Prezi

Share this prezi

Who can edit:

Present Online

Send the link below via email or IM to invite your audience

Copy

Start the presentation

Start presenting

  • Invited audience will follow you as you navigate and present
  • This link expires 10 minutes after you close the presentation
  • A maximum of 30 users can view together your prezi
  • Learn more about this feature in the manual

Download prezi for:

Present offline on a PC or Mac.

  • Embedded YouTube videos need an active Internet connection to play.
  • Portable prezis are not editable.

Edit and present offline with Prezi Desktop

Do you really want to delete this prezi?

Neither you, nor the coeditors you shared it with will be able to recover it again.

DeleteCancel

Make your likes visible on Facebook?

Connect your Facebook account to Prezi and let your likes appear on your timeline.
You can change this under Settings & Account at any time.

H7: Evalueren

No description
by Ele Holvoet on 6 May 2013

Comments (0)

Please log in to add your comment.

Report abuse

Prezi Transcript

Krachtige leeromgeving 1 2 3 4 7 kenmerken constructivisme Didactisch model van Van Gelder Gesitueerd Zelfgestuurd Coöperatief Doelgericht Individueel verschillend Cumulatief en constructief Actief Het resultaat van leren is afhankelijk van de context (bv. medeleerlingen, hulpmiddelen, activiteiten, …). Elke leerling leert op zijn eigen manier. Sociale interactie en wisselwerking zijn essentieel voor het leren. De leerling leert de leerinhoud zelf verwerven en verwerken. Leren wordt bevorderd als men leert met een bepaald doel voor ogen. Nieuwe informatie met bestaande kennis verbinden. Nieuwe cognitieve structuren opbouwen. Actief bewerken van de informatie door de lerende. Didactische principes Plaats elk woord bij de passende omschrijving Kenmerken van evaluatie Hoofdstuk 7: Evalueren Individuele denkopdracht: Wat is voor jou goed onderwijs? - Noteer op een kladblad (timing: 5') - Bespreking in plenum Plaats de omschrijvingen bij het juiste principe Leg het didactisch model van Van Gelder in je eigen woorden uit (de componenten + relaties). Illustreer met voorbeelden uit je eigen vakgebied. 1. Brainstorm Waarom evalueren wij onze leerlingen? Per 2 of per 3 (Timing 5') Bespreking in plenum 2. Klasgesprek Intro Hoe werd tijdens jouw schooltijd geëvalueerd? Wat werd geëvalueerd? Wanneer werd er geëvalueerd? Waarom werd er geëvalueerd? Hoe werd er geëvalueerd? Wie werd geëvalueerd? Waar werd geëvalueerd? -leerlingen beoordelen -leerlingen plaatsen en oriënteren -leerlingen vergelijken met anderen -leerproblemen vaststellen -resultaten in kaart brengen -leerlingen tonen waar ze staan -informatie geven aan de leraar over waar leerlingen staan -kijken waar de leerkracht zijn les kan verbeteren -vaststellen wat iemand al kan of niet kan -… 1. Constructiegericht 2. Geïntegreerd 3. Betrokkenheid 4. Authentiek 5. Aangepast Bij GEÏNTEGREERD EVALUEREN evalueren we ook tijdens het leerproces en niet alleen op het einde van een leerproces. Evalueren is dan een onderdeel van de les. Het is meer dan het evalueren op het einde van een les of het evalueren van een toets op het einde van een thema. => “evalueren is ook leren”. Jongeren evalueren zichzelf of mekaar na een opdracht in de les bv. Zij leren hier uit het evalueren zelf : bv. of zij netjes kunnen werken, iets aan een ander kunnen uitleggen, een deadline kunnen respecteren…Zij krijgen feedback en leren hieruit. Ze leren hun sterke en werkpunten kennen. Maar ook een leerkracht kan feedback geven of een pc…Feit is dat ze tijdens het leren feedback krijgen en hieruit leren. Past deze illustratie bij geïntegreerd evalueren of niet? Leg uit. Er wordt vooral gekeken of de leerling iets kan doen, iets kan construeren met wat hij leerde. Bv. hij leerde een automatische inhoudstabel maken in ICT. Kan hij dat ook toepassen bij het maken van zijn GIP (geïntegreerde proef) Er wordt minder gekeken naar het uit het geheugen kunnen opzeggen of neerschrijven van kennis….papegaaienwerk dus…kennisreproductie dus. Opdracht 1: inhoudelijke bundel pg. 151 Maak deze opdracht individueel Timing: 5 minuten Zelfevaluatie a.h.v. correctiesleutel Vragen? Spreek de lector aan geen leerlingen- gedeelde eigen verantwoordelijkheid verantwoordelijkheid verantwoordelijkheid Niet enkel de leerkracht, maar ook de leerlingen dragen verantwoordelijkheid voor het evaluatieproces. A. Zelfevaluatie Evalueren van eigen kennis, vaardigheden, producten, leerprocessen en attitudes Functie = formatief (toekomstige prestaties verbeteren) Vraagt voorbereiding! B. Peerevaluatie Leerlingen worden geëvalueerd door medelln. Valkuilen? Deelnemers overschatten/ onderschatten de anderen. Oplossing? Peerevaluatie ‘klein’ starten Duidelijke evaluatiecriteria bepalen Functie van de evaluatie is formatief C. Collaboratieve (Co-) evaluatie LLn, lk en medelln komen samen om te evalueren De ll is niet de eindverantwoordelijke maar werkt samen in het evaluatieproces Over welk soort evaluatie gaat het in dit filmpje? Wat is kenmerkend voor deze evaluatie? De mogelijkheden van de leerlingen worden beoordeeld aan de hand van levensechte, authentieke taken. Dat betekent dat de taken aansluiten bij activiteiten die de leerlingen moeten uitvoeren na het afronden van hun opleiding (= aansluiten bij het werkveld). Bedenk een authentieke taak voor jouw vakgebied. Schrijf ze op. We bespreken ze straks in de klas. Timing: 2 minuten. Niet relevante verschillen tussen lln moeten worden opgevangen. Je houdt dus rekening met de leerlingkenmerken: voorkennis, capaciteiten,… bv. iemand die moeilijk voor een groep spreekt mag zijn werk op een andere manier toelichten => Differentiatieprincipe toepassen Zie je de gelijkenissen? Hoe zou je kunnen differentiëren in de authentieke taak die je bedacht? 1. Voorbereiden 2. Gegevens verzamelen 3. Beoordelen 4. Beslissen 5. Rapporteren Evaluatie-instrumenten Fase 1: voorbereiden = stilstaan bij de functie van de evaluatie 1. Wat wil je evalueren? = Wat is het voorwerp van de evaluatie? Procesevaluatie Productevaluatie 2. Waarom evalueer je? = Wat is het doel van de evaluatie? Formatieve evaluatie: bijsturen Summatieve evaluatie: beoordelen Product- versus procesevaluatie Productevaluatie Doelen door lln bereikt? Leerprestatie Procesevaluatie Op welke wijze zijn de doelen bereikt? Leerproces 3. Permanente evaluatie = klemtoon op het continue karakter van de evaluatie Permanente summatieve evaluatie = de evaluaties die meetellen voor de eindbeoordeling zijn duidelijk gespreid (bv. proeven, oodrachten, taken gespreid over het hele schooljaar Permanente formatieve evaluatie = continue niet-sanctionerende evaluaties, bedoeld om de vorderingen van de lln zo goed mogelijk te begeleiden http://wet.kuleuven.be/BZ/evaluatie/permanente_evaluatie Wat vind jij van deze stelling? "Je kan het best op alle taken en opdrachten punten zetten. Anders zijn je leerlingen niet gemotiveerd." Fase 2: verzamelen van gegevens Hoe gegevens verzamelen? Cognitieve doelen vb. toetsen, examens,… PM –doelen en Attitudes vb. observatie (controlelijsten, beoordelingsschalen,..) Competenties vb. portfolio, competentielogboek,… Fase 3: beoordelen Uitspreken waardeoordeel o.b.v. criteria Scorecijfer ≠ beoordelingscijfer Scorecijfer is kwantitatief (punten) Scoring door telling juiste antwoorden vb. 10/20 Beoordelingscijfer is kwalitatief (vb. schaal met 5 = ‘zeer goed’, 4=‘goed’, 3=‘matig’, 2=‘zwak’, 1=‘zeer zwak’) Is de score ‘voldoende’ of ‘onvoldoende’? Vb. norm om te slagen is 12/20 10/20 onvoldoende ‘50 % halen betekent in alle gevallen voldoende halen’ Akkoord? Grens voldoende/onvoldoende: welk criterium? Absoluut criterium (leerdoelgerichte of criteriumgerichte beoordeling) Minimum om te slagen ligt vooraf vast Leerdoelgerichte beoordeling (ll is geslaagd als het minimumdoel is bereikt) Formatief  beheersingscriterium Summatief  slaagcriterium (delicaat!) Relatief criterium Minimum om te slagen vastgelegd nadat de resultaten gekend zijn Groepsnormgerichte beoordeling (klasgemiddelde, percentielscores,…) Zelfgerichte beoordeling (cfr. LVS) Maak opdracht 5 op pagina 163. Je kan jezelf verbeteren a.h.v. correctiesleutel. Snel klaar? Maak ook opdracht 4. Fase 4: beslissen Zie functie (fase 1) - 2 soorten beslissingen Didactische beslissingen (formatief) Bij aanvang: beginsituatie bepalen Tijdens leerproces: moeilijkheden en vorderingen leren kennen Einde leerproces Eindbeslissingen (summatief) Toelatings- of selectiebeslissingen Afsluitings- of kwalificatiebeslissingen Fasenmodel van evaluatie Fase 5: rapporteren Belangrijk om lln te informeren over hun vorderingen Via rapport, mededeling in agenda, brief, feedbackmoment… Zo snel en zo duidelijk mogelijk Verwerkingsopdracht - duowerk (7 min) - doorgeefsysteem: geef feedback op de oplossingen van je medecursisten Classificeer onderstaande situaties in één van de evaluatiefasen: 1. Op welke wijze zal ik nagaan of de lln de doelstellingen van deze les beheersen? 2. Wanneer beschouw ik een prestatie als voldoende of onvoldoende? 3. Wanneer houd ik het best een herhaling van de geziene leerstof? 4. Welk attest moet aan deze ll worden toegekend? 5. Heeft de ll de leerdoelen van deze les bereikt? 6. Op welke manier ga ik de ll op zijn tekorten wijzen? 7. Welke plaats in de groep neemt deze ll in op basis van zijn toetsresultaten? 8. Welke info over de llnprestaties vermeld ik in de schoolagenda voor de ouders? 1. De toets 2. Observatie 3. Portfolio Het opstellen van een goede toets (Vooral bij cognitieve doelen) Hulpmiddelen bij observatie Eisen aan evaluatie: VALIDITEIT Meet ik wat ik wil meten? Evalueer ik wat ik wil evalueren? Vb. de leerstof in de les inzichtelijk aanbieden  toets: definitie reproduceren,… 4 soorten: Begripsvaliditeit/doelstellingenvaliditeit Inhoudsvaliditeit Doelstellingenrepresentativiteit Predictieve validiteit Op welk niveau situeren de opdrachten/ vragen zich? Kennis/ inzicht/ toepassing? Welk niveau overheerst? Komt dit overeen met het niveau van de lesdoelen? Stel ik geen vragen over inhouden die niet gekend moeten zijn? Worden alle DS getoetst? Hoeveel Maw is de toets representatief? (bv niet alle vragen uit het laatste hoofdstuk stellen) Zal de instaptoets een nauwkeurige voorspelling maken van toekomstige prestaties? Eisen aan evaluatie: BETROUWBAARHEID Niet bedoelde toevallige factoren oefenen geen invloed uit op het resultaat Vb. andere leraar verbetert de toets, toets wordt op een andere plaats/tijdstip afgenomen,… Nauwkeurigheid en objectiviteit bij afname en correctie! Brainstorm: bedenk per twee manieren om betrouwbaarheid te bewaken -aandachtspunten bij opmaak en afname van de toets -aandachtspunten bij correctie Hoe betrouwbaarheid bewaken? Tips om nauwkeurig en objectief te zijn: Duidelijke schriftelijke instructies, zodat bijkomende uitleg niet nodig is (weten lln wat je bedoelt met ‘iets uitleggen’, ‘verklaren’, ‘vergelijken’, interpreteren’, ‘afleiden’,…) Aangepaste lay-out (bv kernwoorden markeren) Krijgt iedereen dezelfde kansen? Hebben bv lln met dyslexie een aangepaste behandeling? Stel correctiesleutel/antwoordmodel op met een gewicht vastgelegd per deelpunt. Voor welk antwoord worden hoeveel punten gegeven? Corrigeer vraag per vraag Corrigeer naamloos, wissel volgorde af,… Werk met giscorrectie bij meerkeuzevragen Geef voldoende tijd om alles op te lossen Aangepast lokaal Vermijd storingsfactoren tijdens het corrigeren … Eisen aan evaluatie: BILLIJKHEID =rechtvaardigheid Eerlijke behandeling Door: Objectiviteit Doorzichtigheid Normering Verwerkingsopdracht: bepaal per situatie aan welke eis niet is voldaan - Schrijf het antwoord op een kladblad - Klassikale bespreking per situatie Aan welke eis is niet voldaan? Op het einde van de lessenreeks biologie wil men een toets afnemen over een lessenreeks waarin doelstellingen werden nagestreefd ivm de bloedsomloop, de spijsvertering en de ademhaling. Men stelt echter in de toets 75% vragen over de bloedsomloop en 25% over de ademhaling. Over de spijsvertering worden geen vragen gesteld. Aan welke eis is niet voldaan? Een toets voor het vak godsdienst bestaat uit 4 essayvragen (= een open vraag waarop de lln hun persoonlijke mening en argumentatie moeten geven). De leraar heeft vooraf geen criteria opgesteld waaraan de antwoorden moeten voldoen. Aan welke eis is niet voldaan? Een vraag op een toets geschiedenis: ‘Eentje voor de kenners die ook naast de lessen iets hebben opgezocht: leg uit wat Cicero bedoelde met zijn ‘O tempora, o mores’. Aan welke eis is niet voldaan? In het begin van het schooljaar legt de lk uit aan zijn lln van het 4de jaar Latijn-Grieks: LK ‘Elk semester kan je ook een aantal toetsen verwachten, aangekondigd of onaangekondigd.’ LL ‘Tellen die aangekondigde toetsen voor meer mee dan onaangekondigde, meneer?’ Lk ‘dat zul je wel zien. Ik zet op voorhand nooit een puntenverdeling op mijn toetsen, anders doen jullie meer jullie best voor de ene dan voor de andere vraag en dat is de bedoeling niet. Het is ook niet de bedoeling dat jullie weten hoe belangrijk de toets zal zijn, of voor hoeveel een bepaalde taak zal meetellen. Of het nu voor veel of weinig punten is, je moet altijd evenveel je best doen.’ soorten vraag-vormen open vraagvormen gesloten vraagvormen essayvraag kort-antwoord vraag begrenzende open vragen niet-begrenzende open vragen Geprecodeer-de vorm niet- geprecodeer-de vorm waar/onwaar-vraag meerkeuzevraag sorteervraag classificatie-vraag rangschikvraag Eisen: 1. Validiteit 2. Betrouwbaarheid 3. Billijkheid Verschillende vraag- vormen Groepswerk: Stel 3 vragen op over de cursus DCA (30’) Leg uit welke vraagvorm je gebruikt en voorzie een correctiesleutel bij je voorbeeld (tips p. 170-171) Snel klaar?? Lees vanaf p. 179 vraagvormen kiezen, afname en correctie van de toets, scoren van de toets Verdeling: Kort- antwoordvraag (hoofdstuk 1) (groep 1) Begrenzende open vraag (hoofdstuk 2) (groep 2) Niet begrenzende open vraag (hoofdstuk 3) (groep 3) Waar/onwaar vraag (hoofdstuk 4) (groep 1) Meerkeuzevraag (hoofdstuk 5) (groep 2) Sorteervraag (hoofdstuk 6) (groep 3) Classificatievraag (hoofdstuk 7)(groep 1) Rangschikvraag (hoofdstuk 7) (groep 3) Afname van de toets Scoren van de toets (Bij PM-doelen, affectieve doelen en competenties Richtlijnen voor het observeren Oefening Bekijk dit videofragment en noteer je observatie (niet je interpretatie!). Observatietechnieken: Gedragsbeschrijving/beschrijvende observatie Controlelijsten/checklists Beoordelingsschalen: Grafische schaal Numerieke schaal Grafisch-numerieke schaal Beschrijvende schaal Gedragsbeschrijving ++++ Voordelen ++++ Gedrag in beeld in een natuurlijke situatie Elk opvallend gedrag genoteerd ---------Nadelen--------- Tijdsintensief Veel schrijfwerk/ praktische organisatie Objectiviteit observator? Registratie van het gedrag (beschrijvende observatie) Objectief! Geen interpretatie/ oordeel! Controlelijsten/checklists Bij gerichte vraagstelling (men weet wat men wil zien) – grondige taakananlyse Opsomming van uitspraken, handelingen,…: er wordt aangegeven of het gedrag aan/afwezig is Registreren (van deelhandelingen), geen waardeoordeel Door ll zelf, medell of leraar Zelfevaluatie  betrokkenheid + directe feedback Voorbeeld Controlelijst Beoordelingsschaal Niet alleen registratie, ook beoordeling Vooral bij competenties/ attitudes  beoordelingsschaal Bv. Attitudelijst SLO VIVO Competenties omschrijven: voor iedereen dezelfde betekenis Vertalen in concreet waarneembaar gedrag BV. Assertiviteit: --angstig om zijn mening te verdedigen -als het moet, zal hij zijn standpunt verdedigen +durft voor zijn standpunt opkomen en ook in het publiek zijn stelling verdedigen ++ treedt spontaan vooruit om actief te participeren in een debat Voorbeeld Mogelijke fouten bij observatie 1. Systematisch observeren Langere tijd in verschillende situaties 2. Op alle lln letten Vaak meest opvallende lln 3. Objectief blijven Zakelijk registreren Beschrijven, niet interpreteren/oordelen TIP: noteer CONCREET en COMPLEET 1. Vooroordelen 2. Self-fulfilling prophecy 3. Horn-effect 4. Halo-effect Info via andere lk, broers/zussen,… Eerste indrukken Persoonlijke of traditionele opvattingen (bv. meisjes zijn beter in taal, jongens in wiskunde) Vooroordelen Self-fulfilling prophecy = zichzelf waarmakende voorspelling Voorbeeld: Je verwacht van een leerling dat hij op moeilijke vragen niet zal kunnen antwoorden, dus je stelt hem geen moeilijke denkvragen. Zo kan die leerling zich niet oefenen in het redenerend nadenken en bereik je wat je had verwacht: de leerling kan op moeilijke vragen niet antwoorden. Horn-effect 1 negatieve eigenschap Bv. slordig voorkomen, onverzorgd Talrijke negatieve eigenschappen Bv. zal onnauwkeurig werken Halo-effect 1 positieve eigenschap Bv. ll is goed in wiskunde Talrijke positieve eigenschappen Bv. ll zal ook goed zijn in fysica en chemie Welke karaktereigenschappen eigen je deze man toe? Bekijk dit videofragment. Waar gaat het over? Portfolio: begripsomschrijving Wat? =een persoonlijk dossier = een doelgerichte verzameling waarmee ll inspanningen, vorderingen en leerresultaten kunnen aantonen = geeft inzicht in bereikte competenties Begripsomschrijving Portfolio  competenties Wat? = een doelgerichte verzameling waarmee leerlingen inspanningen, vorderingen en leerresultaten kunnen aantonen. = geeft inzicht in bereikte competenties Voorbeeld: steunpunt diversiteit en leren Wanneer? vooral competenties (kennis, vaardigheden en attitudes) Soorten portfolio's Portfolio: soorten ‘Best werk’ – portfolio (= "stoefboek") Groeiportfolio (= ontwikkelingsproces v.d. lln, zowel afgewerkte als niet-afgewerkte stukken, zowel succes als 'mislukking') Functie, doelen en kenmerken Portfolio: doelen? Groei & capaciteiten van lln in beeld brengen  goede evaluatie Verantwoordelijkheid van de ll voor het bevragen van en reflecteren over eigen werk Bevordert dialoog ll-lk door samen en systematisch te evalueren Evaluatieproces Portfolio: proces? 1. Organisatie en planning Starten met doelen duidelijk stellen functie? (sumatief of formatief) soort? (best werk of groei) focus? (inhoud of vaardigheden) periode? classificatiemethode? (elektronisch, ringmap, ...) 2. Verzameling - samenstelling van portfolio vooropgestelde criteria en standaarden Lln hebben zekere mate van beslissingsvrijheid 3. Reflectie Zonder reflectie is het portfolio doelloos Verwerven van kennis en vaardigheden + persoonlijke ervaringen Reflectie op portfolio in geheel of op specifieke werkstukken EVALUATIE-INSTRUMENTEN: portfolio Opmerking: Groei / capaciteiten beoordelen moeilijk Zeer snel verschillende interpretaties Duidelijkheid over beoordelingscriteria belangrijk! Aan welke eis is niet voldaan? (...)‘Surveillanten zorgden op een school in Weert voor irritatie: ze knipten hun nagels, praatten onderling en hadden krakende schoenen. (…)Scholieren in Gouda werden tijdens het examen getroffen door een muggenplaag. (…)Een jongen op een Rotterdamse school zat 20 min. opgesloten op het toilet, omdatde deur geblokkeerd was.’ Evaluatie = betrokkenheid Individuele opdracht: - Kies een PM-vaardigheid uit jouw vakgebied en maak een controlelijst (20 minuten) - Stel jouw controlelijst voor aan de rest van de klas - Herhalingsprincipe - Activiteitsprincipe - Aanschouwelijkheidsprincipe - Differentiatieprincipe - Geleidelijkheids- en beperkingsprincipe - Integratieprincipe - Belangstellingsprincipe Aansluiten bij bestaande kennis De leerstof regelmatig herhalen. Spreid de herhaling regelmatig in tijd en varieer in materiaal. Interesse om te leren, gemotiveerd Geen passieve rol van de leerling De leerstof met de zintuigen waarnemen Stap voor stap + niet alles (de lln kan niet "volleerd" geraken) Rekening houden met individuele verschillen Evaluatie = constructiegericht Evaluatie = constructiegericht Evaluatie = geïntegreerd Evaluatie = authentiek Evaluatie = geïntegreerd Evaluatie = betrokkenheid Evaluatie = authentiek Evaluatie = aangepast Evaluatie = aangepast
See the full transcript