid Wat is een hechtingsstoornis ? 4 soorten gehechtheid Diagnostic and statistical Manual of Mental disorders Veilige gehechtheid 70% van alle kinderen is veilig gehecht Het kind reageert wel wat angstig op het vertrek van de moeder, maar is bij terugkomst weer gauw gerustgesteld.
De ouders van dit kind zijn sensitief en toegankelijk voor het kind. Vermijdende gehechtheid Dit kind reageert niet of nauwelijks als de opvoeder vertrekt en weer terugkomt. Het onderdrukt zijn angstgevoelens om afwijzing te voorkomen.
Ouders van dit kind reageren vaak strikt en rigide en hebben een afkeer van lichamelijk contact. Ze zijn consequent en ongevoelig. Ambivalente hechting Het kind blijft dicht bij de moeder en vertoont weinig exploratiegedrag. Het reageert heftig op weggaan en heftig op terugkomst van de moeder. Het wil opgepakt, maar tegelijkertijd reageert het boos en wil weer neergezet worden.
Deze ouders zijn vaak onbereikbaar op momenten dat het kind hen nodig heeft. Ze reageren vaak onvoorspelbaar. ze zijn inconsequent en sensitief. Gedesorganiseerde gehechtheid de hechting is ernstig verstoord Dit kind heeft geen duidelijke strategie. Reageert heftig als de moeder weg is, maar "bevriest" bij haar terugkomst.
Deze ouders vertonen vaak beangstigend en onvoorspelbaar gedrag. Zij zijn inconsequent en niet sensitief. Stoornis? Hoewel de andere onveilige hechtingen kunnen zorgen voor gedragsproblemen, spreken we alleen van een stoornis bij de gedesorganiseerde hechting.

We spreken hier van een reactieve hechtingsstoornis. De geremde stoornis De ontremde stoornis Kinderen met een geremde stoornis zijn: Overdreven waakzaam
Teruggetrokken
Reageren afwijzend of negerend op toenaderingspogingen
Vaak agressief

Zijn vaak verwaarloods of mishandeld
Deze kinderen worden ook wel ‘frozen children’genoemd Kinderen met een ontremde stoornis: Kunnen zich niet hechten aan 1 persoon
Vreemden zien zij hetzelfde als familie
Allemansvriend, zoeken contact met iedereen
Moeilijk om sociale contacten te behouden
Zijn vaak charmant in de omgang

Komt veel voor bij kinderen in pleeggezinnen en kinderen die in instituten zijn opgegroeid. Diagnose Vroegsignalering
Screening
Diagnose Vroegsignalering Infant/toddler Symptom Checklist
Het vroeg opsporen van regulatieproblemen en problemen in de zintuiglijke prikkelverwerking waardoor tijdig verder onderzoek mogelijk wordt.
Leeftijd 7 tot 30 maanden. Nijmeegse Ouderlijke Stress Index (NOSI)
Doel van de NOSI is het bepalen vanuit welke potentiële stressbronnen binnen de opvoedingssituatie daadwerkelijk stress wordt ervaren door de ouders.
Ouders met kinderen in de leeftijd 2 tot 14 jaar. Screening Lijst met Aandachtsvelden voor Gedrag van het Kind volgens de Opvoeder (LAGKO)
Doel van de LAGKO is om inzicht te verkrijgen in het gedrag van het kind zoals de ouders/opvoeders dat waarnemen. Ouders met kinderen van 1 tot 15 jaar. Vragenlijst Fundamentele Onthechting (VFO)
Het doel van de VFO is het bepalen in hoeverre kinderen in de leeftijd van 4 tot 18 jaar gedragingen vertonen die duiden op een fundamenteel gebrek aan sociale en emotionele binding. Diagnose Gehechtheidsbiografisch interview (GBI)
Adolescenten en volwassenen Nijmeegse Ouderlijke Stress Index (NOSI)
Doel van de NOSI is het bepalen vanuit welke potentiële stressbronnen binnen de opvoedingssituatie daadwerkelijk stress wordt ervaren door de ouders. Ouders met kinderen in de leeftijd 2 tot 14 jaar. Risicofactoren Ouderfactoren:
responsiviteit en sensitiviteit, toegankelijkheid, ouders die zelf hechtingsproblemen kenden, relationele problemen, onverwerkte trauma's,psychische problemen, tienermoeders, enz. Gezinsfactoren:
sociaal-economische situatie, hoeveelheid stress, relatieproblemen, al dan niet wisselende relaties (en daardoor mede-opvoeders), mishandeling of verwaarlozing Kindfactoren:
trauma, opvallende lichamelijke handicaps, kinderen uit draagmoederschap, adoptiekinderen, vervang en verzoenkinderen, geboortecomplicaties, couveuse verblijf, moeilijk temperament, huilbaby, verlies van een van de verzorgers, enz. Wat zie je in de klas? Het kind dat druk en chaotisch gedrag vertoont.
Het wil zijn behoeften direct bevredigen, kan zich niet goed aan afspraken houden. Merkt dat de wereld geen begrip heeft voor zijn gedrag, maar slaagt er nauwelijks in het gedrag te veranderen. Het kind dat agressief gedrag vertoont.
Dit kind daagt iedereen voortdurend uit met zijn gedrag. Het is hiermee meer provocerend dan het drukke chaotische kind. Het kind dat aangepast gedrag vertoont,
Maar het niet aangepast is (schijnaanpassing). Dit kind is lief en volgzaam naar anderen. Dit kind wil het iedereen naar de zin maken. Er is echter geen werkelijk diepgaand contact. Het kind met "twee gezichten."
Thuis moeilijk te handhaven en op school voorbeeldig. Of andersom. Het kind dat lichamelijke aanhankelijkheid zoekt.
Dit kind gedraagt zich poeslief, het zoekt kinderlijk de lichamelijke aanraking van mensen in de omgeving en is daarin onverzadigbaar. Het teruggetrokken kind.
Dit kind trekt zich terug uit de omgeving en vindt zichzelf waardeloos. Al de energie gaat zitten in het vermijden van contact en terugtrekking in isolement. Het kind dat schijnbaar normaal is.
Dit kind heeft vaak goede intellectuele mogelijkheden en lost alle problemen verstandelijk op. Sociale aansluiting is soms lastig. Sterke kanten van deze kinderen: Ze maken makkelijk (oppervlakkig) contact met leeftijdgenoten.

Ze hebben veel (wisselende) vrienden en vriendinnen.

Ze zijn vaak goed in oppervlakkige contacten buitenshuis. Ze komen vriendelijk over.

Ze hebben vaak veel mensenkennis en taxatievermogen. Ze schatten anderen snel en goed in.

Het zijn vaak dominante kinderen, die leiderschap op zich kunnen nemen. Wat kun je doen? Sociaal-emotioneel Zorg dat dit kind zich veilig voelt in de klas.
Zorg gedurende dag dat het kind zich "gezien" voelt. Maak eens oogcontact, geef een knipoog, enz.
Zorg voor veel positieve feedback en succeservaringen.
Het kind heeft véél aanmoediging nodig om zijn werk te doen.
Probeer een relatie met het kind op te bouwen, maar houd in je achterhoofd dat dit heel erg moeilijk is. Dat zo'n relatie moeizaam of niet tot stand komt, zit in het kind en betekent niet dat je faalt als leerkracht.
Pas op: een te intieme relatie zal het kind als bedreigend ervaren.
Probeer de pauzes voor te bespreken, zodat het kind weet met wie het kan gaan spelen. Dit voorkomt claimend, dwingen gedrag naar andere kinderen, omdat jij als leerkracht dit al geregeld hebt.
Laat merken dat je snapt wat het kind voelt door die gevoelens te verwoorden. Zelf kunnen deze kinderen die gevoelens niet goed onder woorden brengen.
Vat de "aanvallen" van het kind niet persoonlijk op. Probeer dit gedrag te zien als onvermogen en als angst afgewezen te worden en niet als aanval op jouw persoon.
Als het kind liegt, ga dan geen ellenlange "verhoren" houden. Doe geen beroep op wat het kind zou moeten kunnen. Opmerkingen als "Ik moet je toch kunnen vertrouwen." kun je bij deze kinderen beter inslikken. Wat kun je doen? Stuctuur, regels en ruimte Kinderen voelen zich niet gebonden aan de regels die mensen afspreken .
Bied veel structuur: bijvoorbeeld door vaste duidelijke, zichtbare groepsregels.
Zorg voor een vast zichtbaar dagprogramma en geef eventueel een individuele planner.
Zorg dat je voorspelbaar bent. Doe wat je zegt en zeg wat je doet. Bij deze kinderen is "voor deze ene keer dan" geen goed idee.
Houd je dus zeer goed aan de regel afspraak is afspraak. Ook als je spijt hebt van die afspraak. Bij deze kinderen kun je niet terugkomen op een afspraak of voor "die ene keer" toegeven.
Zorg dat jij de baas bent. Deze kinderen hebben een leerkracht nodig, die vriendelijk doch beslist de lakens uitdeelt en daarover niet in discussie gaat.
Zeker in het begin zullen er confrontaties zijn. Het kind moet nog ontdekken dat je redelijke opdrachten geeft. Jouw taak is te zorgen om rustig en vriendelijk, maar wel beslist te blijven. Het kind test of je te vertrouwen bent.
Zet het kind dicht bij je, liefst met de rug naar een wand. Het kind hoeft zo niet angstvallig om zich heen te kijken en heeft overzicht. Voor kinderen met een groot wantrouwen geeft dit enigszins rust.
Probeer de dag altijd positief af te sluiten. "Fijn dat je morgen weer komt." Wat kun je doen? Leren Als het kind leerproblemen heeft, laat het dan niet helpen door een ander kind. Jij bent de leider van de klas.
Deze kinderen zullen niet snel zelf om hulp komen als ze iets niet begrijpen.
Hebben vaak een wisselvallige inzet: behoefte aan véél aanmoediging.
Ze hebben een geringe taakspanning. Verdeel het werk in korte blokken en laat ze dan bij jou komen. Dan kun je ze meteen een compliment geven, aanmoedigen, enz.
Bied waar mogelijk visuele ondersteuning.
Stel lage eisen aan het kind, iets onder het eigenlijke niveau voor succeservaringen.
Geef véél complimenten.
Vaak hebben deze kinderen een slecht getalbegrip, weinig ruimtelijk inzicht, problemen met hoofdrekenen en abstraheren.
Aardrijkskunde kan vaak goed gaan, maar topografie (ruimtelijk inzicht) kan een probleem zijn.
Bij geschiedenis zullen ze moeite hebben met de tijdlijn.
Deze kinderen hebben vaak moeite met spelling: ze hebben een slecht woordbeeld.
Ze zijn goed in het navertellen van verhalen.
Vaak kunnen deze kinderen zich goed verbaal uiten en hebben ze een goed taalgevoel.
Ze overschatten vaak hun mogelijkheden op leergebied. Wat kun je doen? Belonen Straf geven werkt vaak niet goed. Dit zien deze kinderen als wéér een teken van verwerping. Ze zullen nog sterker door gaan. Alle pedagogische trucjes over belonen en straffen, werken waarschijnlijk niet. Deze kinderen willen de strijd altijd aangaan.
Negeren werkt doorgaans ook niet: op een keer zul je moeten reageren. Deze kinderen zullen doorgaan tot die grens.
Stuur het kind niet weg als het vervelend is. Dit zal waarschijnlijk averechts werken. Het kind voelt zich dan wederom "weggedaan" of ongewenst.
Dreig niet met straffen die je toch niet kunt (of wilt) waarmaken. Het kind zal daardoor juist het negatieve gedrag herhalen.
Als je tóch straft, want soms ontkom je daar in de praktijk niet aan, straf dan meteen. Op een later tijdstip weet het kind niet meer waar het aan toe is, het heeft immers problemen met het begrip tijd en heeft weinig structuur.
Straf zoveel mogelijk zonder emotie, vertel kort waarom je straft en wat je volgende keer liever voor gedrag zou zien. Ga niet in discussie.
Een beroep doen op het geweten, schuldgevoel of empathisch vermogen heeft weinig zin.
Als je het gedrag van het kind wilt veranderen, kun je het beste werken met een zichtbaar beloningssysteem. Gebruik bijv. een gedragskaart. Contact met de ouders In contact gaan met de ouders kun je beter niet via het kind doen.
Benader de (pleeg- of adoptie-)ouders altijd zelf. Je kunt wel een heen-en-weerschrift gebruiken, maar onderhoud ook zeer frequent contact via gesprekken met de ouders.
Het kind mag geen kans krijgen de beide partijen tegen elkaar uit te spelen. Ook willen kinderen nog wel eens "vergeten" de boodschap over te brengen.
Sommige kinderen gedragen zich thuis nogal eens anders dan op school. Neem de verhalen van de ouders serieus, ook al klinken ze soms ongeloofwaardig. Jolanda en Mijke
See the full transcript